HET VEILIGSTE WIELRENNEN IS NIET WIELRENNEN


Auteur: Bert Wagendorp

In de finale van de Ronde van Lombardije tuimelde de wielrenner Remco Evenepoel zaterdagmiddag in de gevaarlijke afdaling van Muro di Sormano op een brug over een muurtje en landde een meter of zes lager.

   Opeens stond er een fiets tegen het muurtje; altijd een dramatisch beeld, want in de bergen duidt een fiets zonder renner op onheil. Soms wordt de renner zelfs gered doordat de eenzame fiets anderen erop attent maakt dat er iets moet zijn gebeurd met de voormalige berijder: laten we eens over de reling in het ravijn kijken.

   Dat voorkwam in 2009 dat in de Giro van dat jaar de Spanjaard Pedro Horillo in de afdaling van de Culmine di San Pietro in het niets verdween en een tragische dood stierf. Dankzij de verlaten fiets tegen de reling werd hij tachtig meter lager zwaargewond aangetroffen en omhoog getakeld.

   Na een tijdje angstig speculeren (Remco heeft geen dikke nek maar wel een breekbare) bleek Evenepoel godzijdank in leven – zij het met een gebroken bekken en beschadigde longen.

   Bij de RAI kregen ze geen genoeg van de vage beelden waarop je in de verte zag hoe Evenepoel met een salto de diepte in kieperde. Dit tot groot ongenoegen van Eurosportverslaggever Jeroen Vanbelleghem, die zich afvroeg waar dat voor nodig was. Toen er even later ook nog camerabeelden kwamen waarop je Evenepoel in de bosjes zag liggen, kreeg hij het helemaal te kwaad en verontschuldigde zich bij de kijkers: Eurosport kon hier ook niks aan doen, het was de keuze van de RAI, hij zag het nut van de beelden niet in, het was een schande.

    In het wielrennen bedenken ze levensgevaarlijke afdalingen en aflopende aankomsten zodat er gesprint kan worden met 85 per uur. Dit vindt iedereen best, tot wordt bewezen dat de levensgevaarlijke afdaling of aankomst inderdaad levensgevaarlijk is. Dan ontstaat collectieve verontwaardiging. Welke gek bedenkt zoiets? Moeten er soms doden vallen? Soms vallen er echt doden.

   Als hypocrisie al niet had bestaan toen de Schepper nog maar net klaar was, was het in het wielrennen uitgevonden.

   Tamelijk nieuw is de reactie die volgt op ongelukken: het gevaar moet worden ingedamd, het moet afgelopen zijn met zware valpartijen, het wielrennen moet een veilige sport worden.

    Dat is een ontwikkeling die past in het moderne denken, dat voorschrijft dat risico’s zoveel mogelijk dienen te worden vermeden, dat er in elk geval zo tijdig mogelijk voor moet worden gewaarschuwd en dat, zodra het ongeluk toch nog toeslaat, de verantwoordelijken op het matje moeten worden geroepen.

   Het noodlot is finaal uit de mode.

   Risico’s zijn alleen nog acceptabel in tv-formats die speciaal zijn bedoeld om mensen de schrik op het lijf te jagen met het nemen van risico’s – zoals bijvoorbeeld De Gevaarlijkste Wegen Ter Wereld, een ellendig programma. Ik kijk alleen om de twee guitige BN’ers met Landrover en al een gruwelijk ravijn in de Himalaya in te zien denderen: het kan niet altíjd goed gaan met het nemen van risico’s.

   Ik heb genoeg wielrenners in het ravijn zien liggen om minder verontwaardigd te zijn dan Jeroen Vanbelleghem over de beelden van de ongelukkige Evenepoel. Bovendien ben ik een voormalig wielerjournalist en geen fan. Als er wat gebeurt, wil ik het zien en daarna nog graag een keer in de herhaling.

   Wanneer je renners op topsnelheid langs de afgronden stuurt, is de statistische kans dat er een keer eentje een fatale stuurfout maakt aanwezig. Want dat was het, van Evenepoel. Wielrennen is van alles, ook een stuurvaardigheidstest. Zo lang het goed gaat behoort de afdaling tot het mooiste en meest spectaculaire dat de wielersport heeft te bieden. Een klassieke massasprint kan een dag vol verveling in twintig seconden goedmaken.

   Ook omdat de kijker weet dat hij naar echt gevaar kijkt en niet naar De Gevaarlijkste Wegen van de Wereld. Gevaar is een belangrijk element in de marketingmix van het wielrennen. Jeroen Vanbelleghem wordt betaald door een vermaaksindustrie die gevaar verkoopt en dat geldt ook voor Remco Evenepoel.

   Natuurlijk kun je de veiligheidsnormen verbeteren en strenger maken. Je kunt maximale dalingspercentages vaststellen en minimale wegbreedtes. Een verbod op grind- en gravelwegen uitvaardigen. Je kunt behalve helmen ook andere beschermende kleding verplicht stellen, een maximumsnelheid invoeren of paal en perk stellen aan overvolle pelotons vol adrenalinebommen.

   Je kunt nog verder gaan en afdalingen en de massasprint helemaal verbieden, als achterhaalde relicten uit krankzinnige tijden, toen coureurs de zege nog boven hun leven stelden.

   Je kunt ook de uiterste consequentie trekken en vaststellen dat wielrennen een levensgevaarlijke, archaïsche sport is waarin mensen worden geacht onverantwoorde risico’s te nemen ter meerdere eer en glorie van zichzelf en hun sponsor – een amorele toestand die onmiddellijk moet stoppen, zoals we ooit ook zijn gestopt met ridderduels en vechten met de beer.

   Dan is het noodlot in het wielrennen eindelijk een halt toegeroepen – en verkast het naar elders.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Beeld: Eurosport

Leave a Reply