SOCRATES OP EEN RACEFIETS


MUR DE FRANCE


Het is een rustdag vandaag in de Tour de France. Tijd voor bezinning. Tijd voor diepere gedachten. Tijd om aandacht te vragen voor Guillaume Martin.  Kopman bij Wanty-Groupe Gobert. Tevens filosoof. En filosofen, die kom je niet elke dag tegen op een racefiets; ik bedoel afgestudeerde filosofen.

Martin, Fransman, 26 jaar, is er zo een. Niet de grootste vedette van het peloton. Toch moet hij dagelijks enkele malen zijn handtekening zetten. Dat is wanneer lezende fans hem vragen of hij zijn boek Socrate à Vélo wil signeren.

Socrates zit daarin op een racefiets, als kopman van een Griekse equipe. Plato en Aristoteles fungeren als knechten.

Het doet denken aan die sketch uit Monty Python waarin Griekse filosofen een voetbalwedstrijd spelen tegen Duitse wijsgeren. De Grieken wonnen met 1-0; aanvoerder Socrates scoorde met een kopbal na een voorzet van Archimedes het enige doelpunt, hoewel Duitsland had verrast met de opstelling van Franz Beckenbauer en Karl Marx als wissel had ingebracht. Bij de Duitsers kreeg Friedrich Nietzsche een gele kaart. Hij trok in twijfel dat de Chinese scheidsrechter, Confucius, over een vrije wil beschikte.

De bal bleef bijna de hele wedstrijd onaangeroerd op de middenstip liggen. Wel werd er veel gepeinsd, hardop nagedacht, gedeclameerd en geargumenteerd.*)

Voor Martin is filosofie een ernstige zaak; hij schreef ook het toneelstuk Plato versus Platoche dat op het theaterfestival in Avignon wordt opgevoerd. Het zijn pogingen, vertelde hij aan NRC-verslaggever Dennis Boxhoorn, om af te rekenen met het vooroordeel dat wielrenners dom zijn. ‘Zeker in Frankrijk wordt op mensen die fysiek werk doen neergekeken. [..] We vergeten dat een lichaam ook intelligent is. [..] Het lichaam ziet de ruimte, niet het brein.’

Lichaam en brein van Martin zoeken naar een dagzege. En naar de emoties die zo’n overwinning losmaakt. Maar waarom eigenlijk? ‘Als ik daar dieper op inga, kom ik tot de conclusie dat alles voor niets is’, zegt de fietsende filosoof. ‘Drijfveren zijn maar verzinsels.’

Wie Wout van Aert gisteren de etappe zag winnen, en de euforie en emoties die dat bij hem losmaakten, had geen moeite om zijn drijfveren te zien. Topsport is jezelf overtreffen en de concurrentie daarbij. Het gevoel dat daarbij hoort, is voor een ander onbeschrijflijk.

In het eerste decennium was er ook een wijsgeer onder de renners: Pedro Horrillo, die zijn gedachten de vrije loop liet in een column voor het dagblad El País. De zelden zwijgende Horrillo kreeg van zijn trainingsmaten weleens te horen: ‘Daar heb je de filosoof weer, hou je kop even’, zo vertelde hij in 2005 in De Muur.

Guillaume Martin probeert wielrennen en filosofie van elkaar gescheiden te houden. In de kroniek die hij voor Le Monde schrijft, vatte hij het zo samen: ‘Je pédale donc je suis’ – Ik fiets dus ik ben. Spreek dat maar eens tegen.


John Kroon



Link naar interview in NRC



Leave a Reply