Robert Gesink is Max Verstappen niet

• Gratis •


Another brick in the wall


Auteur: Peter Ouwerkerk

Mag dan niets meer hetzelfde zijn? Moet dan alles maar ondergeschikt worden gemaakt aan verandering? Moeten we elke traditie maar overboord gooien; alles wat goed gaat opofferen aan hét toverwoord ‘innovatie’? Of moeten we de directie van de Tour de France haar gang laten gaan met het overhoophalen van de spelregels?

Wielrennen ís de Tour; een paar andere World Tour-wedstrijden en de Giro daargelaten. Maar het ene wielrennen is het andere niet. De Internationale Wielrenunie (UCI) hanteert een boek vol geboden, verboden, reglementen en sancties. Zó wordt er gekoerst. Maar dat zijn de algemene regels. Elke organisatie heeft zelf het recht te bepalen hoe de klassementen in haar wedstrijden tot stand komen.

Er zijn maxima aan het totaalaantal kilometers per dag of per grote ronde, er zijn limieten aan de duur van een- of meerdaagse wedstrijden. Een racefiets is gebonden aan maten en gewichten, helmplicht hoofdzaak. Wie over een voetpad scheurt of wie al sprintend van zijn lijn afwijkt, loopt het risico van diskwalificatie. En een renner mag (eigenlijk) ook geen bidons of etenszakken in het publiek smijten.

Wie over 21 etappes qua tijd over de totaalafstand het kortst heeft gedaan, is de gekroonde eindwinnaar van de Tour; wie in Parijs de meeste punten heeft verzameld voor de groene- of bollentrui is de laureaat in die rangschikking. Maar verder is het vrij aan koersdirecties om te beslissen over het aantal bergen en tijdritkilometers, over puntentellingen, bonificaties en tussensprints. Wat nogal eens verwarrend is. Hier tien punten voor een molshoop, daar amper drie. Dat is geen wielersport maar willekeur.

Toen Jacques Anquetil de beste tijdrijder ter wereld was, nam de Tourdirectie tientallen tijdritkilometers extra op. Monsieur Chrono won als eerste vijf keer de Tour. Nu Tom Dumoulin zich net zo’n specialist toont als Maître Jacques toen, wordt de strijd tegen het horloge gemarginaliseerd. Romain Bardet als Tourwinnaar is voor de Fransen veel interessanter dan een specialistische machine.

Begrijpelijk? Vreemd? Of allebei? Dat laatste.

Op 3 juni 2018 werd door ASO (de eigenaar van de Tour) een nogal ophefmakend persbericht gelanceerd. De kortste etappe in de 105de editie van de Tour, Bagnères-de-Luchon – St. Lary-Soulan (Portet), bedraagt 65 kilometer, waarin drie cols, met start aan de voet van de Peyresourde.

Maar nu komt het: de start zal een ‘geleide start’ zijn.

Een wát? Een start waarin vóóraf de volgorde van vertrek wordt bepaald, aan de hand van het algemeen klassement op dat moment. Hoe de Tourdirectie zich dat precies voorstelt, is nog niet verteld. Maar zeker is wel dat er gestart wordt in blokken. De gele trui en rest van de top-20 (?) worden opgesteld in blok 1, daarachter de renners van de subtop, en zo verder. Zoals dat ook wel gebeurt in de grote stadsmarathons en vroeger de Elfstedentocht. Met dit verschil dat dit evenementen met 20.000 deelnemers betreft (er zal eens géén Kenyaan of Ethiopiër winnen – op de marathon, dus). Het deelnemersveld in de Tour zal voor rit 17 geslonken zijn tot pakweg 150.

Alles moet doller, dwazer en driester, tegenwoordig. Waarom? Werkelijk geen idee. Voor een nieuw shotje spanning? Alsof het eerste uur tegenwoordig al niet genoeg smakelijks oplevert; mits de camera’s draaien natuurlijk.   

Wie vorig jaar goed heeft opgelet, zal het overigens niet zijn ontgaan dat de Tourdirectie toen al aan het rommelen was met een nieuwe startprocedure. In de tweedaagse La Course voor vrouwen werd de slottijdrit verreden over de Notre-Dame de la Garde in Marseille. Geen tijdrit voor álle rensters en ook niet met tussenpozen van een minuut, maar een met starts op basis van het reële klassement voor een beperkt aantal rijdsters. Een soort Australische achtervolging bergop. Hoe verzin je het. Niemand die het begreep. Annemiek van Vleuten won het experiment, dat volslagen mislukte.

Waarom iets makkelijk maken als het ook ingewikkeld kan?

Sport behoort een competitie te zijn met gelijke kansen voor iedereen. Dat Moeder Natuur ongelijkheid baart, het is niet anders. Maar om nu op voorhand de ‘zwaksten’ van het deelnemersveld uit te sluiten van een uurtje stuntwerk; de Wanty’s en de Fortuneo’s het pleziertje van hún spetterend begin te ontnemen, dat druist in tegen het principe van gelijke kansen.

Je zult maar Robert Gesink heten, rittenkaper. Je staat 41ste in het algemeen klassement na de 16de etappe in Tour 2018. Je hebt 57 minuten 40 achterstand op de leider. Je hebt de etappe al direct na de presentatie van het Tourschema aangekruist. Je hebt je goed weggestoken, dit is je kans. Hier ga jij je slag slaan, ga jij het land in verrukking brengen, worden jouw dromen werkelijkheid. This will be your day!

Maar dan gebeurt er iets dat je plan doet wankelen, waarop jouw hele strategie zal stuklopen. De Tourdirectie gaat rit 17 op een heel andere manier wegschieten. De kanjers staan vooraan, Gesink moet ergens ver in het achterveld beginnen en staat nog vóór het vertrek al met 0-2 achter. Weg eeuwige wielerroem.

Links en rechts zijn er in de media al cynische kanttekeningen geplaatst: ‘Tour met Formule 1-etappe!’ ‘Renners vertrekken in kooien!’ ‘Wacht peloton straks een Le Mans-start?’

Ja, dág… je bent Max Verstappen niet. O, rijdt die ook voor Jumbo? Nou dan stellen ze die maar op?



‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp en John Kroon.


Leave a Reply