DE ONVINDBARE VROUWEN VAN HET WIELERPELOTON


Auteur: Mart Smeets

Sinds goed vijf maanden ben ik in een zwaar en tijdrovend gevecht gewikkeld alle Nederlandse vrouwen die ooit, in welke organisatievorm dan ook, de Tour de France voor vrouwen reden in kaart te brengen.

Dat vraagt wellicht om enige uitleg, want hoeveel organisaties waren dat dan? 

En waarom in Godsherennaam doe je dat? 

Eerst was er alleen de mannen-Tour, daarna een afgeleide daarvan die eerst Tour Féminin heette en later de EEG-ronde en die bijna geen enkele persvertegenwoordiger op bezoek kreeg.

Daarna viel het vrouwenfietsen in Frankrijk in handen van een Franse journalist die zich het sportleven van vele vrouwen aantrok en die tegen heug en meug tot 2008 bezig bleef met het hooghouden van een Ronde die onder verschillende namen werd georganiseerd en die vervolgens in zwaar financieel weer terechtkwam. 

De laatste organisatie die zich met de vrouwen-Tour bezig hield, is de ASO, de club die ook de mannen de op weg stuurt.

Van de eerste vrouwen-Tour, die van 1955, zijn nog wel wat gegevens bekend, maar niet al te veel. Vanaf de eerste Tour Feminin in 1984 (eerste etappe gewonnen door Mieke Havik) tot met de laatste La Course van afgelopen jaar in Bretagne, hebben de onderscheiden koersen last gehad van heel weinig tot geen persbelangstelling. Waar de mannen-Tour vele tienduizenden pagina’s tekst en uitslagen opleverde, moesten de vrouwen het met veel en veel minder doen.

Die laatste constatering levert bij ons thuis fraaie twistgesprekken op, want tegenover mij zit een ware vertolkster van het vrouwensportgilde die altijd al gevonden heeft dat de internationale en nationale pers bespottelijk weinig aan vrouwensport heeft gedaan en nog steeds doet.

Discussies daaromtrent zal ik u in uitgeschreven vorm besparen, maar kijk alleen al wat er in 75 uitgaven van De Muur aan het vrouwenfietsen is gedaan; dan weet u dat achtereenvolgende redacties nou niet bepaald goed het oog in het bestaan van de vrouwenkoers hadden.

Tegenover me: ‘Waarom niet?’ 

En dan moet ik mea culpa’s gaan aanheffen en verhalen gaan vertellen over hoofdredacties die niet in vrouwensport (dus ook niet in vrouwenwielrennen) wilden investeren en het daarom maar in de kantlijn plaatsten.

Ja, er is een behoorlijke verbetering te constateren, maar ideaal en dus gelijk-behandeld is het nog steeds niet.

Weer van tegenover me aan de keukentafel: ‘Waarom dan niet?’

Nee, het is niet fel, krengig, offensief of zuur verwijtend; haar taal scherp en duidelijk en ik moet dan steeds weer met de gebruikelijke antwoorden komen: ‘Ik weet dat ook niet, en als ik het wel weet zijn de redenen wel heel erg mager en zijn ze eenvoudig snel van tafel te vegen. Onze journalistieke behandeling van vrouwensport in het algemeen en vrouwenwielrennen in het bijzonder, loopt bepaald niet gelijk op met die van de mannen en wordt nog altijd een beetje weggemoffeld, verzwegen, gediscrimineerd, te kort gedaan… noem maar op.’

‘Dat is al decennia lang zo, wat er ook aan acties is ondernomen. In deze woke tijd that’s a shame,’ zegt mijn eega.

Ik zwijg en zoek naar valabele antwoorden.

Nu ik aan het spitten ben gegaan in de geschiedenis van de Franse vrouwenkoersen, kom ik zaken tegen waarover ik me verbaas – en  meer dan dat.

Van persoonlijke gegevens van de meer dan 110 vrouwen die ons Koninkrijk op de fiets in Frankrijk vertegenwoordigden, is een behoorlijk aantal nauwelijks terug te vinden. Niet qua uitslagen, noch wat simpele gegevens als geboorteplaats en geboortedatum betreft.

