TOMS BENEN VERLIEZEN HET VAN ZIJN GEEST


MUR DE FRANCE


Door: Peter Ouwerkerk

Zodra de wens de vader van de gedachte wordt, moet je oppassen. Héél erg oppassen, dat je niet verblind raakt door je verlangen naar het schier onmogelijke. Ogen dicht, dromen maar. Tja…

Als we nou eens naar de Tour gingen met een ploeg die he-le-maal gericht is op het eindklassement. Wat zeggen we: op de eindoverwinning. Niets minder dan dat. We hebben er nu de renners voor, zorgvuldig bij elkaar gekocht en opgeleid. We zijn er rijp voor. Dan moet je niet van twee wallen proberen te eten, niet óók nog eens gokken op iets anders. Laat je topsprinter voor één keer thuis, alle ballen op de gele trui. In Parijs.

Het project ging een jaar of drie, vier geleden van start. En was in de jaren erna zichtbaar gegroeid. Er was al Steven Kruijswijk, er kwam Primoz Roglic, en nu was zelfs ook Tom Dumoulin bij de ploeg gekomen. Het masterplan zo goed als voltooid. De drietrapsraket stond voor 2020 klaar om de strijd aan te gaan. De nu al té lang durende hegemonie van de Britten van Sky kon eindelijk serieus worden aangevallen.

Iedereen verkneukelde zich. Er werd acht maanden lang over weinig anders gesproken. Kom maar op met die proeve van continentale nieuwlichterij. Team Jumbo-Visma was de naam. In de eerste anderhalve maand zag je de ambities groeien. Tót het seizoen plots moest stilgelegd wegens corona. Ook de wielerwereld liep het gevaar van besmetting.

Alle gele, oranje en rode codes ten spijt, werd er toch een nieuwe kalender samengesteld, met de Tour in september. Ongewoon, maar uitvoerbaar, al had Tom Dumoulin (ook door blessures) in geen 400 dagen een wedstrijd gefietst. De andere domper was dat Kruijswijk anderhalve week voor de Tour een schouderblad ontwrichtte en passen moest voor de Ronde.

Dat de Jumbo’s goed hadden overzomerd bleek al snel uit de uitslagen in klassiekers en etappewedstrijden. Primoz Roglic overtuigde in elke koers die hij reed, Wout van Aert ontpopte zich als alleskunner. Tony Martin was een sterke wegkapitein; Sepp Kuss, George Bennett, Grondahl Jansen waren betrouwbare helpers en Tom Dumoulin groeide met de dag in zijn opdracht: zo lang mogelijk bij Roglic blijven; dan speel je automatisch een rol in het eindklassement. Wie weet zelfs straks op het podium.

De eerste week van de Tour 2020 klopte voor Jumbo-Visma als een bus. Sterker: ze waren nog beter dan vermoed: drie van de zeven etappes – twee voor Van Aert, één voor Roglic. Die waren klaar voor de bergen. Aan heel hun manier van rijden kon je zien dat ze scherp stonden, individueel én als ploeg. Als de beste ploeg.

En toen kwam de zaterdagrit, de eerste in de Pyreneeën. Een etappe met een verwacht scenario: grote groep weg, zonder gevaar voor het klassement, alles onder controle door Jumbo. Tot het hooggebergte eraan kwam: de Menté, de Balès, de Peyresourde. Het ging goed, zolang het niet minder ging. En dat momentum kwam er opeens wél. Jansen: niet gezien. Martin: er eerder af dan gebruikelijk. Gesink: tikkie te fanatiek, eraf. Kuss: verre van de derde man uit eerdere etappes. Van Aert: sterk totdat zijn karwei erop zat. Bennett: onrustiger dan gewoonlijk. Tót Roglic op de Peyresourde alleen nog Dumoulin voor zich had.

Photo Alex Whitehead/SWpix.com/Cor Vos © 2020

De zeven dagen lang onaantastbare ploeg, die perfecte ploeg, bleek opeens kwetsbaar. Wie moest wat, wie kon er nog wat? Dumoulin had besloten de overzichtelijke groep klassementsrenners wat verder uit te dunnen, maar was dat ook nodig? In zijn actie school een groot gevaar. Hij had al eens eerder geklaagd over niet zulke goede benen, maar dat was ‘typisch Tom’. Toen hij na een paar honderd meter opeens omhoog stuurde en Roglic c.s. moest laten gaan, zat de Sloveen alleen.

Dumoulins benen hadden het van zijn geest verloren.

Dat is sport: niet altijd voorspelbaar. Gelukkig maar. Nog niets verloren, maar ook zeker nog niets gewonnen in deze Tour van – zo het zich laat aanzien – niet-verwachte uitersten. Zó zie je Romain Bardet met een bloedende elleboog rondrijden, en zo is hij op een haar na de nieuwe geletruidrager. En zo blijkt Bardets ploegmaat en ritwinnaar Nans Peters zowaar Nederlandse grootouders te hebben…

Zodra de wens het vaderschap van de gedachte gaat claimen, begint het link te worden. Onaantastbaarheid bestaat niet, blijkt maar weer.


Photo VK/PN/Cor Vos © 2020


Leave a Reply