WOUT POELS, MARTELAAR


MUR DE FRANCE


Door: John Kroon

Pavel Sivakov is een concurrent, maar lijkt aan de beterende hand. Thibaut Pinot is ook zeker kandidaat, als Franse renner heeft hij toch al meer talent voor drama. Maar deze rustdag wijst de voorlopige balans toch echt uit dat Wout Poels de grootste martelaar in de Tour de France is.

Twee jaar geleden was die strijd snel beslist. Toen brak Lawson Craddock, rugnummer 13, in de eerste etappe zijn schouderblad. Hij reed die Tour uit en haalde zo elke dag geld op voor een wielerbaan in Houston. Hij bungelde dagelijks achteraan, eindigde die Tour als laatste maar de teller stond na drie weken publiekelijk pijn lijden wel op 167.000 euro. Dat had hij zonder die barst in het schouderblad nooit gehaald.

Wout Poels is zo’n type renner bij wie eerst de benen van de romp moeten worden gescheiden voordat hij eventueel overweegt niet meer op te stappen. Dat bleek in 2012 toen hij bij een val in de Tour een nier en zijn milt scheurde, zijn longen kneusde en drie ribben brak. Onder het bloed en vol adrenaline stapte hij weer op zijn fiets tot de ploegleiding hem de weg afsneed. Iemand moet op zo’n moment de wijste zijn.

Het lijden beperkt zich dezer dagen niet tot Wout Poels zelf, zijn familieleden voelen met hem mee. Sportjournalist Dennis Boxhoorn zocht contact met de familie Poels in Blitterswijck. Wout had zijn broer gebeld nadat hij in Nice, op dag één, op de grond was gekwakt. Hij vertelde Norbert Poels wat de schade was. Direct na de val had hij bloed opgehoest en bleef dat in de teambus doen. De diagnose was een gebroken rib en blauwe plekken op de longen.

Photo: Dario Belingheri/RB/Cor Vos © 2020

Een normaal mens gaat dan de volgende dag niet naar zijn werk.

Norbert vertelde het slechte nieuws vervolgens aan moeder Wilhelmien. En die was gelijk van slag. Ze moest denken aan die harde val van acht jaar geleden. Wout belde haar nu ’s avonds op, terwijl hij op de massagetafel lag. ‘Alles komt goed man,’ had hij gezegd, ‘ik kan morgen starten.’

Dat wil zeggen: bijna elke dag snel lossen en het gevoel hebben dat er mesjes in zijn rug worden gestoken.

Uit het artikel van Boxhoorn in NRC Weekend bleek dat ploegarts Carlo Guardascione dagelijks van alles en nog wat op het lijf van Poels smeert, een pijnstillende pleister op hem plakt en hem nog wat andere pijnstillers laat slikken. Zodat Wout de volgende dag weer vroeg kan lossen. Moeder Wilhelmien krijgt er tranen van in de ogen. ‘Dan zie ik hem zo achteraan fietsen en dan weet ik dat hij pijn heeft. Dat doet mij ook pijn.’

De vraag is: moet Wout dit zijn moeder aandoen, moet hij dit zichzelf aandoen, moet de ploegleiding hem dit aandoen? Wonden likken, rust nemen, herstellen, dan pas weer fietsen. Is dat niet de juiste volgorde?

De renner bepaalt het zelf. Wout Poels is niet gek. Maar ook niet normaal. Een normaal mens stapt af. Poels (nog) niet. Het beste wat er nu kan gebeuren is dat hij in de derde week een etappe wint. Om aan te tonen dat dit eigenlijk maar een dom stukje was. En dan zullen ze hem een held noemen.


Foto: Cor Vos

Leave a Reply