IS VERONA NOG VER?

Auteur: Peter Ouwerkerk

Mathieu Van Der Poel / Photo: Luca Bettini/SCA/Cor Vos © 2022


Hongarije, Girostart 2022. Het is deze maandag pas de eerste echte rustdag, maar het lijkt alweer maanden voorbij. Zelfs Sicilië is in de herinnering al een poosje opgedroogd. Zó snel gaat de tijd: zo snel als een korte, perfecte tijdrit. In de jaren zeventig wachtten er nog uurwerkoperaties van dik boven het uur.

Italianen toveren voor hun Giro d’Italia altijd iets feestelijks op tafel. Primo piatti, secondo piatti en – niet vergeten – een nagerecht. Alles in de Giro is nu eenmaal bezielend; in Italië gloeit nog iets van romantiek. De Giro is de fatsoenlijke uitvoering van de Tour de France.

De Tour is een dagelijkse, té megalomane gooi- en smijtpartij geworden. Daar zijn het de steeds verder opdringende commerciëlen die dag in, dag uit hoog spel spelen, met een tolerantiegrens waarin de menselijke maat van renners en hun gevolg amper nog telt. Tourvolk moet altijd maar door, door, dóór. De Giro is veel minder uitgekookt, heeft nog iets fris.

Rustdagen zijn er om een tussenbalans op te maken. Stil te staan bij wat (ook nu weer) voorbijvloog en wat opmerkelijk mag worden genoemd, zéker bekeken door een Nederlandse bril.

Wel, we hebben negen etappes gehad. Mathieu van der Poel was de daarin de meest succesvolle: een ritzege en drie dagen roze trui. Maar de andere etappewinst was zeer welkom en wel zo onverwacht: Koen Bouwman, die de kroon zette op een Nederlandse finale in Potenza, meteen goed voor twee dagen blauwe bergtrui.

Dat is weleens anders geweest. Sterker: er waren jaren dat er niet eens een Nederlandse ploeg naar ‘de laars’ toog. Joop Zoetemelk bijvoorbeeld, ‘onze’ beste Nederlandse ronderenner, heeft nooit een Giro gereden. Franse ploegen hadden slechts bij hoge uitzondering interesse in een Italiaans avontuur.

Pas tegen de tijd van Erik Breukink begon Peter Post groter en ruimer te denken en kon de Giro in het jaarprogram worden opgenomen.

Dit jaar stonden er zeventien Nederlanders aan de start; een record. Het is de eerste ‘week’ zeker niet onopgemerkt gebleven. In totaal noteerden Nederlandse renners al veertien top-tienplaatsen in de daguitslagen.

Mathieu van der Poel doet nog eens dunnetjes over waarmee hij vorig jaar in de Tour het peloton en de klassementen op stelten zette. Het aanstekelijke en uitdagende wielrennen van Mathieu, met in zijn kielzog een flinke sliert gelijkgezinden, lijkt verankerd in de moderne opvattingen over koers. Op de meest verrassende momenten ten aanval, wie denkt te linkeballen gaat in het grote boek, profiteurs worden ‘geslacht’ en en course zoek gereden. De grote winnaar is het publiek.

Minder helder is de periode waarin Tom Dumoulin zich bevindt. De enige Nederlandse Girowinnaar noopt telkens tot andere conclusies. Zijn ‘proloog’ in Boedapest was bemoedigend; tweede achter Simon Yates – hij kon er zeker mee leven. Maar op de Etna trok Dumoulin weer een gezicht vol twijfel. In de kopgroep met drie Nederlanders naar Potenza was hij vol overgave de meesterknecht voor vriend Koen Bouwman. Maar op de Blockhaus stond zijn gezicht wederom op onweer.

In negen dagen twee keer álles en twee keer niks. Je bleef achter met ‘hij heeft het goede gevoel terug’, én ‘de Tom van Giro 2018 zien we nooit meer’.

Dat we ooit op een grootse stunt van Koen Bouwman zouden worden getrakteerd, was zeker niet onmogelijk, zijn adelbrieven waren al langer veelbelovend. En waar kopmannen niet ‘op zeker’ excellerend zijn, mag iedereen zijn kans. Het werd Bouwmans mooiste dag uit zijn sportieve leven. Zoals ook Bauke Mollema en Wouter Poels hun dromen nog hopen aan te vullen.

Aangenaam kennismaken was het de eerste week ook met twee jonkies, beiden beschikkend over een Nederlands paspoort: Gijs Leemreize en Thymen Arensman. De eerste was een keer mee in een ver dragende vlucht (zesde), Arensman onderscheidde zich al met twee tiende plaatsen. Het deed zijn kopman Romain Bardet goed dat Betuwenaar Arensman zich tot zo diep in de finale van de Blockhaus wist te handhaven. Al een keer tweede in het eindklassement van de Tour de l’Avenir, pas 22 jaar, dat belooft wat.

Wilco Kelderman? Blijft hij een keer heel, mist hij de slag als hij lekrijdt aan het begin van de finale, verliest hij ruim tien minuten. Dag klassement, terug naar plan B: op het juiste moment gaan voor een dagprijs. Net als Simon Yates… Je kunt in de proloog verrassen, maar in de bergen alsnog een kruis over je ambities moeten maken. Cees Bol, de aankomend supersprinter? Op de rustdag éven naar de wasstraat – was het maar zo eenvoudig.

Terug naar Mathieu van der Poel. Hij heeft al bewezen dat hij álles kan winnen, in ieder geval alles buiten de grote ronden. Maar: zelf ingezette ontsnappingen op 145 kilometer voor de meet zijn iets anders dan drie weken alles en iedereen in de gaten houden en overvleugelen. Dat doe je niet zomaar. Is wat anders dan een paar opgerolde mouwen.

De Giro uitrijden lijkt mij geen enkel probleem voor hem. Hoewel, maar toch… Hoe zuchtend hij zondagmiddag op de Blockhaus van zijn fiets stapte…. Ook MvdP is maar van vlees en spieren, kortom maar een mens.

Begin jaren zeventig van de vorige eeuw heb ik ooit geschreven dat Fedor den Hertog nooit Olympia’s Ronde zou winnen. Simpel omdat Fedor weer heel andere dingen op de fiets kon dan andere potentiële twijfelaars. Niemand die hem daarvan kon afhelpen, laat staan overtuigen. Twee jaar later won Fedor de Verschrikkelijke Olympia’s Ronde alsnog. Ik heb hem mijn nederige excuses aangeboden.

Dus, Mathieu: Is Verona nog ver? Voor deze Giro uiteraard zelfs té ver. Maar wat niet kan, kan in zijn uitzonderlijke geval wellicht juist wel…


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Foto: Fedor den Hertog / Cor Vos

 

Leave a Reply