NIET DÉ MOOISTE …?


Auteur: Peter Ouwerkerk

Er waren wel 103 redenen om wéér naar de Ronde van Vlaanderen te kijken; ook al klonk haast alles na 102 eerdere edities als bekend. Er zijn precieze Hollanders die vinden dat op de eerste aprilzondagen in België de grenzen van sportverdwazing worden overschreden. Ik verlustig me graag aan koers zoals die door onze zuiderburen ieder voorjaar weer wordt voorgezet. Ik adem het, slurp het, vreet het.

Geef mij een Vlaamse semi- of 24-karaats klassieker, en ik plof in volledige overgave op de bank; geïsoleerd van alle werelden rondom mij. Bereid om me onder te dompelen in verslavend vermaak, vol verbazing, verrassing en (soms) verontwaardiging. Met als ongeëvenaarde topic: ‘De Ronde’, ‘Vlaanderens Mooiste’. Een verleiding van bijna zeven uren, exclusief voor- en naspel.

Sportroem heeft een houdbaarheidsgrens. In het koersmuseum bijgezet zijn Johan Museeuw en Tom Boonen, de seniorenbus houdt ook al halt voor Greg Van Avermaet. De hoofdvogels heten deze nieuwe lente Wout van Aert en Mathieu van der Poel. De klaroenen blazen hún kanten op, de luide bijval richt zich op de nieuwe exponenten, op Generatie-NU.

Het 21ste-eeuwse weer, met plotse temperaturen van rond twintig graden, voorkwam dit keer een nat en ijzingwekkend spektakel als in de late jaren tachtig. Maar de belovende toppers van (over)morgen hadden wat graag meegewerkt aan een breed gelanceerde, definitieve machtsovername. Overal op de hijgende sociale en stuiptrekkende traditionele media klonk het War On Wheels, Is On!

‘Vlaanderen’ stond roodomrand in de agenda’s. In ‘Vlaanderen’ had iedereen zin. Op zaterdag trokken 16.000 cyclo-toeristen naar wielermekka Oudenaarde, voor hún verkenningstocht. Daaronder 9200 ‘buitenlanders’, van Peru tot Australië, van Mongolië tot Groenland, van all over the world. Een wereld-micro-economie op twee wielen. Op zondag postten er vele veelvouden van die 16.000 langs vijf kasseistroken en zeventien hellingen, verspreid over het met fietsen ontgonnen Brelse Vlaanderenland.

Zeg nooit nooit, maar: zélden zo druk gezien. Op sommige plekken, in menige bocht, op álle hellingen kon, nee móést je over de hoofden lopen.

Toch, elke verwachting kent haar keerzijde. Op de absentielijst prijkten tal van namen die we – door eerder malheur – node zouden missen. En eenmaal onderweg zou de duivel zich evenmin onbetuigd laten. Kopgroep van vier? Dromen mag, maar geen droom reikt tot aan de eeuwigheid.

Plots, na goed 100 kilometer: valpartij met Niki Terpstra, de titelverdediger die bleef liggen, er eng uitzag, ijlings naar het ziekenhuis werd gereden, een engel op zijn schouders wist. Niettemin: Doek. Het peloton was er stil van. En geen wind die de boel uiteen woei, geen regendruppel die de keien tot glibberstroken maakte.

Het vertier kwam van de derde laag op het tv-scherm. De laag van náást de koers. Kijk daar, een Cofidis-renner stopt bij een dame met een baby op haar arm; zíjn vrouw? Kijk dat kruispunt, een man op een stadsfiets, ventje achterop, net te laat om renners te zien. Kijk in dat weiland, een leus ‘Boer zoekt toekomst. Like us’. Kijk bij dat huis: ‘Herman De Croo groet De Ronde’. Kijk, een spandoek ‘Vrijheid = Ruzie en Weglopen’. Huuh?

Ik hoor Michel Wuyts een gezegde bezigen waarvoor ik de Van Dale moet openslaan. ‘Iedere helling blijft toch in de kafzak kruipen.’ Túúrlijk, Michel. Rijdt Sagan nou in een regenboogtrui; o nee, dat is de kampioenstrui van Slowakije. En daar heb je Frits weer, met zijn almaar opduikende spandoeken van ‘Kortweg, Cycling Travel’.

Van die dingen dus. Als ik zoiets begin te noteren, is de slaapgaap niet ver meer.

Tót die bloembak, waar eigenlijk een boom in hoort, aan de rechterkant van de weg in een niet te duiden dorp nabij de Hotond. Een rood-wit-blauwe trui, die geen kant meer op kan, over de boombak hobbelt, uit balans raakt, zijn linkerarm opsteekt, maar op hetzelfde moment zijn voorwiel voelt breken, en klababber… op zijn platte bek gaat. ‘God-ver-dom-me, néé hè…!’ Drama in elke huiskamer. ‘Van der Poel..!’ Het is 65 kilometer van de streep.

De gevallene zit op de stoep, grijpt zijn rechterschouder. Sleutelbeen? Hij staat weer op, schuift zijn zadel onder zijn latex-kussentjes en herbegint alsof er niets gebeurd is. De tijdwaarneming registreert een gat van 1 minuut 10 naar de kop, drie groepen verder. Groepen die zich gedragen als groupies die aan elkaar klampen, van wie vandaag niets onvergetelijks mag worden verwacht.

Er wil maar geen schot komen in deze 103de Ronde. Angst, onmacht, tekort aan daadkracht? Een afwachtingskoers, een soms onvermijdelijke status quo tijdens de machtswisseling?

En het bijna onvoorstelbare gebeurt. Tóch… MvdP sleurt en scheurt van groep naar groep en meldt zich na twintig kilometer inhaalslag als tweede op de top van de laatste Paterberg. Wat riep hij ook alweer op het ochtendpodium in Antwerpen? ‘Als ik de benen heb, rijd ik altijd op instinct.’ Ziedaar het zoveelste voorbeeld.

Alleen, één leeftijdsgenoot blijkt niet op de totale verrijzenis van ‘Matje’ te hebben willen wachten. Op de derde Oude Kwaremont is hij hem gevlogen: Alberto Bettiol, Italiaan (nog) zonder waardepapieren, nergens genoemd in de sterrenslag, slechts opgemerkt door speurneuzen in Milaan-Sanremo. Bettiol, in de Vlaamse voetsporen van Alessandro Ballan en Gianluca Bortolami. Niemand die hem durfde of wilde, ging of kon terughalen. Education First.

Van der Poel wordt tweede in de groepssprint, vierde totaal – net náást het podium. Zijn pa zegt: ‘Hij heeft een mooie entree gemaakt. Twee semiklassiekers gewonnen, en twee keer vierde, in Wevelgem en Vlaanderen. Veel beter kan niet. Ja, wat beter kán, is op de fiets blijven zitten.’

Vlaanderens Mooiste? Dit keer zeker niet. Geen Kuurne, Harelbeke, Denain of Wevelgem. Zelfs geen De Panne. Maar in bepaalde opzichten toch weer wel een heel bijzondere.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Leave a Reply