HET PLEZIER IS TERUG OP HET ZADEL


Auteur: Peter Ouwerkerk

Zo. Dat was het dan, wielerjaar 2020.

Het jaar van Covid-19, óók tussen de wielen.

Het jaar van de eerste positieve testen in de Emiraten; van de hals-over-kopvlucht uit Parijs-Nice; van bubbels en quarantaines; van het getorpedeerde hart van de klassiekerskalender; van de rigoureuze opschorting van Giro, Tour en Vuelta. Weg lentekriebels en zomertopics, gissen naar volstrekt onbekende gevoelens in een zwaarbelaste herfst.

Er was geen ontkomen aan. Ploegen zonder wedstrijden, renners zonder werk, tv-stations zonder beeld, kranten zonder verhalen, sponsors zonder airplay, koersliefhebbers zonder koersvermaak. De kwetsbaarheid van een sport: wielrennen zonder wielrennen. Verdienmodel 0. Nul komma nul.

Medio april werd de lege tijd nog verwachtingsvol ingevuld met online spelletjes; één-wielsvarianten in het royale gameassortiment. Maar virtueel wielrennen bleek al gauw voor-de-gekhouderij, surrogaat. Het was een voortijdige, nogal armoedige poging. Zonder vlees, bloed of botten; zonder ook maar een greintje emotie. De zoveelste herhaling van de Ronde van Vlaanderen 19-zoveel dan maar? Ja! Maar: niet elke heroïek heeft het eeuwige leven. 

Het was hopen op Het Vaccin, waar iederéén op hoopte. Over twee, drie maanden zou de situatie toch wel weer normaal zijn?

Er werd een nieuwe kalender in elkaar geflanst, voor direct na de hoogzomer. Een kalender, vormgegeven door Toureigenaar ASO en door de UCI volgepropt met overdaad en onlogica. Van 1 augustus tot 9 november ruwweg 150 wedstijden op 100 wedstrijddagen. Een kalender tegen beter weten in, een kalender getuigend van wanhoop.

Maar, o wonder: aan de verplichte noodstop kwam toch een eind. Hoewel corona nog welig tierde, er wereldwijd miljoenen besmettingen werden genoteerd en honderdduizenden doden, konden de perspectiefloze droogtrainingen en hoogtestages toch worden getoetst aan een nieuw geschapen werkelijkheid.

Er werden protocollen gemaakt om renners en stafleden te beschermen tegen onvoorzichtig handelen. Mondkapjes op, ook bij het publiek – zo goed als géén publiek, op enkele oncontroleerbare uitzonderingen na. Start- en finishlocaties in ruim afgehekte zones, minimale podiumceremonieën, gedecimeerd contact met de media, hotelbedden en maaltijden strikt voor bevoegden. Afwijkend gedrag niet getolereerd.

Het leek een onmogelijke opgave voor een sport die van de straat is. Het was wennen, voor iedereen. Maar het resultaat was dat er zowel absoluut als relatief weinig ingrijpende coronagevallen waren. Al zullen onder anderen de besmette Steven Kruijswijk en zijn Giroploeg daar heel anders over denken. 

Een uitgestelde, nieuwe start dus. Een herstart in een heel andere context, tegendraads aan het decennialang geldend bioritme. Op 1 augustus won Wout van Aert de Strade Bianche; 137 dagen na de voorlaatste etappe in Parijs-Nice. Er restten nog 100 dagen voor het einde van wegseizoen 2020: 8 november, slotrit in de Vuelta à España.

De wijze waarop Van Aert de ‘witte wegen’ won was geweldig. En wat volgde was een miniseizoen, ongekend. Met klassiekers en grote ronden óverlopend van de ene naar de volgende fascinerende actie. Gretig, zonder schroom, de duivel op de hielen. Atletische staaltjes, krachtsexplosies, solo’s, onverzettelijkheid. De energievoorraad werd keer op keer geleegd tot op de bodem. Vlaanderen, het WK, Luik of de eendaagse van De Panne – het was om het even. Het was smullen.

Alleen: wat in alle hectiek nooit zal uitblijven, zijn incidenten. In de eerste dagen van de Tour loerde achter elke bocht gevaar. Lullig, onnodig tot betreurenswaardig. Met als absoluut dieptepunt de horrorcrash in de Ronde van Polen; Dylan Groenewegen versus Fabio Jakobsen. Renners, motoren, neerslag, afdalingen, vangrails en regenjacks – er zijn veiliger combinaties denkbaar.

Alle goede wil ten spijt moesten er toch nog wedstrijden sneuvelen. Geen Amstel Gold Race in oktober, geen Canada, geen Parijs-Roubaix en nog wat kleinere. De tweede coronagolf zat het peloton op de hielen. Het was voortdurend de vraag of de drie grote ronden hun eindstation zouden halen. Maar Parijs, Milaan en Madrid hebben het gered. En hoe!

De drie grote ronden waren zelden zo spannend, zo aantrekkelijk: Tour beslist in slottijdrit, Giro idem dito, Vuelta ook pas op de voorlaatste dag. Met in alle drie blockbusters Nederlandse betrokkenheid, via Roglic, Kelderman, Dumoulin en het beulswerk van knechten als Gesink, Hofstede en Van Baarle. Het vaste voornemen van Jumbo, met drie kopmannen van start, mocht dan al snel op de klippen lopen – zulke dingen gebeuren. Sport blijft sport.

Wat verder opviel: de oude garde werd overspoeld door het jonge talent. Voorbij lijken de carrières van de Froomes, de Cavendishs, de Valverdes, Arus, Pinots en Nibalis. De nieuwe generatie trapt vol ongeduld een nieuw tempo. Vooruit, vooruit, vooruit, opzij, opzij, opzij…

En dat geldt niet alleen voor Van Aert, Van der Poel of Pogacar; er heeft zich een omvangrijke, universele kopgroep van jonkies gemeld, die het peloton ingrijpend heeft opgefrist. Gedaan met de saaiheid. Het was drie maanden koersen zonder vrees en met een ongelofelijke haast.

Het plezier is terug op het zadel. Wielrennen bestaat nog. Misschien een geluk bij een ongeluk, maar de conclusie kan zijn: goed dat er is doorgezet; goed dat het vizier in een vroeg stadium is gericht op 1 augustus. UCI, ASO en organisatoren hebben het, ondanks alle beperkende bepalingen, wél voor elkaar gekregen. En dat is een compliment waard.

Nu nog komen tot het inzicht dat wielersport gebaat is bij coöperatie van alle gelederen. Dat ASO niet zonder UCI kan of andere actoren. Dat er voor kalenders, sponsors, renners en rensters ruimte wordt geschapen op basis van gelijkwaardigheid. En openheid.

Als UCI-baas David Lappartient aan één tafel kan zitten met Christian Prudhomme moeten ook de ploegen- en de (nieuwe) rennersvakbond, de vrouwen, de pistiers, de veldrijders en (vooruit) de BMX’ers kunnen aanschuiven. Staken tegen te lange etappes in een grote ronde moet anno 2020 niet meer nodig zijn. Gelukkig verschijnen er steeds meer witte rookpluimen aan het wielerfirmament.

Wát een seizoen.

Het slaat misschien nergens op, maar corona lijkt de wielersport te hebben gered. 


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

photo Nico Vereecken/PN/Cor Vos © 2020


 

Leave a Reply