TRANEN OVER KATOWICE


Auteur: Peter Ouwerkerk

Hoe heet waren zijn tranen. Hartverscheurend heet.

Zelden zulke tranen gezien. Bij turnmeisjes misschien, al weten we nu waar dat van komt.

Het was vrijdagmiddag, twee etmalen na de crash van Katowice.

Heel Dylan Groenewegen huilde. Echter en oprechter dan ooit voor mogelijk was gehouden, in de grote-mannen-wielersport.

De camera van Studio Sport stond in de huiskamer van de Nederlandse topsprinter, niet ver van Amsterdam. Wie goed keek zag de blauwe band van een mitella; vlag halfstok voor een zelf gebroken sleutelbeen. Maar ‘dat zou wel weer helen’. De tranen vloeiden niet voor persoonlijk leed. Deze tranen stroomden voor het letsel bij een ander. Tranen van berouw na de zonde.

De topsprinter was gevraagd om een reactie. Een verklaring voor zijn wijze van handelen aan het eind van rit 1 in de Ronde van Polen. Hij had zijn dreigende opponent Fabio Jacobsen bijna de dood ingedreven. En daar had hij het heel erg moeilijk mee. Wat had hem bezield? Hoe had hij zó stom kunnen zijn?

De verslaggever van Studio Sport stelde een vraag, Groenewegen brak.  Zijn vingers kropen naar zijn ooghoeken, waar traanvocht zich ophoopte. Hij stamelde onhoorbare woorden, verhuld in volstrekte stiltes van tien, soms wel vijftien seconden. Pauzes van schaamte, die de proporties van de dramatische massasprint almaar intenser makten. Wát een verpletterende chaos, wát een allesoverheersende paniek.

Maar, zojuist was uit een Pools ziekenhuis het bericht gekomen dat Jakobsen uit zijn kunstmatige coma was ontwaakt. Dat hij zijn armen en benen kon bewegen, dat hij helder reageerde op vragen of verzoek, dat hij zelfstandig kon ademen.

De zucht van verlichting kwam van heel, heel diep. Alle goden dank: Fabio lééfde dus nog.

‘Sorry,’ zei hij bijna onhoorbaar. ‘Sorry.., het was mijn fout.’

Groenewegen is een van de besten in zijn discipline. Wereldwijd. Hij behoort tot de absolute top van de actuele sprinterspiramide. Hij traint geconcentreerd en gedisciplineerd, kruist zijn wedstrijden aan. Power, arendsogen, vliegensvlug. Hij heeft topsnelheid als weinig anderen. Als alles klopt is hij de bovenste baas. Hij heeft het al zestig keer bewezen.

De mooiste? Zijn eerste op de Champs-Élysées, slotakkoord van de Tour, drie jaar geleden. Dit jaar zou hij niet naar Frankrijk; er zijn andere belangen. Jumbo-Visma gaat vól voor het klassement. Dylan moest ritten gaan kapen in de Giro. Italië, ook goed. Misschien wel een roze trui, voor de inmiddels omvangrijke verzameling.

De Ronde van Polen was een eerste testcase voor de weken hierna.

Groenewegen was zelfverzekerd aan de herstart van het coronaseizoen begonnen. Hij wist: hij was favoriet, maar er liggen altijd kapers op de kust. De top is makkelijker te bereiken dan je er te handhaven… Opvolgers genoeg, ook in eigen land. Zo was er nóg een talent opgestaan met een zevende versnelling. Een die Polen had uitgekozen als volgende trap naar een minstens zo grote carrière. Fabio Jakobsen, twee jaar jonger, uit Heukelum.

Daar reden ze de laatste kilometer van rit 1 naar Katowice in. De treintjes hadden hun werk zo goed als gedaan, vanaf nu was het alle ogen open, blik volledig gefocust op de finishboog. Nog vijfhonderd meter, nog vier-, drie-, tweehonderd meter…

Ineens zat de grote favoriet voor dagzege en eerste leiderstrui op kop. Niemand meer voor hem. Oei… En Groenewegen wist: de wattages zouden nog verder de hoogte in, de absolute topsnelheid moest nog komen. Als dat maar…

Je hebt vlakke, oplopende en aflopende sprints. Die aflopende sprints zijn uitzondering, te gevaarlijk. De snelheden raken bijna de digitale grenzen. Maar: ook hij wist Katowice liep eerder áf dan óp.

