SCHREEUWEN IN DE TREIN


MUR DE FRANCE


Door: John Kroon

Je moet je laten horen als je in een sprinttrein rijdt. Schreeuwen Cees Bol en zijn makkers wel hard genoeg naar elkaar? In de etappe van woensdag, de elfde, was de Sunweb-expres uitgerangeerd toen het erop aankwam. Tot zijn frustratie heeft Bol Nederland nog niet de eerste etappezege in deze Tour de France kunnen bezorgen.

Toen Sunweb nog Skil-Shimano of Argos-Shimano heette en renners als John Degenkolb en Marcel Kittel naar de eerste plaats in etappes loodste, was goede communicatie in de sprinttrein het geheim van het succes. Koen de Kort of Roy Curvers bepaalde wanneer de trein vaart moest gaan maken. Dan werd het een TGV. Als het moment daar was riep een van hen: ‘Nu naar voren!’ Of: ‘Aansturen!’ Dat betekende: iets minder hard in de bocht gaan. En als De Kort of Curvers daarna weer ‘naar voren!’ brulde, riep de renner voor hem hetzelfde. De renners vormden op de beste dagen een onbreekbare, goed geoliede ketting.

Luidruchtige communicatie, het is onontbeerlijk voor een sprinttrein die succes wil boeken. En dan is luisteren in de trein ook nog een kunst die je tussen de oren moet krijgen. Koen de Kort: ‘Leer het te horen en weten dat je op commando reageert en niet denkt: huh? Wie zou dat zeggen? Zou dat Koen zijn?’

De Kort vertelde dit in 2013 in De Muur aan Nando Boers die hem over zijn beroep als wielrenner interviewde. Schuilend achter De Kort had Degenkolb in de Ronde van Spanje van 2012 vijf etappes gewonnen. Skil beschikte in die jaren ook over een jonge renner die eenmaal op kop in de slotkilometer geen tegenstander meer voor zich duldde. Hij heette Tom Dumoulin en niemand die er toen teleurgesteld over was dat hij de Tour de France niet leek te gaan winnen. Achter de ruggen van renners als Curvers, Dumoulin en De Kort sprintte Kittel zo in twee jaar naar acht etappezeges in de Tour.

Het is een specialiteit, rijden in een sprintrein, machinist voor even zijn. De Kort had het ook moeten leren. Dat het geen kwestie was van alleen maar zo hard mogelijk op kop rijden, maar ook dat je verder naar rechts moet als de wind van links komt. Dat je net genoeg ruimte moet laten zodat de sprinter ertussendoor kan. ‘Dus niet in het midden van de weg gaan sprinten’, zei De Kort, ‘waardoor drie andere sprinters uit de wind worden gehouden en er voorbij kunnen.’

Een trein rijden, het is een ervaringsvak. Kittel zei in De Muur: ‘We vertellen de nieuwelingen: wen aan de stem achter je. Herken Roy, Tom Veelers of Koen.’ Kittel genoot van de blijheid van zijn ploeggenoten als hij had gewonnen. ‘Hun glimlach is mijn applaus.’

Al gaat er nog een TGV naar Parijs, het is twijfelachtig of Cees Bol deze Tour op de glimlach van Joris Nieuwenhuis, Nicholas Roche of andere ploeggenoten mag rekenen. De trein moet nog worden ingereden. Een kwestie van goed schreeuwen. En luisteren.


Photo JdM/PN/Cor Vos © 2020


Leave a Reply