VOOR DE HONDERDSTE KEER OP EEN ANDER SLAPEN


Auteur: Peter Ouwerkerk

De eerste keer dat ik het hoorde, was na een Alpenetappe in de Tour de France 1987. De letterlijke zin luidde: ‘Ik ga vanavond voor de honderdste keer op een ander slapen.’

Ik stond op La Plagne met een collega in de lift naast twee Belgische Hitachi-renners. We gingen naar de derde verdieping van hotel Grand Savoie. De collega die dit jaar de hotels zou arrangeren, had die avond drie kamers op La Plagne zelf kunnen regelen. Een paar honderd meter van de perstent. In een rennershotel.

De Tour had een van zijn meest historische etappes beleefd. Het finalegevecht was adembenemend: rit 21, de voorlaatste bergetappe, vanuit Bourg d’Oisans 185 kilometer over Lautaret, Galibier en Madeleine naar de finish op de derde buiten-categoriecol van de dag: La Plagne. 

Laurent Fignon had er in 1984 al eens gewonnen en was ook die woensdag de 22ste juli de favoriet voor de dagzege. Fignon was niet meer gevaarlijk voor ‘Parijs’. Het spel voor het podium werd gespeeld door José Manuel Fuente, Fabio Parra en Pedro Delgado, die een gele trui had te verdedigen. 

Het gewoel van de laatste kilometers was door de camera’s van de Franse televisie nauwelijks meer te duiden. Een spervuur van dol doordraaiende situaties. Ge-wel-dig. Fignon herhaalde zijn stunt van 1984, had – zoals verwacht – alleen te weinig voorsprong om alle Spaans sprekenden te elimineren. Delgado leek de grote winnaar te worden van het klassement, maar daar speerde de Ier Stephan Roche naar ‘Perico’s’ achterwiel.

Hij was geklokt op driekwart minuut, en opeens maalde hij terug tot dertig meter. Roche had Delgado nog bijna teruggepakt; moest uiteindelijk maar vier tellen toegeven op Spaanse ‘Pietje’.

De Carrera-kopman stortte tien meter na de finish tegen de grond en moest tot áchter zijn longen voor zuurstof. Was hij een luchtballon, hij zou op de finishlijn uit elkaar zijn gespat als een bol confetti.

De aankomstjury kwam armen en benen tekort om het pandemonium te beheersen. Roche lag onder een folie en keek – zuurstofmasker op – in wel tien, twintig repeterende cameralenzen. Hij lichtte een ooglid, tastte de omgeving af en zocht naar bekenden. Hij wilde een ambulance in. Weg uit dit gekkenhuis. 

Het was een Savoie-etappe, zelden zo mooi.

Dat Fignon grandioos naar de etappewinst was gereden, daar had niemand het meer over. Nou ja, de Fransen. Alle neutrale aandacht nu voor Roche. Dat de Ier nu de beste papieren had voor de eindzege, daarvan was iedereen overtuigd. 

Het was een historische dag wielersport geweest, maar in de lift van het hotel stonden twee renners van Hitachi zich af te vragen waarom die twee Nederlandse journo’s nóg zo opgewonden deden. Er waren inmiddels al drie kwartier voorbij.

Fijn dat wij vannacht in dit hotel konden slapen, lekker dichtbij alles, een hotel met renners zelfs. Morgenochtend in alle rust nog even wat info zien los te peuteren bij de start. Mazzelmannen. 

‘Fijn, hè,’ zei ik half tegen een van de twee uitgewoonde Hitachi’s in de lift. ‘Dat kan toch niet beter…?’

‘Huh?’ murmelde Jean-Philippe Vandenbrande uit Dworp, ‘een fijn hotel?’ Hem hoefde je niks wijs te maken over hotelbedden voor renners. ‘Flup’ zuchtte: ‘Ik heb dit jaar al honderd keer op een ander geslapen.’

Wat zoveel betekent als u gelooft te denken… Maar in dit geval toch ook weer niet. 

Als u zich afvraagt waarom al die aandacht voor een Belgische knecht uit een piepklein dorpje in Belgisch Brabant? Wel, onlangs zag ik een tabel van Wout van Aert. Een cijferreeks met opmerkelijke inhoud, data van Wouts seizoen 2021. 

Komen er een paar. 

Trainingskilometers: 31.604; trainingsuren: 996; wedstrijddagen: 49 x weg, 13 x veld, totaal: 62; overwinningen: 22; anti-dopingcontroles 47; wegtrainingen boven 500 km: 7; nachten van huis: 205; nachten boven 2.000 meter: 72.

Er wordt haast nog meer getraind dan gekoerst. Zie de cijfers. Alles is anders, vergeleken met vroeger. Tegenwoordig helemaal.

We stonden dus gevieren in de lift van het La Plagne-hotel. Flup zuchtte. Ik zei: ‘Lekker douchen, en vroeg naar bed.’ Wie zijn kamergenoot was, wist hij niet meer. Hij wist alleen dat ze ‘op de derde’ hadden gezegd. Flup keek mij aan en ineens sprak hij die zin: ‘Ik ga vanavond voor de honderdste keer op een ander slapen.’

Ik kon de betekenis maar moeilijk duiden. ‘Op een wat..?’ Later begreep ik het: het seizoen was pas halverwege en Flup had er voor zijn gevoel al twee derde opzitten.

Zoveel dagen op pad, van trainingskamp naar trainingskamp, van hoogtestage naar hoogtestage, van hotelbed naar hotelbed? De Tour won je in bed? Nou, niet Flup uit Dworp. 

Zouden er anno 2022 nog altijd renners hun eigen matrassen lopen te sjouwen? Of slaapt iedere coureur in een hoogtetentje? 

Op een ander slapen? Als ik het doorvertel, moet iedereen lachen. Alleen, TVOH zal het niet meer halen.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


Tour de France 1987 – Pedro Delgado – Rafael Acevedo – Fabio Parra – foto Cor Vos ©

Lanchas (Reynolds) – Pedro Delgado (PDM) – Tour de France 1987 – foto Cor Vos ©

Adrie van der Poel – Pedro Delgado (PDM) – Tour de France 1987 – photo Cor Vos ©


Laurent Fignon (FRA / Systeme U) – Steve Bauer (CAN / Teram Toshiba) – Tour de France 1987 – photo Cor Vos ©


Leave a Reply