WAAR WAS PELLO, WOUT?


Auteur: Peter Ouwerkerk

Jammer Wout, jammer…

Wat heb jij ons vermaakt! Je hebt ons de tweede Tourhelft spanning, sfeer en sensatie bezorgd op een terrein waar Nederlandse renners lange tijd niet te zien waren: de bolletjestrui voor de beste klimmer. Zeg maar de King Of The Mountains.

Maar het mocht niet zo zijn. Net te weinig punten voor de eindwinst. En hoe dat nou kwam?

Ik heb maar eigenlijk maar één vraag, Wout: wáár was Pello Bilbao op het moment dat jij hem nodig had? Bilbao, jullie beste klassementsrenner, randje top 10, niet genoeg voor een plek in de eeuwigheid, maar wel te beroerd om jou één keer te helpen.

Geen poot heeft ie naar je uitgestoken. Geen meter voor je op kop gereden. Pello was er alleen voor zichzelf. Toch moet hij geweten hebben dat jullie allebei voor dezelfde ploeg rijden.

Woensdagavond nog had Pello dezelfde Franse dopingpolitie op bezoek gehad als jij. Op zoek naar een verklaring voor de prima uitslagen die er de laatste tijd door renners van Bahrain Victorius waren behaald.

Jij en Pello hadden verbleven in hetzelfde hotel, op dezelfde verdieping. En toen ineens: politie over de vloer. Wielrenners zoeken elkaar juist dan op. Om elkaar een beetje te troosten. Soms is wielrennen een heel solidaire, sociale sport. Kopmannen, knechten en helpers – allen voor één. Iedereen heeft zijn taak,

Wij mogen toch wel aannemen dat ook Bilbao (mooie stad overigens) wist hoe jouw bollentrui er de laatste dagen bijhing? Wat jouw kansen waren in het bergklassement.

Er was een bloedstollende strijd gaande; nog vijf, zes kandidaten voor de eindwinst. Iedereen was aan het rekenen geslagen, varianten genoeg. Alle data waren in een blender gegooid en er rolde een bingoformulier met 144 mogelijkheden uit. Plus, min, gedeeld, verdubbeld, vermenigvuldigd, herberekend. Als die renner daar of daar, zoveel of even weinig scoort, zijn jouw kansen optimaal.

Hele verhandelingen op radio, tv en sociale media. Maar het enige echte houvast was: als jij, Wout Poels, als eerste de Tourmalet kaapt, heb je de bergtrui in de pocket. Makkelijk gezegd, moeilijk genoeg, met o.a. ook kansen voor Pogacar, Vingegaard, Woods, Alaphilippe zelfs.

Het levert boeiende Tour-kilometers op. Het is een gevecht in een gevecht, waarvan je vinger likkend getuige bent. Zeker ook omdat het hier een landgenoot betreft die er met een klassement vandoor kan gaan. Elke berg nieuwe kansen.

Maar de ontknoping… Jammer, hoe helaas…

Wout, je had gehoopt op een vroege vlucht met individuen, die kansloos waren voor de bergtrui. Maar dat soort gasten, weet je zelf ook, zijn niet de minsten in deze fase van de Tour. Wie nog iets kan ondernemen in de slotweek zal niet gauw breken. Die is uitgehard; is er net zo een als jij. Zo iemand als Alaphilippe. Die gaat ook altijd.

Maar ‘JaJa’ is nooit top geweest, deze Tour. Hij moet ook nu, tegen beter weten in, blijven hopen op een wonder. Hij maakt nog een combinerondje bij zijn medekoplopers, maar de vier Franse vrienden komen niet overeen. Jaja’s plan loopt spaak, op de flanken van de Tourmalet.

Jij Wout, jij ziet het geamuseerd aan, Jij houdt je rustig en komt op je gemak terug bij jóúw uitdagers. In de slotmeters van de Tourmalet ga je in gevecht met Woods: je laat je niet gek maken, pikt en passant een paar puntjes mee, en je toekomst oogt niet bepaald onaangenaam.

Op naar Luz Ardiden dan. Nog eentje dan. De Fransen doen alsof het nog steeds 14 juli is. Gaudu voorop. Maar ook Gaudu krijgt minder Fransen in gang dan gehoopt. Gaudu wordt vermorzeld door een plots weer opgetuigde Ineos-trein. Het pelotonnetje decimeert van vijftig tot pakweg twintig en er zullen er nog meer aangaan.

Jij, Wout, jij nog heel lang níét. Om klokke vijf lijkt jouw laatste uur geslagen. Maar tien minuten verder ben je op eigen kracht terug. Eigen tempo, je niet over de kop jagen. Rustig richten op het laatste wiel vóór je.

Hé, daar zit ook Bilbao nog…! Zes renners vóór je: Pello Bilbao, jouw ploegmaat! Hij doet alsof hij jou niet ziet – jij ziet hem wel. Maar het komt geen moment in je op Bilbao om steun te vragen. Nooit es van ‘Hé Bilbao, ik rijd hier voor de bergtrui, hè! Help es een handje…’ Stom? Wout is Wout, hè. Een goedlachse Blitterswyckse Limburger.

Tien over vijf. Bilbao houdt de meubels nog altijd droog, Wout moet opnieuw de rol lossen. Zeg maar dag tegen de tien mannen die dra aan de echte finale beginnen. Maar ook die tweede afhaker is nog geen definitivo; Wout toont zich nóg een keer. En breekt.

Tien voor half zes. Op de eerste echte aanval van Pogacar moet hij zich gewonnen geven. Derde keer scheepsrecht. Nog vier kilometer koers, tot zover. Wout verliest de bollentrui. De nummers twee en drie van het klassement pikken nog wel in. De finish is exact gelijk aan die van de Col du Portet.

Maar… Waarom heeft Bilbao niet de opdracht gekregen bij Poels te blijven? Waarom nam Bilbao jou geen ogenblik op sleeptouw. Je moet het hem toch maar eens vragen, Wout. Wielrennen is toch niet voor niets een individuele- én teamsport ineen?

Beste Wout, je hebt dagenlang je stinkende best gedaan. Je hebt je krachten zo zuinig mogelijk verdeeld, je hebt alle plannen in je hoofd getest op haalbaarheid. Je hebt je gespaard op de eerste twee heuvels van vierde categorie, je hebt je niet laten verleiden door foute berekeningen van theoretici, je bent er vol ingegaan op de Tourmalet. En je wordt geklopt in de laatste 4,8 kilometers van Luz Ardiden. Dat kan.

Maar niet door een lamlendige eigen ploegmaat.

Naar de bollen? Nou de bállen, zul je bedoelen.


Gedurende de Tour de France zal er in dit weblog dagelijks een column verschijnen, geschreven door John Kroon, Peter Ouwerkerk en Jeroen Wielaert.

photo GvG/PN/Cor Vos © 2021


Beeld: Cor Vos ©2021

Leave a Reply