PARIJS-ROUBAIX 2021 REKENDE AF MET ALLE TACTISCHE OVERWEGINGEN


Auteur: Bert Wagendorp

De 118e editie van Parijs-Roubaix (voor mannen) en de 1e Parijs-Roubaix (voor vrouwen) waren twee wedstrijden die beide niet thuishoorden in de 21e eeuw. Te onverantwoord, te gruwelijk, te hard, te primitief. Te slecht voor de gezondheid ook. De enige reden dat hij toch werd verreden was de anciënniteit van de koers. Parijs-Roubaix werd bij de mannen voor het eerst verreden in 1896 en sindsdien staat de koers voor wielrennen in zijn puurste oervorm: een individuele krachtmeting. Parijs-Roubaix bestaat nog omdat het Parijs-Roubaix is.

Het is mooi dat Parijs-Roubaix nog altijd wordt verreden, het is zelfs prachtig. Eén keer per jaar kunnen wij zien hoe het ooit was, het wielrennen. Parijs-Roubaix is een tijdmachine. Er was niet zoveel verschil tussen Mathieu van der Poel en Josef Fischer, de eerste winnaar. Fischer reed op een zwaardere fiets en de wegen waren wellicht nog slechter, maar in de kern is in Parijs-Roubaix alles bij het oude gebleven. Zeker wanneer de omstandigheden zijn zoals afgelopen zaterdag en zondag: bar en boos.

Wielrenners die eruit zagen als mijnwerkers, die van de fiets stuiterden als van de rug van een ongetemd paard, die soms tot de naaf door plassen water ploeterden en die door de dikke laag modder het zicht op de kasseien werd ontnomen. De Arbo-dienst zou er geen genoegen mee nemen, als het niet Parijs-Roubaix was, dat laatste relict uit vergeten tijden.

Parijs-Roubaix 2021 was het bewijs dat wreedheid heel mooi kan zijn. Op de bank dacht ik soms: het is een vorm van sadisme. In de schrikreactie na alweer een valpartij zat ook iets van het vermaak van de Romeinse arena’s: de lijdende mens als circusnummer.

De renners pasten zich wonderwel aan het andere decor aan. Misschien nodigt Parijs-Roubaix daartoe uit. De gebruikelijke tactieken werkten niet, er moest worden teruggevallen op de oer-strijdwijze: zo snel mogelijk rechtdoor naar Roubaix en dan maar zien. Op zaterdag deed Lizzie Deignan het zo met een solo van ruim tachtig kilometer. Op zondag maakten de mannen er een afvalrace van: wie niet meekon, was gezien, wie viel of lekreed eveneens.

Je zou aan Parijs-Roubaix een heel betoog kunnen verbinden over toeval en chaos en de grillen van het lot. Maar ook over de kunst het lot naar je hand te zetten; de manier waarop Mathieu van der Poel over handbrede richeltjes reed was adembenemend. De manier waarop hij met zijn krachten smeet trouwens ook en de wijze waarop hem dat duur kwam te staan niet minder.

Maar in de Hel van het Noorden was dit weekeinde geen ruimte voor berekening. Die werd weggespoeld door de druilerige regen en verdween in de modder. Van der Poels totale uitputting en diepe teleurstelling gaven de koers diepte, Sonny Colbrelli’s euforische vreugde eveneens.

Parijs-Roubaix 2021 rekende af met alle tactische overwegingen; het enige dat overbleef was het uitgebeende karkas van een koers zonder tierelantijnen en frivoliteiten. Een wedstrijd die de renners droog uitdaagde een poging te doen haar te overleven.

Het was subliem.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


Fotografie: Cor Vos

Ellen Van Dijk – photo Anton Vos/Cor Vos © 2021

 

Marianne Vos – photo Dion Kerckhoffs/Cor Vos © 2021

Leave a Reply