WIELRENNEN IN EEN RONDJE


Auteur: John Kroon

Dat was hem dus: de Amstel Gold Race over een besloten circuit van een kleine zeventien kilometer dat zevenmaal (vrouwen) of twaalfmaal (mannen) moest worden gerond. Een Amstel Goldrace zonder de Eyserbosweg, de Keutenberg en die andere heuvels die ooit in een vlaag van Zuid-Nederlandse overmoed de betiteling berg hebben gekregen. Een grotendeels publieksloze koers bovendien, een eveneens door omstandigheden (corona) noodzakelijk geworden gebrek.

Dion Kerckhoffs/Cor Vos © 2021

Nochtans een klassieker die zowel bij de vrouwen als bij de mannen een prachtige finale bracht, met winnaars, Marianne Vos en Wout van Aert, die vermoedelijk bij dezelfde supermarktketen hun levenswaren halen.

Maar vooral een koers die opnieuw bewees dat een (deels) kort circuit een aantrekkelijk wedstrijdverloop niet in de weg staat. Zoals ook wel bekend was van vele WK’s en bijvoorbeeld ook al jarenlang van de Brabantse Pijl.

De Amstel Gold Race 2021 leerde menig televisiekijker ook een nieuw woord: assistent-plasser. Dat bleek een ploeggenoot van Primoz Roglic te zijn die zijn Sloveense kopman terzijde reed toen die even zijn vocht langs natuurlijke weg richting de berm stuurde. Ongetwijfeld hield deze knecht, qua status vergelijkbaar met een muurligger op het voetbalveld, nauwlettend in de gaten uit welke richting de wind woei.

Assistent-plasser, dat hoorde je bij de VRT. De NOS had iets anders bedacht: dat bij doorkomsten op de Limburgse heuvels alleen de namen van de renners die door deze omroep kennelijk als favoriet waren bestempeld, in beeld werden gebracht. Anders zou het maar te moeilijk worden voor de kijkers. Zo ontbrak bij een van de laatste passages op de Bemelerberg de naam van Schachmann. De Duitser dus, tweevoudig winnaar van Parijs-Nice, die tot aan de streep deel uitmaakte van de kopgroep van drie. Gelukkig zei verslaggever Herbert Dijkstra dat Schachmann bij de renners hoorde van wie je de namen ‘vooraf had opgeschreven’. Moeten ze nog maar eens evalueren bij de NOS.

Dat deze wielerwedstrijd in het groengekleurde Limburg, met zulke aanstekelijke inspanningen van jonge renners als de Nederlander Ide Schelling en de Belg Mauri Vansevenant, zo boeiend was, is niet alleen relevant omdat het verloop zich deze keer voltrok op een door nood gedwongen geamputeerd parcours. Het is ook een constatering die voor de toekomst van de koers in het algemeen van belang is. Daarvoor is het essay van betekenis dat Martijn Sargentini in de jongste editie (nummer 72) van De Muur schreef. Dat ging over de vraag of het wielrennen langzaam maar zeker van de openbare weg naar besloten rondjes op een vast parcours zal worden (of al wordt) verplaatst. Interessant onder meer om wat Thorwald Veneberg, oud-renner en tegenwoordig directeur bij wielerbond KNWU, daarin voorzag: dat het steeds moeilijker zal worden om koersen van A naar Z te organiseren, met alle vergunningsaanvragen,  veiligheidsmaatregelen, politie-inzet en andere rompslomp waarmee dat gepaard gaat. Zeker in Nederland, waar burgemeesters in het algemeen een tikje minder wielergek zijn dan bijvoorbeeld in Vlaanderen.

Dus ligt het voor de hand dat koersen van A naar Z steeds vaker zeven- tot twaalfmaal van A naar Z zullen gaan, met telkens ook weer lastige passages tussen B en Y.

Het klinkt niet aanlokkelijk, een Amstel Gold Race zonder Keutenberg en Eyserbosweg. En misschien is een circuit denkbaar waarin een ommetje langs ook die heuvels is opgenomen. Maar toch. Liefhebbers van afwisselende landschappen zullen het niet graag horen, want een parcours tussen Vilt en Vilt klinkt minder exotisch dan een wedstrijd van Milaan naar Sanremo, maar een feit is dat deze Amstel Goldrace een lang stuk boeiender was dan die oeroude Italiaanse klassieker.

Dankzij de renners. En dankzij het parcours.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

photo NV/PN/Cor Vos © 2021


Leave a Reply