MILAAN-SANREMO (SNURK)


Auteur: John Kroon

De schrik sloeg verslaggever Jeroen Van Belleghem en co-commentator Karsten Kroon om het hart toen ze tijdens een van de etappes in de Tirreno-Adriatico per e-mail vernamen dat hun opdrachtgever, Eurosport, had besloten Milaan-Sanremo de zaterdag erna van start tot finish rechtstreeks uit te zenden.

Een koers van zesenhalve à zeven uur waarin de eerste zes uur vrijwel niets gebeurt – hoe klets je die tijd vol?

‘Ik was eigenlijk van plan zaterdag eerst zelf te gaan sporten,’ sprak Karsten aarzelend.

Tot opluchting van het duo bleek dat Eurosport de koers, waarvoor het startschot om tien uur ’s ochtends zou klinken, alleen op internet integraal ging uitzenden. Toen de tv om kwart voor een aansloot, waren de renners al zo’n 120 van de 299 kilometer onderweg. Kroon had toch de tijd mogen nemen om eerst het eigen lichaam aangenaam te kastijden.

Niet dat de koers al zoveel gespreksstof bood toen hij alsnog aanschoof. Er was een kopgroep, ‘de vlucht van de dag’ geheten, waarvan iedereen – renners, ploegleiders, mecaniciens, verslaggevers, kijkers – van meet af aan wist dat die zou worden ingelopen, ongeacht de voorsprong die de vluchters zouden opbouwen.

Zo gaat dat altijd in Milaan-Sanremo. De eerste pakweg 250 kilometer zijn zo boeiend als de rondjes die een secondewijzer aflegt.

Van Belleghem en Kroon, die van hun verslag toch al vaak een gesprek tussen twee heren maken dat toevallig door de kijkers kan worden afgeluisterd, moesten dus maar weer zien hoe ze de koers met geluid zouden begeleiden.

Dat was eigenlijk geen doen.

En zo weten we nu dat Karsten last heeft van engerlingen in zijn gazon, die hij desondanks op milieuvriendelijke wijze wenst te bestrijden, terwijl Jeroen in zo’n situatie radicalere maatregelen zou treffen. (Engerlingen zijn meestal meikevers die zich van de kalender niets aantrekken.) En dankzij Van Belleghem kennen we nu de namen van Italiaanse oud-wielrenners die tegenwoordig ijsjes verkopen.

Je moet wat als kijker, tijdens zo’n langdradige koers. Lezen over wielrennen bijvoorbeeld. Zoals het artikel over de 75-jarige Eddy Merckx in NRC Handelsblad van dezelfde dag. De onbetwiste nummer één op de eeuwige wielerranglijst had eerst nog een rondje gefietst in de buurt van Sint-Pieters-Woluwe alvorens hij verslaggever Dennis Boxhoorn vertelde dat hij zelden zo enthousiast naar wielrennen had gekeken als tot nu toe in dit voorjaar. De afgelopen jaren had Merckx zich beklaagd over het voorspelbare karakter van veel wielerwedstrijden. Maar nu, met die nieuwe generatie, was het spektakel terug. Zie Strade Bianche, zie Kuurne-Brussel-Kuurne, zie de Tirreno. Vooral het optreden van Mathieu van der Poel kon hem bekoren. ‘Door hem moet ik vaak aan vroeger denken’, had Merckx gezegd. ‘Ik koerste op intuïtie, net als hij. Niet altijd maar rekenen en programmeren.’

Intussen werd de kopgroep ook in deze Milaan-Sanremo langzaam maar vast en zeker ingelopen. Het peloton had het weer goed uitgerekend. Taco van den Hoorn hield het nog het langste vol – en achteraf bleek dat een van de meest spectaculaire beelden: de 27-jarige Nederlander, die van Jumbo-Visma geen nieuw contract had gekregen en was uitgeweken naar de Belgische ploeg Intermarché-Wanty-Gobert Matériaux, een tijdlang in zijn eentje op kop op de Cipressa. (Van den Hoorn figureert ook in een uiterst gedetailleerd portret over Wout van Aert dat Frank Heinen voor De Muur schreef. Hoe? Lees dat zelf maar later deze maand in De Muur.)

Waarna, als gebruikelijk, Milaan-Sanremo toch weer (enigszins) spectaculair werd op en voorbij de Poggio, met een winnaar, Jasper Stuyven, wiens naam in de voorbeschouwingen had ontbroken, en met als tweede de kleine rassprinter Caleb Ewen, die aldus bewees dat die Poggio zo zwaar nog niet is. 

Milaan-Sanremo heeft een heel kort staartje waarin heel veel venijn zit verstopt. De klassieker is een van de vijf ‘monumenten’ van de wielersport.  Een monument dat aan renovatie toe is.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


 

Leave a Reply