OP ZOEK NAAR DE NIEUWE EVENEPOEL


Auteur: Peter Ouwerkerk

Afgelopen herfst maakte ik een praatje met de organisator van een Nederlands na-Tourcriterium over de grote namen, de vedetten die hij op zijn verlanglijst had staan voor zijn feestronde van 2020. Ik liet de naam van Remco Evenepoel vallen; de renner die je maar beter snel een meerjarencontract kon aanbieden. Deed je dat niet, grote kans dat je voor altijd naast de jonge Belg zou grijpen. Iedereen wilde straks Remco.

Remco wie? De man keek of ik een geintje maakte over een onbekend neefje van Mathieu van der Poel. Hij fronste zijn wenkbrauwen, Remco wie…? Ik moest de achternaam in vier lettergrepen hakken, en nog haalde hij zijn schouders op. Remco van de Poel? Nóóit van gehoord. Hij besloot me verder te negeren.

Inmiddels zal ook de criteriumbaas op de hoogte zijn over wie ik het had. En zo niet, moet hij zich maar gauw verdiepen in het allesomvattend essay dat Frank Heinen als coverstory voor De Muur 68 heeft geschreven. De cover alleen al is een gang naar de brievenbus of boekhandel waard.

Remco Evenepoel, de langverwachte. Een komeet, een fenomeen, een orakel voor wie zelfs Eddy Merckx zijn chapeau heeft afgenomen. Tijdperken zijn niet te vergelijken, erelijsten evenmin. Eén op de drie koersen winnen – het zal niemand meer lukken. Maar ooit zal wel een nieuwe Merckx de baton gaan zwaaien. En vooralsnog heet die Remco, de sportieve openbaring op zevenmijlslaarzen.

De Kannibaal van Schepdaal, Koning Midas, de nieuwe Merckxias. Ga zomaar door. Tegen deze su-per-la-tie-ven-cas-ca-de kan geen enkele bibliotheek op. Inkt, papier en bytes zijn op de Belgische krantenredacties niet meer aan te slepen; woorden, zinnen, hoofdstukken, boeken te kort.

In zijn eerste profjaar excellerend als tijdrijder, eindwinnaar van de Ronde van België, het hele peloton verbazend in de Clásica San Sebastián. In jaar twee gestaag doorbouwend aan zijn carrière. In de Vuelta San Juan vooruitgeschoven kopman; een koers met een D-bezetting, maar zelfverzekerd naar de eindzege.

En nu ook weer in de Volta ao Algarve. Overtuigend in de aankomsten bergop: verschroeiend wegspringen in de laatste hectometers van een tempoklim, zich moeiteloos handhavend op een iets steilere aankomst. ‘Rambo Remco’, baas van de controlekamer.

Het echte seizoen moet in feite nog beginnen, maar Evenepoel is nu al ‘ongekend’, ‘ongezien’, ‘ongelooflijk.’ Genieten? Op het puntje van je stoel? De eerste keren zeker; de eerste jaren zelfs, misschien. Van de geboorte van een fenomeen moet je volop getuige zijn. Het doet je smullen.

Beter dan Eddy Merckx heeft nog niet bestaan; geen koersgourmand zal dat ontkennen. Maar als deze ontwikkeling zich doorzet, is Merckx straks eindelijk overleefd. Staan we in 2040 voor de vraag wie de Nieuwe Remco Evenepoel gaat worden.

Te zot voor woorden? In de Vlaamse media is nu al een naam opgedoken wie dát zou kunnen zijn: Ilan van Wilder uit Opwijk, rijdend voor Sunweb. Vier maanden jonger dan Evenepoel, met 19 jaar de jongste renner in de World Tour, veelbelovende data, zeer begaafd. Op de eerste zaterdag van maart wordt hij losgelaten op de Strade Bianche – tenzij het coronavirus heel Noord-Italië van de straat houdt.

In wielrennen liggen bevestigen en vernieuwen, de gladiolen en de dood al vele decennia in elkaars verlengde. Ook dat is een conclusie van de eerste wielerweken van 2020. De ene generatie sprinters (Cavendish, Kittel, Greipel e.a.) is nog niet verdween, of de andere betwist elkaar de finishlijn.

Hoe goed ‘REV’ ook, gelukkig zijn er ook nog sprints; het summum van vijf minuten massarodeo op twee smalle bandjes. Sprints met de Nederlanders dus, die februari mede kleurden. Dylan Groenewegen, Fabio Jakobsen en Cees Bol – ze waren er alle drie.

Het is een rijkdom, nooit eerder vertoond in het moderne Nederlandse wielrennen. De laatste halve eeuw hadden we de luidruchtige Gerben Karstens, de getergde Jan Raas, de soepele Jean-Paul van Poppel en de pezige Jeroen Blijlevens in de smeltovens op de kop van het peloton. Maar nooit in één leeftijdsgroep tezamen.

Wel, Groenewegen is pas 26, Bol 24, Jakobsen 23. Om nog jaren op te teren.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


Beeld: screenshot Eurosport

One reply on “OP ZOEK NAAR DE NIEUWE EVENEPOEL

  • bengie

    beste Peter, misschien is het je dichterlijke vrijheid maar als het echt waar is dat een organisator van een criterium in de herfst van vorig jaar nog nooit van Remco Evenepoel had gehoord dan is de man heel erg ongeschikt voor zijn functie ( maar dan ook echt ongeschikt). Dan hoop ik dat de rest van de organisatie ( met name veiligheid) beter geschikt is voor zijn/haar taak. Triest en groet
    Ben

Leave a Reply