PÉDALEUR DE CHARME


Auteur: Mart Smeets 

In een oud fotoalbum van mijn vader trof ik een zwart-wit foto aan die me minutenlang sprakeloos, blij en verbaasd en ook nieuwsgierig maakte. Ik zag en herkende Gerrit Schulte in Remingtontrui, Hugo Koblet in het shirt van Nescafé-Cilo en Miss Remington, een keurige mevrouw met een sjerp om de schouder. Ze straalde een bijna klassieke schoonheid uit, dat was zeker en je zag aan de foto af dat beide coureurs, die ’m alle twee toch niet met plassen alleen hadden versleten, aan deze mevrouw een groot tegenstandster vonden.

   Schulte trekt een bekkie en imponeert door zijn houding en door juist dat bekkie. Je ziet dat hier een der bazen van het peloton op de stang van zijn fiets zit. Koblet (‘Mooie Hugo’) heeft daar zijn haren al gekamd. Neen, zijn spreekwoordelijke kammetje is niet zichtbaar; dat moet in zijn achterzak zitten. Hij was, dat vertelde mijn vader me toen ik wat ouder was, een superieure ‘womanizer’, een supergalante man met een uitstraling waar Don Juan soms jaloers op was. Hij kon vrouwen te keur vinden en op de door Jan Mud gemaakte foto zie je hem in de aanval trekken op het nog zichtbaar gesloten pantser van Miss Remington.

   Het moet hem later moeiteloos gelukt zijn, dat kan bijna niet anders.

Hij is de geboren ‘Pédaleur de Charme’, zoals hij daar staat; een man van de wereld die Giro en Tour won en die nog weleens een ronde-miss geruisloos, maar ervaren en naar tevredenheid alle hoeken van zijn rennerskamer liet zien. Een opknapbeurt van Koblet moet in die dagen tot de hoogtepunten in het bestaan van kusmeisjes en echtgenotes van wielersponsoren hebben behoord.

   Hoewel dat, voor niet iedereen overigens, een eigenschap van jewelste is, wil ik de lezer er echter ook op wijzen dat er van Mooie Hugo een vertelling bekend is uit een Touretappe die andere eigenschappen van deze nogal eigenzinnige Zwitser naar voren brengt.

   Het verhaal speelt zich af in de Tour van 1951, zijn ‘meesterwerk’, zeker in de puffend hete etappe tussen Brive en Albi, haalt ongekende hoogten en de vertelling wordt ook per jaar mooier.

   Na 20 kilometer verliet Koblet, die in die dagen de pedalen niet voelde, het peloton en tot ontzetting van het complete veld nam hij twee minuten voorsprong. Solo dus.

   Dat was het moment dat Louison Bobet, Fausto Coppi en Dino Bartali elkaar aankeken en gedrieën eropuit trokken: de Zwitserse bravoure-speler moest tot de orde worden geroepen, hoe dan ook.

Volgens geschiedschrijvers uit die dagen ontbonden de drie vedetten al hun duivels en werd het een achtervolging die meer dan 100 kilometer duurde en die de drie toprenners beschaamd om de tweede plaats in de etappe deed sprinten.

   Koblet had drie minuten voorsprong op zijn drie belagers en behield die voorsprong met zichtbaar gemak. Toen hij hoorde welke coureurs naar hem op zoek waren, had hij zijn riempjes aangetrokken en tegen hem omringende motormensen verklaard:” Du jamais”. Van zijn levensdagen niet.

   Wat de drie ook probeerden, ze kwamen geen meter dichterbij; kop-over-kop, schokkend in de schouders, zichzelf pijnigend, hun ego’s spatten op de warme weg uiteen…

   Koblet kwam, zacht glimlachend, solo aan in Agen. Hij kuste later de ronde-miss en maakte, razendsnel, een afspraakje. Ze bloosde en voelde haar knieën al knikken: het ging gebeuren.

   In het onvolprezen blad Sporting Cyclist stond een artikel over de overmacht van de Zwitserse alleskunner: hij won die Tour met een voorsprong van 12 kilometer op Geminiani, 18 kilometer op Lucien Lazarides, 18 kilometer op Bartali en liefst 27 kilometer op de om zijn overleden broer Serge rouwende Coppi.

   Alle andere renners stonden geparkeerd in een ver weiland. Mooi Hugo sprenkelde wat eau de cologne (altijd in de achterzak, naast het kammetje) over de kin en lachte zich naar het podium toe.

Koblet kwam op 39-jarige leeftijd om het leven. Volgens mensen ter plekke reed hij zijn open sportwagen in duivelse snelheid in een afdaling richting Zurich. Hij stopte twee maal, draaide om en reed vervolgens de Alfa recht op een grote boom in de vernieling; hij had de plek zelf uitgezocht; het leven was hem te zwaar geworden.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


 

Leave a Reply