DE RENNER VAN HET JAAR


Auteur: John Kroon

De wielerkalender voor 2021 is nog niet volledig afgewerkt, maar met alle grote koersen achter de rug is eenvoudig vast te stellen dat Tadej Pogacar de wielrenner van het jaar is.

Met overwinningen in twee van de vijf zogeheten monumenten (De Ronde van Lombardije afgelopen zaterdag, Luik-Bastenaken-Luik op 25 april), terwijl hij daartussendoor ook nog even voor de tweede maal de Tour de France op zijn naam bracht, voegt de Sloveen zich bij een buitengewoon illuster duo: Fausto Coppi en Eddy Merckx. Coppi verrichtte een soortgelijke prestatie in 1949 met Milaan-Sanremo, de Tour en Lombardije, Merckx deed dat zelfs tweemaal, 1971 en 1972, door Milaan-Sanremo en Luik-Bastenaken-Luik en vervolgens de Ronde van Frankrijk te winnen. (In Frankrijk zeggen ze nu dat Bernard Hinault in 1979 toch ook Lombardije won, en de Tour, en de Waalse Pijl, maar, excusez, La Flèche Wallone is geen monument.)

Coppi-Merckx-Pogacar, noem dat maar geen bijzonder rijtje. Bedenk dan ook dat Coppi al 30 jaar was toen hij zo’n trilogie voltooide, Merckx 26 en 27, terwijl Pogacar pas 23 is. En bovendien rijdt hij in een periode waarin de concurrentie groter lijkt dan ooit en het niveau hoog is. Kijk maar wie er op de UCI-ranking over dit jaar verder bij de eerste vier staan: Wout van Aert, Primoz Roglic en Julian Alaphilippe. Ook mannen die van wanten en winnen weten.

In Lombardije, koersend richting Bergamo, werd Pogacar na zijn demarrage – die niemand direct kon beantwoorden – enigszins geholpen door het verschijnsel dat wel vaker bij achtervolgende groepen wordt waargenomen en enigszins doet denken aan de lopende kabinetsformatie in Nederland (en eerder in België). Namelijk het onvermogen om tot coalitievorming te komen. De keuze van de kopmannen om geen pact te sluiten bezorgde de Italiaan Fausto Masnada in zijn woonplaats een onverwachte tweede plaats en zijn ploeggenoot Alaphilippe een kater, al liet hij publiekelijk tandenknarsen achterwege. De Ceuninck – Quick-Step had al veel eerder Remco Evenepoel zien afhaken; grote vraag voor komend jaar: is dit grote jonge talent in 2022 in staat dat andere grote jonge talent, Pogacar, van zijn troon te fietsen.

Oftewel: de afgezant van het meest wielergekke stukje aarde, België, tegen een inwoner van een land met maar iets meer dan twee miljoen inwoners. Slovenië is op de UCI-ranking met drie renners bij de eerste vijftien vertegenwoordigd (Mateh Mohoric is nummer 12). Dat kan België, niet zeggen, Italië niet, Frankrijk niet – geen enkel ander land, hoe gerenommeerd ook.

Nederland ziet Mathieu van der Poel op de negende plaats staan. Hij zorgde dit jaar voor spektakel, hij was spraakmakend, hij was soms ook hardhorend, hij had pech en pijn, hij was energiek, hij maakte zich opnieuw populair, maar won uiteindelijk één grote koers: de Strade Bianche. Dylan van Baarle won Dwars door Vlaanderen en dat was het wel wat betreft Nederlandse overwinningen in grote en iets minder grote eendagskoersen.

De nieuwe voorzitter van de KNWU, Wouter Bos, gaat op zoek – beter gezegd, hoopt dat anderen gaan zoeken – naar een nieuwe Tom Dumoulin. Dat zal niet eenvoudig zijn. Gelukkig is er een meevaller, iets waar het aan het begin van het jaar niet onmiddellijk naar uitzag: de mens Tom Dumoulin heeft met zichzelf afgesproken dat de renner Tom Dumoulin nog wel een tijdje mee kan.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Bergamo – Italy – wielrennen – cycling – cyclisme – radsport – Tadej Pogacar (Slovenia / UAE – Team Emirates) pictured during Il Lombardia 2021 – 115th edition from Como to Bergamo (239KM) – photo POOL Marco Alpozzi/LB/RB/Cor Vos © 2021


Fotografie: Cor Vos

 

Leave a Reply