De top 10 zeilde naar omlaag, snelheid tegen de 85 kilometer per uur…

Daar voelde hij zijn instinct achter zijn ogen prikken. Daar rook hij onraad, dáár kwam er eentje aangestormd, die als bisonkit kleefde aan zijn achterwiel. Hij was ervaren, voorbereid en beslissing gereed. Maar… daar… kwam… Jakobsen…!

Hij voelde opeens het melkzuur in zijn benen lopen. Hij was toch niet te vroeg op kop?

De finish leek ineens niet drie seconden maar driehonderd meter weg.

Zijn pupillen vergrootten zich, angst dirigeerde zijn ooghoeken, hij stuurde instinctmatig naar rechts, naar de kant waar de Nederlandse kampioen bezig was een gaatje te boren…

En Dylan scharnierde zijn elleboog een hoekje uit.

Godverdegodverdegodver… Daar wás hij al! Die zal me toch niet… En beng, nóg maar een hoekje erbij…!

!!>>>%%%KKKKKKNNNAAÁÁLLLLLLL..!!#!#!!

Alsof er een raket was gelanceerd! Een ontploffing naast een opslag van ammoniumnitraat. Jakobsen vloog door de lucht, scheerde de hoogste pijlers van de finishboog…

Ruggelings schoof Groenewegen over de meet. Op hetzelfde moment landde Jakobsen op de stortplaats ernaast; en passant een jurylid en een fotograaf meesleurend. Tien meter verder terug zaten nóg drie renners, versuft tussen de fietsen, de hekken en boarding. Met breuken die dringend ziekenhuishulp behoefden.

Ernstig was een eufemisme.

De sprint, de chaos en de bijna-dood – ze kwamen twee dagen lang voorbij in alle journaals. Er werden grote woorden gesproken. Crimineel. Moord. Doodslag. Crimineel. Moord. Doodslag. Rechtszaak. Gevangenis. Eeuwig koersverbod! Met voorop in alle emotie: Patrick ‘Twitter-Trump’ Lefevere, de generale baas van de getroffen renner, die de boel wel vaker op de kant zet.

Lefevere wilde Groenewegen meteen opknopen aan de hoogste boom. In tegenstelling tot (vrij veel) collega-renners, die Groenewegens manoeuvre als ‘fout’ bestempelen, maar niet uniek in zijn soort. Voorbeelden legio. Niet elke dader is meteen een doder. Natuurlijk: Groenewegen moest bestraft, maar degenen die hadden getekend voor het gevaarlijke aankomstparcours (qua snelheid en afzettingen) óók.

De Ronde van Polen is herkenbaar aan de grote reuzeballonnen van rubberachtig plastic, met sponsorreclames erop. Honderden ballonnen, langs het hele parcours en aan de finish. Feestelijk, maar volkomen idioot als je langs de finishstraat mikadohekken posteert in plaats van luchtkussens. Zelfs in het shorttrack kennen ze het verschil. Nu was het een streetcarrace op een bowlingbaan.

Fabio en Dylan. De een kan voorlopig niet fietsen door alle onvoorstelbare, fysieke malheur (gebroken oogkassen, talloze breukjes aan het aangezicht, verbrijzelde luchtpijp, dito verhemelte). De ander wil voorlopig niet eens aan een fiets denken, zit vooral mentaal in de kreuk.

Dat gaat nog heel lang duren. Fysieke en psychische nazorg in vele gedaanten.

Wout van Aert werd in de Tour van 2019 op een dranghek gespiest en na een paar sessies broddelchirurgie uitbehandeld verklaard. Men was alleen vergeten te checken hoe zijn dijbeenspieren erbij lagen; wel, afgescheurd. En diezelfde Van Aert wint dertien maanden later na de Strade Bianche nu ook Milaan-Sanremo.

Er kan heel veel, tegenwoordig. Ooit is Jakobsen weer in koers en ooit is Groenewegen uitgehuild. Hopen we toch, voor beiden.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


Leave a Reply