Bij de mannen is dat in het geheel geen probleem; daarvan bestaat een zondvloed aan gegevens.

Redacties van kranten, radio- en televisie-organisaties, zelfs ook de KNWU hebben slechts flarden aan gegevens in huis van de vrouwen die naar La Douce France trokken om daar te koersen.

De Fransen zelf?

Uiteraard: met de Franse slag.

Nooit volledigheid in uitslagen, standen en klassementen, laat staan startlijsten en persoonlijke gegevens.

Tegenover mij: ‘Het zijn immers maar vrouwen, waarom zouden generaties mannen in journalistieke of organiserende rollen zich daarover druk gemaakt hebben. Vrouwen, daar hoefde in die jaren geen volledigheid over te bestaan. Neem ik maar aan.’

Ik zwijg dan weer, want mijn excuusverhaal over een tekort aan geld, te lage kijkcijfers, te weinig personeel, geen zendtijd is al 47 maal geanalyseerd en blijft onvolledig, is flauwekul en getuigt van luie-mannen-mentaliteit.

‘Ik ken je excuses, ze zijn zó zwak.’ 

We kwamen daarmee niet veel verder dan de constatering dat we niet veel verder kwamen.

Eeuwig schaak dus?

Soms wel.

Nu ik zit te graven in de wielerlevens van Carolien de Laat, Charlotte Lenting, Francis Linthorst, Manon de Rooy, Corrie Timmermans, Maaike Coljé, Chantal van Geffen, Petra Groen en Karin Bouwmeester en leer ik ineens heel veel meer van het vrouwenfietsen in Nederland. Laatstgenoemde reed in 1993 in Frankrijk en werd ergens in de vijftig in het eindklassement, heb ik met moeite gevonden. Haar googelen of elders trachten op te zoeken is moeilijk, maar wel de moeite waard. Tot nu echter zonder totaal succes.

Dat is niet alleen disrespectvol ten opzichte van haar, maar wel tekenend voor het tijdsbeeld van toen. Hadden we, gezamenlijke wielerliefhebbers achter de duinen, toen interesse in de EEG-Tour die in september ergens ver weg in Frankrijk werd verreden?

Neen.

En waarom niet?

Ja, daar gaan we dan maar weer: voetbalcompetitie begonnen, kleine, onbekende koers, geen geld, geen ruimte op de pagina’s of in de uitzendingen. Dus laat maar.

Met die erfenis van toen, worstel ik nu.

Het is voor mij nu een soort van schatgraverij geworden. Ik nader per week het einddoel: al die vrouwen een naam, geboorteplaats, geboortejaar, een prestatielijst en een karaktertrek te geven.

Dat is geen sinecure, maar wel uitdagend.

Sommige Franse koersen geven alleen de nummers een, twee en drie per ronde of per jaar, andere houden het bij een top-20 en vinden het verder wel goed. Je hoort de Franse samenstellers van die lijsten van gegevens denken…

Nee, ik zal het niet nog een keer optikken, maar blijkbaar hebben generaties weldenkende mensen zich kunnen verschuilen achter ‘het zijn maar vrouwen’ of ‘Het is maar een onbelangrijke vrouwenkoers’. Waarschijnlijk heb ik dat in mijn leven ook weleens gedacht. Juist: o zo verkeerd en dat zet me nu dus aan het zoeken en puzzelen en nog meer zoeken.

Het prettige is wel dat al die werkzaamheden me op een vrij evenwichtige wijze door Covid-19 brengen. Er zijn dagen dat ik in een klein onbekend peloton rijd. ’s Avonds heb ik dan één uitslag en één geboortejaar gevonden. 

Om heel eerlijk te zijn: ik ben zeer tevreden op deze manier met wielrennen bezig te zijn.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Ludo Peeters en Mieke Havik – foto Cor Vos ©1985



Mieke Havik Tour Feminin – photo Cor Vos ©1985


Mieke Havik – foto Cor Vos ©1985


photo William Cannarella/Cor Vos © 2021


photo JdM/PN/Cor Vos © 2021


 

Leave a Reply