EEN WISSELEND FEEST


Auteur: Jeroen Wielaert

In Saint-Lary-Soulan heb ik vergeefs gezocht naar een café dat open was. Dat was verbazend. Gewoonlijk is er altijd wel een etablissement te vinden in zo’n skidorp, net als vorige week in Bourg-Saint-Maurice, de Alpen. Als stamgast van de Tour heb ik niets meer te zoeken op aankomsten bergop en zoek ik liever een goeie kroeg met een groot scherm om tussen de mensen te zijn en lekker naar de televisie te kijken.

Het was al niet meteen feestelijk, op deze Quatorze Juillet, de Franse nationale hoogdag. Het weer had in de morgen de grijze trui aangetrokken. De mensen langs de weg stonden langs de route in regenjacks, scholen samen onder paraplu’s. Het viel me op dat heel weinigen hun mondkapjes droegen, tegen de verplichting in, door de overheid verordend wegens de rond tierende Covid-variant D. Er rijden veel gendarmes rond in de Tour, maar er is geen beginnen aan om iedereen langs de weg aan te spreken op hun kapje.

De Tour blijft de onuitroeibare variant T. Sinds 1903 een epidemisch evenement, door gans de natie trekkend met alles van gevaar en huiver en statistieken met pieken en dalen, een besmetting van 118 jaar oud, koorts die voortwoekert in etappes, met aanzienlijke temperatuurstijging bij de mensen langs de weg, die ter plaatse direct weer zakt na het voorbijgaan van het tergend tentakelige monster, terwijl het vele miljoenen mensen drie weken lang voor de televisie in thuis-quarantaine houdt. Waar ook is het kijken naar de onzichtbare turbulentie van aerosolen, met een air van feestelijke lichtheid bij het zien van de hijgende acteurs die zwaar moeten trappen.

Maskers? Onderweg kom ik langs de vertrouwde opstellingen en panelen die vertellen dat ze weer open zijn: Jojo le Clown, Jojo le Coq, Haya L’Abeille. Potsenmaker. Haan en Bij: ze hebben hun feestkostuums al aan, maar nog niet hun maskers opgezet. Een paar uur voor de renners komen lopen ze bij hun campers rond of zitten ze in hun klapstoel met hun gegroefde koppen van oude kerels. Steeds worden ze ouder, maar ze blijven komen, net als Didi de Duivel uit het oude Oosten van Duitsland. Hij heeft pensioen, budget genoeg om rond te ijlen.

Ik kom door Luchon, rijd onder de platanen door in het centrum van deze bronnenstad, een van de meest klassieke plaatsen van de Tour, altijd een feest om binnen te komen, of het nu de 14de juli is of niet. Het gaat de Col de Peyresourde op in de tegengestelde richting van de aankomsten van de moderne Tour-edities, inclusief die adembenemende afdaling van Chris Froome, gestroomlijnd op zijn stang. Bij het naar beneden rijden zie ik de plek weer waar ik ooit Gert-Jan Theunisse en Steven Rooks samen zag afstappen – het was een klim te veel na hun topjaren.

In Saint-Lary-Soulan kom ik bij de rotonde waar de omrijders van de media het parcours op kunnen rijden. Voor mij is het de beste plek om de route te verlaten. Er is een afslag naar Vielle-Aure, ik probeer maar wat, er staat een bord van Logis de France Aurelia. Ze hebben daar vast een gelagkamer met tv. Eerder al staan er grote donkerrode parasols langs de weg. Het is skicafé Hors.Piste.

Er is een tafel vrij achter een stel Italiaanse fietsfans. Goed zicht op het grote scherm buiten. Voor me zit een man alleen aan een aparte tafel. Hij heeft net als de Italianen koerskleding aan, een broek met Ineos op de pijpen. Eerst maar een zien hoe het in koers is. Twee Fransen voorop, Perez en Godon. Mijn Cola komt.

Ik kijk weer naar de Ineos-man. Hij heeft een kaal hoofd, zit een beetje op zijn mobieltje te loeren. Sir Dave Brailsford. Op een meter afstand voor me. De man die ik omringd heb zien staan door hagen camera’s in de tijd dat hij de mastermind achter de Britse Revolte was, de aaneensluiting van de Engelse Tourzeges van Bradley Wiggins, Chris Froome en Geraint Thomas.

 

Nu zit hij daar als een Heer zonder Koninkrijk. Een man die eruitziet alsof hij niet gezien wil worden – aanblik van eenzaamheid, zonder enige innigheid van Ineos. Ik besef dat Sir Dave ook die schaduwkant weet te managen. Hij staat op, gaat binnen afrekenen en fietst weg. Ook deze Tour is geen feest voor hem.

Perez en Godon worden bij de rotonde nog genoemd als het Franse duo op kop tijdens het Nationale Feest. Ook dat gaat voorbij. Tadej Pogacar viert op de Portet liever zijn eigen feest. 


Gedurende de Tour de France zal er in dit weblog dagelijks een column verschijnen, geschreven door John Kroon, Peter Ouwerkerk en Jeroen Wielaert.


Beeld: Cor Vos ©2021


Leave a Reply