SPRINTEN TEGEN DE HERINNERING


Auteur: Bert Wagendorp

Fabio Jakobsen is terug in koers. Ik zag ’m zondagmiddag op een vierbaans snelweg fietsen in de Ronde van Turkije. Het zag er niet al te gezellig uit, maar Jakobsen vermaakte zich opperbest. Hij kreeg schouderklopjes van zijn collega’s en hij zag er blij uit. Hij waagde zich nog niet aan de sprint, maar dat zal niet lang meer duren. De lezer van De Muur, die hem inmiddels goed kent uit Menno Haanstra’s prachtserie Fabio & Julius, weet dat Fabio Jakobsen een positief en optimistisch mens is en een lefgozer bovendien.

Dat hij daar gewoon weer fietste, acht maanden na zijn horror-crash in Polen, was eigenlijk een wonder. Eerlijk gezegd gaf ik er geen cent meer voor, nadat ik hem door de lucht had zien vliegen en de eerste berichten over zijn fysieke toestand binnen druppelden. Het herstelvermogen van de wielrenner is wonderbaarlijk, maar in dit geval had ik er toch een zwaar hoofd in. En dan zouden op de een of andere wonderbaarlijke manier alle lichaamsfuncties van Jakobsen weer zijn hersteld: hoe zou het dan zijn met de geestelijke schade?

Zou hij ooit nog in een smal gaatje durven duiken, tweehonderd meter voor de finish, met links en rechts gelijkgestemde kamikazepiloten naast zich? Of zou er in zijn brein een extra alarmsysteem zijn aangelegd dat hem op zulke momenten telkens weer herinnerde aan de potentiële fatale gevolgen van een risicovolle beslissing?

Zou hij het noodlot nog wel voldoende durven tarten?

Ik heb in het verleden sprinters gesproken – ook die meerdere Touretappes op hun naam hadden en die niet terugdeinsden voor manoeuvres die je de haren te berge deden rijzen – die er op zeker moment achter waren gekomen dat de doodsangst hun lijf was binnen geslopen. Daarna wonnen ze opeens een stuk minder.

Soms had het te maken met leeftijd, de dertiger zit anders in elkaar dan de 22-jarige. Soms wogen de risico’s niet langer op tegen de mogelijke revenuen, een beter contract of een lucratieve transfer – ze hádden al een supercontract. Soms zagen ze in de sprint het hoofdje voor zich van hun eerste kind – en knepen ze in de remmen.

De sprinter heeft doodsverachting nodig, en die is niet altijd onbeperkt voorradig. Er komt een moment waarop de verblindende werking van testosteron het aflegt tegen de neiging tot voorzichtigheid. Winnen oké, maar niet meer ten koste van alles.

Of Fabio Jakobsen ook de blessures aan zijn geest zal weten te overwinnen weten we nog niet. Dat weet hij zelf niet eens. Hij heeft zijn leeftijd (24) mee, maar de eerste sprint waarin hij weer echt meedoet zal het moeten uitwijzen. Fabio lijkt me een ongecompliceerde jongen, dat is een voordeel. Zijn honger naar overwinningen is nog lang niet gestild, hij weet dat hij met drie goede zeges weer op de goeie weg is om wielermiljonair te worden. En hij heeft nog geen kind.

Maar na de etappe in Turkije zei hij dat hij een paar keer bang was geweest. Angst is goed, zo lang het je niet verlamt. Angst moet slijten, maar soms is het van roestvrij staal.

Op 14 mei maakt Dylan Groenewegen zijn rentree in de Ronde van Hongarije, na negen maanden schorsing. Fysiek verschilt zijn situatie van die van Jakobsen, maar ik denk dat in zijn hoofd dezelfde tergende vraag speelt: durf ik het nog? Misschien zelfs nog scherper: Groenewegen kan zich nooit meer een risicovolle manoeuvre veroorloven, omdat hij snel als een recidivist zal worden gezien.

In de sprints van Jakobsen en Groenewegen doet voorlopig – en misschien wel voorgoed – altijd een gemene tegenstander mee: de herinnering.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


Leave a Reply