WAT ZEGT DE MENS DUMOULIN TEGEN DE WIELRENNER DUMOULIN

Auteur: John Kroon

Tom Dumoulin – Photo: Luca Bettini/SCA/Cor Vos © 2022


Wie de dofheid in zijn ogen zag en de twijfel en wanhoop in zijn stem hoorde, vreesde het einde te aanschouwen van Tom Dumoulin als wielrenner. Dat hij ergens in de heuvels in de buurt van Turijn zijn laatste 50 kilometers had gefietst. Dat DNF achter zijn naam in de veertiende etappe van de Giro d’Italia het treurige sluitstuk van een markante carrière zou markeren.

Zover hoeft het natuurlijk niet te komen. Maar zijn woorden en zijn blik, vastgelegd door de NOS, stemden niet optimistisch. ‘Ik kom gewoon niet vooruit. Ik ben leeg en krijg geen kracht op de pedalen zonder dat het overal pijn doet. Het zit er gewoon niet in,’ zei hij. En: ‘Ik weet het niet.’

Vooral dat laatste klonk zo uitzichtloos. Problemen met de kniebanden, een breuk in het sleutelbeen, maagkampen, koorts – dat zijn heldere indicaties. Dan willen of mogen de benen niet meer malen.

Maar met Dumoulin is er ‘iets’. En dat iets kan van alles zijn, maar is vooralsnog een raadsel. Met zijn rug ging het alweer beter, klonk het vanuit Jumbo-Visma. Daar was hij tijdens een rustdag in de Giro bij het aankleden doorheen gegaan, vertelde zijn ploeggenoot Koen Bouwman. Ook zoiets – dan moet je zelfs bij het tandenpoetsen al gaan uitkijken.

Tom Dumoulin wordt al jaren achtervolgd door fysieke malheur en psychische twijfel die leidt tot een mentale tweestrijd. Een intern debat tussen mens en wielrenner. De rationalist zegt: stop nou maar met dat fietsen, het is mooi geweest, er is meer in het leven. De liefhebber antwoordt: maar ik vind het soms nog zo leuk, dat wielrennen.

De rationalist kreeg het gelijk al eens aan zijn zijde, begin 2021, toen Dumoulin aankondigde voor onbepaalde tijd met zijn sport te stoppen. De liefhebber zag enkele maanden later de Amstel Gold Race van nabij, stapte weer eens op de fiets en kreeg de smaak opnieuw te pakken.

Wielrenner Dumoulin werd dat jaar Nederlands kampioen tijdrijden, zijn specialisme, en haalde daarin op de Olympische Spelen een alleszins bevredigende zilveren medaille. Leven en sport lachten hem weer toe.

2022 moest dan maar het jaar worden van zijn glorieuze terugkeer in de Ronde van Italië die hij drie jaar geleden in de vijfde etappe met een pijnlijke knie voortijdig had verlaten.

Weg uit Italië – het land waar hij zijn grootste succes boekte met het winnen van de roze trui in 2017, hetzelfde jaar waarin hij ook wereldkampioen tijdrijden werd. Een jaar later werd hij zowel in de Giro als de Tour de France tweede in het eindklassement. Geen Nederlandse renner die hem dat nadoet.

Maar heimwee naar de successen van weleer kan een blokkade zijn wanneer de realiteit van vandaag aangeeft dat ereplaatsen in grote rondes er niet meer in zitten, dat een jongere generatie harder fietst, dat andere renners, ook ploeggenoten, beter blijken te zijn in tijdritten.

Dan komt de vraag van de rationalist aan de orde of de investeringen die een wielrenner moet doen in de vorm van harde trainingsarbeid, de zorg die hij zijn lichaam moet geven, de opofferingen die topsport van hem vergt, wel voldoende rentabiliteit opleveren. Leiden de geleverde inspanningen en die eeuwige pijn die met hardfietsen gepaard gaat voor de liefhebber tot het gewenste succes?

Het is maar welke eisen je aan dat succes stelt. Wielrenner Tom Dumoulin bewees eerder in deze Giro hoe nuttig hij als superknecht kan zijn, toen hij in alle dienstbaarheid ploegmakker Koen Bouwmans bijstond bij diens vlucht naar een etappezege. ‘Dat er een voormalig winnaar van de Giro voor mij als simpel knechtje op kop rijdt, dat is echt bijzonder te noemen,’ zei Bouwmans daarover.

Het zijn woorden om te koesteren. Robert Gesink werd ooit een grote toekomst als ronderenner voorspeld – in 2010 werd hij vierde in de Tour. Het kwam er niet van en vele jaren later besloot Gesink, tevens specialist in het overwinnen van fysieke tegenslagen, meesterknecht te zijn voor de betere renners in zijn ploeg. Roglic bijvoorbeeld. Of Dumoulin.

Het is een rol die Tom Dumoulin nog altijd zou kunnen vervullen, zoals Tony Martin dat in zijn nadagen kon. Bij Jumbo-Visma, waar Dumoulins contract dit jaar afloopt, of elders. Eind dit jaar wordt hij 32, dat is precies de leeftijd waarop schaatsster Carlijn Agtereekte, ook Jumbo-Visma, onlangs besloot wielrenster te worden. Vorige week trainde ze met ploeggenoten als de 35-jarige Marianne Vos in Sittard-Geleen, om precies te zijn: in het Tom Dumoulin Bike Park.

32 jaar: een mooi moment voor een draai aan je loopbaan.

Gelukkig is er maar één die daarover beslist. Dat is Tom Dumoulin. Laten we hem een goed gesprek met zichzelf toewensen, in de wetenschap dat hij hoe dan ook prachtige successen heeft geboekt.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Tom Dumoulin – Photo: Miwa iijima/Cor Vos © 2022


 

Leave a Reply