HOOP VOOR DE TOEKOMST: ALEX MOLENAAR (E.A.)


Auteur: John Kroon

Soms fietst er een wielrenner je netvlies binnen van wie je, eerlijk gezegd, nog niet had gehoord. Alex Molenaar was er vorige week zo een. Echte kenners wisten natuurlijk wel dat hij vorig jaar het jongerenklassement in de Cova da Beira had gewonnen, en bovendien het eindklassement van de Ronde van Roemenië en een etappe in de Ronde van Qinghaimeer in China. Maar behalve dat dit illustreert dat wielrennen niet alleen op het hoogste niveau een reis rond de wereld is, laat het ook zien dat wielrenners hun bekendheid vooral ontlenen aan hun zichtbaarheid op televisie. Wie de kijker niet ziet, die kent hij niet.

   Jetse Bol, ploeggenoot van Molenaar, was daar openhartig over: ‘Ken je van die ontsnappingen waar je net zo goed niet in kunt zitten? Nou, daar zat ik dus direct op de eerste dag van deze Ronde van Spanje in.’ Hij liet dit vorige week weten in zijn column die deze periode in enkele regionale dagbladen verschijnt. Waarom hij dan toch in die kansloze kopgroep meefietste? ‘Omdat in beeld rijden voor onze ploeg belangrijk is.’ Die ploeg, Burgos BH, behoort niet tot het uitverkoren gezelschap dat aan de World Tour deelneemt en is dus buiten Spanje slechts sporadisch te zien.

   Bol won er die dag de prijs voor de strijdlustigste renner mee en dat is Burgos BH in deze Vuelta al vijfmaal overkomen. Dus met dat ‘in beeld rijden’ zit het wel goed met die paarse ploeg, die reclame maakt voor een stad, een provincie en een fietsmerk. Burgos dus, bekend van de Ronde van Burgos en van de kathedraal Santa Maria, waarin volgend jaar het startpodium voor de eerste etappe van de Vuelta, een korte tijdrit, wordt opgesteld. Weer eens iets anders. Nu maar bidden dat Covid 19, of Covid 20, dan geen sport meer verhindert, zoals begin volgend jaar in Australië al wel het geval zal zijn.

In het schitterende herfstweer dat de schoonheid van Noord-Spanje de afgelopen week benadrukte ontpopte Alex Molenaar zich tot die vijfde mas combativo. Dat gebeurde in een kopgroep die met twaalf minuten voorsprong even de ijdel gebleken illusie van een etappeoverwinning mocht koesteren. Molenaar kwam met zijn strijdlust toch op het podium terecht. Rotterdammer van geboorte, nu woonachtig in de buurt van Girona, zoon van een Nederlandse vader en een Spaanse moeder. Molenaar beschouwt zich als een klimmer en met zijn 21 jaar vertegenwoordigt hij met enkele anderen de hoop die je dan maar moet koesteren voor de toekomst van het Nederlandse wielrennen.   

   Want laten we wel wezen: klassementsrijders in de leeftijdscategorie waartoe de Belg Remco Evenepoel (20), de Sloveen Tadej Pogacar (22), de Colombiaan Egon Bernal (23), de Australiër Jay Hindley (24), de Spanjaard Enric Mas (25) en de Brit Tao Geoghan Hart (25) behoren lijken er onder de Nederlandse coureurs niet te zitten.

   Dus is het interessant om te zien hoe renners als Thymen Arensman (20), Ide Schelling (22), Kevin Inkelaar (23) en Julius van den Berg (24) zich in deze Ronde van Spanje houden en is het prettig om vast te stellen dat Lennard Hofstede (25) in bergetappes een nuttige knechtenrol in dienst van Primoz Roglic weet te vervullen.

   De Vuelta is vaak de eerste grote ronde die jonge renners rijden; blijkbaar de beste leerschool. Niet vergeten: voordat Jan Janssen en Joop Zoetemelk de Tour de France wonnen, brachten ze, één jaar eerder, de Ronde van Spanje op hun naam. Dat Carapaz/Roglic/Carthy dat maar weten.

   Uitrijden van de Vuelta was het grote doel van de debuterende Alex Molenaar, zo had hij vooraf gezegd. Nu hij zondag die monsterachtige Angliru heeft overwonnen, hij werd 145ste, en zo heeft getoond dat hij niet alleen als wielrenner maar ook als alpinist uit de voeten kan, moet dat kunnen lukken.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Alto de Moncalvillo // photo Luis Gomez/Cor Vos © 2020


 

Leave a Reply