MOED VERLOREN, TOUR VERLOREN? DAT NOOIT


Auteur: Peter Ouwerkerk

Zodra een wielrenner op een muurtje gaat zitten, zijn arm grijpt om in een driehoek te vouwen en een gezicht trekt dat vergeefs tracht het zuur uit een snerpende pijn te doven – dan weet je bijna zeker: sleutelbeenbreuk. Wattagemeter voor de ploegleider, rugnummer naar een jurylid, hinkepinkend de ambulance in. Abandon Robert Gesink.

Zodra je een afsprintende wielrenner in gevecht ziet met een ander stel kamikazeschouders en -benen – dan weet je: Hoooo…! Fiets te veel in de weg…! De zoveelste verloren uitdaging van zwaartekracht. Hoofd tegen het asfalt, nog een geluk dat ie een helm opheeft, bonkende hersens en duizelende gedachten. Hôpital, Caleb Ewan.

En zodra je een wielrenner op de linkerwing, uitgerangeerd door acht treintjes, over het asfalt ziet verdwijnen in een droge sloot – dan weet je: die vinden we terug op de massagetafel, om alle wonden, verschavingen en vers gepeld vel zo goed mogelijk te deppen, zalven en ontsmetten. Maar Primoz Roglic wil er eerst nog een nachtje over slapen.

Wielrennen blijft een sport van de straat. Nog wel. Want in de koers stapelen de malle verkeersperikelen zich op. Zeker nu de wereld is doorgedraaid. Nu zowat alles na de zondvloed ons inmiddels heeft bereikt.

Wreed, onverantwoord, idioot? Zolang de stakeholders – organisatoren, ploegmanagement, sponsoren, renners en UCI – gezamenlijk om hete brij en lauwe pispot heen draaien zeker. Iedereen hoort alleen zichzelf orakelen, iedereen vergeet met elkaar in gesprek te gaan. De volgende valpartij, Au suivant! (Jacques Brel).

Niet lang na de bodylift, toegepast op Primoz ‘Jumboy’, ging er een foto viraal met Roglic als middelpunt. Primoz als mummie. Zijn hele linkerkant was bedekt met bandages, doeken en wondgaas. Met waterbestendige, zelfklevende, chirurgische pleisters waren zijn vellen en lellen bij elkaar geplakt. Iedere wielrenner weet dat de pijn van een val ’s nachts in bed ’t heftigst is en nog dagenlang zal doorzeuren. Bloot onder de lakens: geen optie. Dat doen ze iemand in het brandwondencentrum nog niet aan. Maar zalvende kompressen verzachten tenminste íéts.

Primoz Roglic in een heldenrol. En maar lachen en duimpjes geven. Moed verloren, Tour verloren. Al op een vijfde dag? Nóóit.

Wielrenners zijn vreemde wezens. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat je je zó kunt vouwen dat je lichaam, beplakt met van alles en nóg wat verzachtends, het niet gewoon uitschrééuwt van de helse pijn. Een aerodynamische houding in een tijdrit? Alles zit toch in de weg, zeker, alles doet toch zeer? De ideale renner boekt op de vierkante millimeter seconden winst in een windtunnel. Maar door dat intapen zal de wind toch écht een omweg moeten nemen… Ie wie waai weg, die seconden. Ja toch? Niet dan?

Mummie Primoz was gisteren in de 27 kilometer eenzaamheid tussen Redon en Laval nog gewoon de beste van de rest. Hij, moest als klassementsrenner, eigenlijk alleen buigen voor zijn ‘neefje’ uit Slovenië. Tadej Pogacar, één bonk effectieve energie. Dit keer zonder de ‘mijnwerkerszit’ (dixit Tom Dumoulin) van de slottijdrit, vorige Tour. Hij heeft er een laagje stijlvernis op gespoten, zag er in het wit bijna onschuldig uit.

Het verschil tussen Pogacar en de tijdritspecialisten onderstreepte zijn grote kwaliteiten andermaal. Maar meer dan ritwinst werd het niet; de fabuleuze tijdrit van Mathieu van der Poel hield hem op acht seconden van het geel. Pog en Poel onderbraken de flashinterviews opnieuw met hun hilarische lach. Ze accordeerden huggend de ontknoping, maakten gebbetjes in de coulissen. Camaraderie du Tour.

Alleen, het ietwat raadselachtige ‘discours’ tussen de twee, kort na de finishes van rit 3 en 4, kreeg in Laval geen waarneembaar vervolg. Het ging over dure horloges, leek een flard te onthullen. Ze bulkten in elk geval van plezier – iets voor Herman van der Zandt & co om uit te zoeken?

Na alle hectiek van de Bretonse openingsvijfdaagse was het eindelijk rustig, woensdag tijdritdag. Op McNulty na, met twee zichzelf bezorgde bloedende knieën, verder geen nieuwe namen op de ellenlange lijst van lichamelijk leed. Mocht ook wel, een dagje een voor een in koers.

Of zoals Mike Teunissen het na gedane arbeid kortsloot: ‘Ook weleens lekker, een keer in je uppie te kletsen.’


Gedurende de Tour de France zal er in dit weblog dagelijks een column verschijnen, geschreven door John Kroon, Peter Ouwerkerk en Jeroen Wielaert.


Beeld: Cor Vos © 2021 & Instagram Primoz Roglic

Leave a Reply