‘WAKKER WORDEN…!’


MUR DE FRANCE


Door: Peter Ouwerkerk

‘Wakker worden…! Wakker worden…!’

Ik lag op de bank, schrok en kon het bevel niet meteen duiden. Het was diep in de zondagmiddag en ik had mijn strijd tegen het luiken van de ogen grandioos verloren.

Wie wás dat? Wie had mij daar zojuist bevolen dat ik me… Ja, dat ik wát eigenlijk?

De tv stond aan. O ja, de Tour… Tweede etappe, ergens tussen Nice en Nice. De omgeving was weer adembenemend, er vloog een adelaar hoog boven bossen, ruïnes en kastelen – how nice! Zes van de acht vluchters op kilometer nul waren nog altijd bezig met hun weinig interessante voorprogramma op de tweede dag van de 107e Tour de France. Nou ja, Peter Sagan had zijn ambities voor een achtste groene trui bloot gelegd.

De afgestudeerde Tourkijker voelde aan zijn theewater hoe de etappe zich tot in detail zou ontwikkelen. Ze reden nu al bijna vier uur lang met drie minuten voorsprong het peloton handhavers vooruit. Mathematische discipline, vergeefse moeite,– knap eigenlijk. Het laatste uur zou het uur worden van de Alaphilippes, de Adam Yates’, en nog een paar oersterke finishers op een parkoers dat veel weg had van de Poggio-finale naar Sanremo.

Ik was even weggezakt. In dromenland. Mocht ook wel na de duizelingwekkende openingsrit van zaterdag, waarin zoveel gebeurd was dat ik misselijk wakker was geworden. De gedachte alleen al aan wat Lotto Soudal was overkomen: eerst die twee/vier valse/correcte coronatesten en nu daar bovenop de knikkende knieën van Philippe Gilbert en John Degenkolb.

Had het allemaal niet een beetje minder gekund? Moest dat nou echt, al die tien (of nóg meer?) valpartijen; al die tomeloze driften; al die verwijten over en weer? Koers is koers – jawel. Maar een mens is een mens. Levens zijn levens. En het is niet meer dan logisch dat zes maanden stilstand tot onvermoede erupties leidt.

Dat renners zijn dan net veulens, bokkige geiten, net kinderen in hun eerste speelkwartier. En dat hun begeleiders klaar staan met de zweep; en die op hun beurt weer worden opgejaagd door sponsors. Naar buiten…! Voort..!

‘Wakker worden…! Wákker worden…!’

Hé… wat moet dat, joh!?  Rústig maar!

Het was de nieuwe Tour-tv-commentator op Nederland 1. De vervanger van Herbert Dijkstra (pijn in zijn rug): Joris van den Berg (een voor velen nog mysterieuze kracht in de sport; geen familie). Joris zat met co-commentator Maarten Ducrot ergens in een Hilversumse bezemkast naar de beelden uit Frankrijk te kijken. Ducrot was Stef Clement komen aflossen als analist. Clement had zijn (verstandige) zegje gedaan, Ducrot filosofeerde als vanouds verder.

De oud-renners probeerden uit te leggen waarom veel dingen zijn zoals ze zijn, gebeuren zoals ze gebeuren. Dat een Tour drie weken duurt, dat je zuinig op jezelf moet zijn, vóór alles goed moet zijn in de laatste week, wilde je het hoogste bereiken onder de gele maan.

Dat je niet moet smijten met je krachten, dat forceren in week één of twee totaal geen zin heeft, dat je je als wielrenner in het algemeen en een Tourrenner in het bijzonder niet gek moet laten maken door de idiote gedachte dat je de Tour ook al op de tweede dag kunt winnen. Dat is wielrennen als een kip zonder kop.

‘Wakker worden…! Wákker worden…!’

Ik wás van schrik al wakker geworden. Maar Joris’ commando bleek niet voor pauzerende wegzakkers als ik bedoeld. Zijn oproep was gericht aan het in zijn ogen passieve peloton. Joris verveelde zich te pletter.

‘Er wordt wel hard gefietst, maar ze koersen niet,’ zei hij ook.

Nee Joris, ze dachten na; over de dagen die nog komen gaan.

Overigens ben ik van mening dat je niet in elke etappe vier bergen hoeft op te nemen. En dat je van 150 km-etappes – en dus een uurtje minder –óók je vingers kunt aflikken.


Foto: Cor Vos

Leave a Reply