TOUR DE MERCKX, VAN BRUSSEL TOT PARIJS


Auteur: Peter Ouwerkerk

Voor wie het mocht zijn ontgaan: het Grand Départ van de 106de Tour de France is in Brussel. Stad van Atomium en Manneke Pis, agglomeraat voor Schaarbeek en vlakbij Meensel-Kiezegem, geboortegrond van Jacques Brel respectievelijk Eddy Merckx.

De naam van Merckx is in de aanloop naar zaterdag 6 juli weer legio keren van stal gehaald. Koning Filip schreef hem via Het Nieuwsblad/Sportwereld zelfs een brief. ‘Geachte Mijnheer Merckx. (…) De fierheid die u ons bezorgde, is onvergetelijk.’ Maar Edouard Louis Joseph Merckx is dan ook van een absolute uitzonderlijkheid. En niet alleen door zijn vijf Touroverwinningen de grootse wielrenner ooit. 

Tijdschriften zijn er weer volgeschreven over favorieten en kanshebbers voor de Tour 2019. Maar alle Wielerrevues, Procyclings en Bicyclings zijn weer sneller achterhaald door de werkelijkheid dan er inhoud is bedacht en covers zijn ontworpen.

Al sinds begin april lacht Tom Dumoulin je tegemoet in de AKO of de buurtsuper, al maanden word je verleid door hét boek over – eindelijk! – de opvolger van Joop Zoetemelk. De advertentiepromotie door de Persgroepkranten schijnt oneindig. Alleen: géén Tom in de Tour. De AD-Tourspecial heeft zijn naam nog net kunnen wissen, maar zijn gulle grijns blijft van het omslag stralen.

De houdbaarheidsdatum van vedetten als Dumoulin, Chris Froome, Sam Oomen en andere gevallenen blijft fragiel. Waarom dan niet voor een dosis zekerheid gekozen? De Tour geeft historische aanleiding genoeg. Geen sport zo doordrenkt van sentiment, romantiek en symboliek,

Die zekerheid heet dit jaar Eddy Merckx. Wie de komende Tour ook zal winnen, alle wegen naar aanstaande Tour lopen langs het verleden van Merckx. Een halve eeuw terug won Merckx zijn eerste Tour; 1969, de eerste verpletterende eindzege van de aspirant Kannibaal.

Te jong voor een vierenzeventigjarige? Een snelle bijspijkercursus Eddy Merckx dan maar. In de week voorafgaande aan de 106de Tourstart brengt België één dagelijks een aflevering uit een zesdelige serie over de Zwarte van Tervueren, die zo veel bewondering oogstte en frustratie veroorzaakte in het hele peloton. Kijk en geniet. En laaf je ondertussen aan al het andere wat de Tour en Merckx bindt.

Er zijn (opnieuw) standbeelden en plaquettes voor Merckx onthuld; er zijn (opnieuw) straten, wegen, lanen en pleinen naar hem vernoemd; er zijn (opnieuw) koffietafelboeken over hem verschenen. Johnny Van Sevenant – politiek verslaggever voor de Vlaamse publieke radio – schreef zijn vierde (!) stoeptegel over de renner die hij van kinds af bewonderde. Merckx’ verleden is een onuitputtelijke doos met memorabilia.

De groot-Brusselaar riep in zijn ontbottende jaren nog flink wat weerstand op. Na zijn ‘oui-woord’ bij de bezegeling van zijn huwelijk met Claudine Acou, demonstreerden er flaminganten met spandoeken ‘WALEKOP’ op Vlaamse wielerwegen. Maar ondanks de nog altijd smeulende taalstrijd beklijven voor álle Belgen nu alleen de grote momenten.

Zijn dominante jaren liepen gelijk op met mijn eerste jaren van koersverkenning. Prachtige, ongeziene, verbazing- én huiveringwekkende staaltjes wisselden elkaar af in hevigheid.

*) Mijn eerste één-op-één interview met Merckx aan de rand van een binnenzwembad na een kermiskoers. Een journalistieke, maar in zíjn ogen stomme openingsvraag: ‘Hoe is het met je hartproblemen?’ Na drie minuten stond ik weer buiten.

*) Zijn bijna aanraakbare, maar ongenaakbare demarrage in de Amstel Gold Race 1973. Je wist dat hij zou demarreren, maar waar en wannéér?

*) Zijn verpletterende winnaarsdrang, elke dag dat hij een rugnummer opspeldde.

*) Zijn voor de buitenwereld onzichtbare, maar voor mij bijna meevoelende verwerking van de leverstoot op de Puy-de-Dôme, Tour 1975.

*) Zijn laatste dag in de gele trui, ook Tour 1975, geklopt door Bernard Thévenet. Met ‘onze’ volgauto in beeld op de flanken van Pra Loup, in focus op hét moment dat Thévenet Merckx voor altijd uit het geel zou rijden.

Wielrennen was soms het leven en de dood ineen.

Ik moet nog steeds glimlachen om dat eerste thuisinterview, naar aanleiding van de Rotterdamse Zesdaagse 1976 waar hij samen zou koppelen met Patrick Sercu. Het was hartje winter, de Vrije Volk-fotograaf zocht het beste licht, haalde een trapleertje uit zijn auto en begon de kamer te verbouwen: deze kerstboom graag éven naar de gang. Het verbaasde gezicht van de beste renner aller tijden… De bezorgde blikken van zijn vrouw, toen ik voor de twintigste keer mijn neus moest snuiten, snipverkouden. ‘Ik hoop niet dat ik u aansteek en de zesdaagse in gevaar breng,’ had ik nog durven zeggen… Het eerste gesprek bij hem thuis, meteen ook het laatste.

De marketingbazen van ASO hebben voor het symbolische 2019 – vijftig jaar na Merckx’ eerste eindzege én honderd jaar na de eerste gele trui – een garderobe van de twintig meest markante geletruidragers uit Tourhistorie laten ontwerpen. Uiteraard ook een met het konterfeitsel van Eddy Merckx. Édition Spéciale.

Schakel nog zes keer over naar België één, voor nieuwe en op-nieuwe beelden. Slechts één (saillant) detail zal ook in deze serie ontbreken: het café. Merckx schijnt pas écht zichzelf te zijn geweest als hij op café ging. Een zo goed als anoniem café, ergens in Vlaams-Brabant, in de buurt van Aalst. Een geheime plek voor een etmaal lang schransen en slempen, voor zingen en zuipen met (oud-)ploegmaten met wie hij de koers had beleefd, die hij een baan had bezorgd in zijn fietsenfabriek. Onder één strikte voorwaarde: beeld en geluid verboden.

Die fietsenfabriek is al jaren geen bezit meer van de oprichter. Verkocht aan jongere geïnteresseerden. Maar mocht Romain Bardet deze 106de Tour winnen, een Tour die ‘voor hem is ontworpen’, zal dat op een fiets van Eddy Merckx zijn. Zie zijn naam op het frame. Merckx anno 2019 legt de Tour nogmaals zijn wil op. Merckx – van Brussel tot Parijs.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Beeld: wikipedia

Leave a Reply