RUGKLACHTEN ZIJN VOOR VAN DER POEL EEN BLESSING IN DISGUISE


Auteur: Bert Wagendorp

Mathieu van der Poel heeft het aan zijn rug. Dat is niet zo vreemd, twee miljoen Nederlanders hebben het aan hun rug. En het beperkte aantal topsporters onder hen heeft het helemaal vaak aan de rug. Vooral degenen die hun rug extra belasten: hockeyers (‘hockey, kromlopen met een stokkie’), roeiers en wielrenners. Wielrennen wordt vanwege de aerodynamica bedreven in een onnatuurlijke houding. 

Extra kwetsbaar zijn wielrenners die fietsen op onverharde ondergrond: dat belast de onderste twee tussenwervelschijven extra.

Kortom, het zou bijna een wonder zijn wanneer Mathieu van der Poel géén last van zijn rug zou hebben. Ook al omdat hij erfelijk belast is: zijn broer David en zijn vader Adrie hebben beiden ook een zwakke rug.

En nu moet Van der Poel rust houden. Het veldrijden moet het zonder hem stellen. Dat is de voor de saaiste aller wielerdisciplines een ramp: zonder de tweestrijd tussen Van Aert en Van der Poel blijft er helemaal niets van over. Van Aert won negen van de tien wedstrijden waaraan hij deelnam, en beklaagde zich erover dat botte pech hem die ene overwinning had gekost, tien op tien was helemaal mooi geweest. 

Elke topsporter denkt dat uitgerekend zíjn overwinningen de sport interessant maken. Dat is niet zo, juist de wedstrijd die Van Aert verloor was de meest spraakmakende. 

Het geploeter door de modder, ooit niet meer dan winterse wielertraining, is afzichtelijk en niet om aan te zien, maar krijgt niettemin vooral in België nog altijd veel aandacht. Dat komt doordat er altijd wel een Belg vooraan mee koerst en alle sport nu eenmaal gebukt gaat onder een hardnekkig nationalisme. Tweederde van alle Vlamingen zagen zondag hoe Van Aert nationaal kampioen werd – het bewijs dat de zondagse verveling in Vlaanderen nog altijd geen grenzen kent.

Toch was Mathieu van der Poel er, net als zijn vader en broer, aan het veldrijden verslaafd. Wielrennen op de weg was zelfs lang zijn tweede (of derde) keuze, na het crossen en het mountainbiken. Over het waarom van die keuze tasten we in het duister. 

Maar nu heeft hij last van zijn rug. Dat had hij altijd al, maar nu wordt die pijn een bedreiging voor zijn loopbaan. Dus moet hij kiezen, een betere balans zien te vinden tussen rust en inspanning, niet meer een heel jaar alles proberen te winnen wat er te winnen valt.

Hij zal het veldrijden eraan moeten geven en zich moeten concentreren op de weg. In het belang van zijn rug.

In de Volkskrant zei de neuroloog Wilco Peul onlangs dat Van der Poel vooral zijn ongeduld in de hand zal moeten houden. Peul ziet voormalige patiënten keer op keer te vroeg beginnen; een topsporter heeft weinig tijd en altijd haast.

Een operatie is voorlopig niet aan de orde, pas als de pijn ondraaglijk wordt en rust niet meer helpt, komt het mes. Maar met een beetje pech snijd je daarmee zomaar een jaar uit je carrière. 

Van der Poel is lang het zondagskind geweest dat over onuitputtelijke krachten leek te beschikken en in alle disciplines dominant was. Maar dat bleek, zoals altijd, een tragische vergissing. Ook Van der Poel is kwetsbaar en moet zuinig zijn. Anders wordt hij verslagen door de enige tegenstander die zich met hem kan meten: zijn eigen lichaam. 

De rugklachten kunnen voor hem een blessing in disguise betekenen: eindelijk ontsnapt aan de modder.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

photo: Dion Kerckhoffs/Cor Vos © 2021


photo: Dion Kerckhoffs/Cor Vos © 2021


Leave a Reply