E3-PRIJS – VLAANDERENS ÁLLERMOOISTE


Auteur: Peter Ouwerkerk

Molenberg, Eikenberg, Taaienberg. Bosberg, Hotond, Kwaremont. Kemmel 1, Kemmel 2, Kemmel andersom te nemen. Natte stroken hier, kopse keien daar, kijk uit – linkse goot.

Oost-, West- en héél Vlaanderen. Kluisbergen, Ieper, Wevelgem. Oudenaarde. Oudenaarde? Keer op keer en telkens weer. En weer. Paterberg, Stationsberg, Pollareberg. Vidaigneberg, Monteberg, Baneberg. Zoveelsteberg. Nog veel meer in een heel andere koers.

Er zijn mensen die álle hoeken en gaten van het Vlaamse voorjaar kennen. Wielerliefhebbers voor wie het seizoen begint op de laatste zaterdag van februari, en eindigt op de eerste zondag van april. Die blindelings langs knelpunten zweven, die coördinaten voorvoelen, die instinctief handelen als vogels in een zwerm.

Die een weesgegroetje zwaaien naar zo’n tweehonderd niet-besmette koerskerels vol ambitie, of straks weer hangende schouders moeten troosten in Roubaix. Die meebaden in het bruiswater van de unieke winst, maar vooral berustend zullen hurken bij het uitblijven van totale euforie.

Hè..? O, Parijs-Roubaix. Dan doen we die er, als meest Vlaamse koers in het Franse noorden, ook nog bij. Of zal Préfect Corona daar komende dagen wederom met strenge hand regeren?

Ik heb nooit Vlaamse topografie gestudeerd. Heb nooit de precieze grens tussen Oost- en West-Vlaanderen kunnen ontdekken. De Vlaamse Oostkust? Volgens mij loopt er tussen Knokke en De Panne één lange betonnen streep; tikkie schuin, maar toch vooral horizontaal. Pak de routeplanner er maar bij. Niks. Géén stranden in de Kempen.

Op de matrixborden is het overal in Vlaanderen 22 kilometer naar Oudenaarde. Je mag eens moeten omrijden, je raakt er de weg nooit kwijt. Zeker niet als de koers is losgebroken. Als Vlaanderen uit de knop schiet, in al zijn aardse kleuren. Het Vlaamse voorjaar maakt een gemeenschappelijk gevoel in de mens los; het gevoel van Koers. Iedereen wordt geraakt door hetzelfde virus.

Ik zet de tv aan, ga er vroeg voor zitten en kijk.

Harelbeke, agendeert de kalender. Ik vang de eerste beelden en kijk mijn ogen uit. Ik hoor de bekende commentatoren, die melden dat ‘ze’ vanuit het vertrek al wilden gaan knallen. Alweer. Geen vijf minuten zonder strijd. Twee minuten later breekt de hel los.

De E3-Prijs telt 204 kilometers, honderd minder dan Milaan-Sanremo. De E3 tekent voor 26 hindernissen: 17 bergen en 9 kasseistroken en is al decennia mijn favoriete eendags. Loeispannend.

Deceunick – Quick-Step is in volledige bepakking bezig de complete concurrentie uit te roken. Zeven reuzen versus 0,07 dwergen. Het valt nooit meer stil. Overal waar je kijkt zie je renners van het Wolfpack aan het commando. De armen en benen, de longen en harten spatten uiteen en kleven op de lenzen van de camera’s. Ik moet stutbalken tegen mijn tv-toestel plaatsen, anders rijden ze me zo mijn zetel uit. Links en rechts, op en af, stukken en brokken, lijmen en het been, de ambities vliegen in het rond.

Waar wij zijn? En hoe kort, hoe lang en breed? Ik probeer me te oriënteren. Onbegonnen werk. Ik lees van het scherm: nog 80 km, o, de Molenberg. Op naar de volgende hellingkwelling. Stenen, stroken, kinderkoppen en kasseien, asfalt in een machteloze minderheid.

‘De koers is Maarkedal’, staat er op een bord langs de kant. Geen idee waar dat is; geen zin ook uit te zoeken. Laat de koers je zelf maar begoochelen, aanraken, pákken. Er is niets voor nodig, dit overkomt je. Ook nu. Ook al zijn de taluds en weiden leeg, zit het volk opnieuw achter de tv. Het is de vrijdag van de E3 Prijs. (Nóóit E3 Saxo Bank Classic zeggen; volgend jaar kleeft er weer een ándere sponsor op).

Molenberg 80 kilometer? Ja, en? Niemand heeft zin in krachten sparen. Dra volgt opnieuw een berg waar het waard is met de eersten de hoek op te draaien. De Quick-Steps rammen alles uit elkaar. Veld in zes stukken, dan weer drie, vaak totaal ontbrekend overzicht. Tot zich opeens een elitekopgroep van een fijn dozijn blijkt te kunnen vormen. Vrijwel iedereen die wordt verwacht, is er.

Ik weet absoluut niet waar ik ben, maar achter de gesloten luiken heb je genoeg aan de tv. De spanning giert uit de afstandsbediening.

Dan, plots – een leegloper voor Wout van Aert. Zijn Jumbo’s brengen hem terug, maar de inspanning vreet zwaarder dan verwacht. Wout moet afhaken, tot treurnis van Matthieu van der Poel, die in deze fase liever mét Wout rijdt dan tégen hem. Veel te veel Quick-Steps, immers. Die kunnen freewheelen. Zolang hun lange afstands-Deen, Kasper Asgreen, vooroprijdt, zitten zij op het gemak.

Het is genieten met volle mond. Na de schifting de selectie; na de verdediging de nieuwe aanval; de tactiek van bluffen, demarreren en terugpakken, spierballen tonen. Het is een duizelingwekkend spektakel.

Het is door, door, door, altijd maar door. *) Asgreen is de lokhaas, op wie de Vanderpoels c.s. centimeter voor decimeter jagen. Hij wordt eindelijk ingelopen, maar zowaar volgt er nog een laatste krachtsexplosie. Vier kilometer van de streep verlaat Asgreen definitief de kopgroep. Denemarken wielerland heeft vele ijzers in het peloton.

Dodelijk vermoeid zucht ik mijn tv uit. Wow!

Ze kunnen zeggen: het is allemaal voorbereiding op hét hoogtepunt. Op dé Ronde, Vlaanderens Mooiste. Maar voor mij is de E3 Prijs Vlaanderens Állermooiste. Al jaren. Daar kan zelfs Gent-Wevelgem niet tegenop. Een spanningsboog van 200 kilometer is echt genoeg, anders wordt het toch weer snurken. Vond ik en vind ik nog steeds.

Waar de Quick-Steps in de E3-Prijs met zevenmijlslaarzen de concurrentie opveegden, stuntten de Jumbo-Visma’s zondag met een vergelijkbare actie. De sprinterscoup droeg vooral de handtekening van Wout van Aert en zijn maat Nathan Van Hooydonck. Die bliezen hun ambities al vroeg in de zeilen, kregen steun van andere topsprinters en speerden ’em als de brandweer naar Wevelgem.

De koersgretigheid is dit voorjaar ongekend. Het komt iedereen goed uit. Waar ze zijn, hoe die berg of kasseistrook ook mag heten – what the fuck! Het is vóór de gezapigheid uitkoersen, het is karren met die hap, íedereen knalt erin. Het is door, door, door. Straks wordt Parijs-Roubaix wéér naar de wachtkamer verwezen. Het is nu pakken wat je pakken kunt.

*) (‘Kampioenen’– JW Roy; Sint Willebrord Sessies)

‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


Beeld: Cor vos

Leave a Reply