Mathieu wint de Strade en denkt: ‘Wat zal ik vanavond eens gaan doen?’


Auteur: Mart Smeets

Chef-kok Wagendorp stuurde een app om me te wijzen op mijn schrijfbeurt die, zo schreef hij, weleens over de Strade Bianche zou kunnen gaan. U moet weten dat mijn beurt in het rijtje aan Brick-columnisten nog weleens een hiaat vertoont. Beter subtiel gewaarschuwd dan geknarsetand achteraf, nietwaar?

Ik bereidde me voor. Bij de Jumbo kocht ik mijn zaterdagse ochtendkranten. Helaas geen Vlaamse of Italiaanse, want ook al dat schoons valt weg in de corona-malaise. Het is eigenlijk om je dood te schamen, dat je je dagbladen alleen nog kunt aanschaffen bij de Appie’s of de Jumbo’s.

Voor de kassa stond ik te wachten op een ronde plakposter op de grond. Ik zag de toren van Pisa, een vliegtuig, een wijnfles en een zelfverzekerd kijkende Max Verstappen. Ik keek nog eens en… was dat Tom Dumoulin niet? Verrek, hij was het. De vloerreclame-actie van de grootgrutter was bedacht voor het bijna sacrale moment waarop Dumoulin zijn fiets op slot zette.

Eenmaal thuis bladerde ik de vijf Nederlandse nationale dagbladen door. Nergens een voorbeschouwing, nergens een verhaaltje, uiteraard nergens een startlijst. Geen punt. Ik zocht de starttijd van de televisie-uitzending en kreeg heel even een laffe smaak in de mond: op de nationale zender geen spoor van de Strade Bianche.

Er was shorttrack, er was atletiek en er was tennis in Rotterdam. Volle bak dus. Maar er zou toch wel íemand de rechten van die Italianen gekocht hebben?

Een paar uur later viel ik in de finale van de vrouwenkoers waar Chantal Blaak buitengemeen fraai won en Anna van der Breggen blijer was voor haar landgenote dan ik haar ooit voor haarzelf heb gezien na een zege.

Omdat ik daarna, na een half uur wachten en een korte herhaling van de mannenkoers van afgelopen jaar via Eurosport, moest kiezen tussen die zender en VRT, viel de keuze op de Belgische vrienden. Michelleke en Sven Nys hadden de omroepbeurt.

Als Wuyts de spreker van dienst is, moet je ervanuit gaan dat het een serieuze koers betreft. Nys als co-commentator is een trouvaille. Hij praat minder dan De Cauwer, timet heel goed en verstaat zijn vak. Co-commentatoren moeten namelijk co-commentaar geven en in dat kleine woordje ‘co’ zit een heel apart vak verborgen. Sven verstaat dat vak.

Door omstandigheden zat ik pas kort na het begin van de uitzending van de VRT-uitzending op mijn post. Ik zag stof en ik zag een bebaarde man hard in een kopgroep rijden. Renners met baarden zijn zeldzaam, deze helemaal. Achter de rossige pluk haar school Quinn Simmons, die een geriefelijke plaats in de kopgroep met verve verdedigde. Waar was zijn kopman Bauke Mollema?

Nergens dus, of in ieder geval niet in beeld.

Toen Simmons lek reed kon ik een zwakke glimlach niet onderdrukken. Een klungelende mecanicien frummelde, knoeide, trok, duwde en slaagde er na ettelijke seconden in het achterwiel van de Amerikaanse renner los te krijgen. Het inzetten van een nieuw wiel ging ook niet echt soepel, maar vijf minuten later zag ik Simmons weer aansluiten bij een groep achtervolgers. Ik bedacht dat hij met zeker tachtig kilometer per uur over de gravelwegen moest hebben gerost om terug te komen. Nog net niet bij de koplopers, maar de man uit Colorado stoomde meteen door naar de kop van het tweede groepje.

Simmons? Was hij niet die eikel die een stompzinnig zwart of bruin handje bij een re-tweet van een ander geplaatst had, waardoor de lange tenen-brigade de stellingen betrok en hem via de sociale kanalen met pek en veren was gaan bewerken. Hij was een vuile vieze tering racist, een gore, laffe, zielige Trump-man en hij werd door zijn ploeg voor even in de ijskast gezet.

Tien minuten later was er een onoverzichtelijk shot van de tweede lage camera in koers; een renner stuiterde stom en onhandig een bocht naar rechts door en je zag een andere coureur in het skoekeloen links liggen: Simmons, godverdomme, de man die ik al had uitgekozen als onderwerp voor mijn Muur-stukkie.

Een kwartier later keek ik naar vijf koplopers. Wie ging hier winnen? Mathieu van der Poel (70 kg plus) nam de laatste heuveltjes gemakkelijker dan de lichtgewicht-klimmers. Ik voorzag dat Van der Poel in de slotkilometer van de anderen weg zou rijden en al zijn kornuiten uit de kopgroep een flinke lel om de oren zou geven.

De man beschikt over krachten waar anderen in het peloton slechts van kunnen dromen. Die spreekt hij aan op moddergrond, in bossen, op keurig geplaveide asfaltwegen en hier, in Italië, eerst op dat opwaaiende gravel en later op dat venijnige klimmetje naar het beroemde plein van Siena, waar je op je rug dient te gaan liggen om de wereld vanuit een vreemd perspectief te kunnen zien.

Van der Poel heeft een prachtige cross-winter achter de rug en droomt sinds 1 januari over een gouden Olympische mountainbike-medaille. Voilà, ingrediënten om de heren Alaphilippe en Bernal eens flink van onder uit de zak te geven, hetgeen geschiedde.

Wuyts over Wout van Aert: ‘Voorop rijden, vol doortrekken, een patat krijgen en anderhalve minuut aan je been krijgen.’ Ik zette deze woorden bij in het ‘Grootboek der dichterlijke wielervrijheden’ en luisterde verder.

photo POOL Dario Belingheri/LB/RB/Cor Vos © 2021

Van der Poel won, stapte opmerkelijk rustig van zijn fiets, gaf die aan een verzorger, dronk uit een klein flesje. Je zag hem denken: wat zal ik vanavond eens gaan doen?

Ik keek nog even naar de prijsuitreiking. De VRT zendt dat soort volkomen overbodige ceremoniën altijd uit, de NOS vrijwel nooit.

Er zou een gehele Muur-column gevuld kunnen worden met theses waarom dat zo is, maar het is zo. Punt uit.

Van der Poel zag er strak uit, zette als enige van de drie op het erepodium zijn pet af voor het Wilhelmus (waarom deden die Fransman en die Colombiaan dat eigenlijk niet? Barbaren zijn het!) en sprak een paar Engelse woorden in de microfoon van een Italiaanse hulpjournalist.

De vijftiende uitvoering van de Strade Bianche was voorbij. Bijna het voltallige Nederlandse sportjournalistengilde had geen centimeter ruimte gekregen voor een voorbeschouwing van welke aard dan ook.

Deze Italiaanse koers kent een prima erelijst, kende op deze zaterdag een wondermooie kopgroep van toprenners en had een Nederlandse winnaar. Dus?

Op het nationale scherm?

Ben je gek: door de dienstdoende aanzegger verwezen naar kwart voor zeven in de avond. Naar zo’n laf Sportjournaaltje.

Wat zei Wuyts in zijn slotregels? ‘Daar staat hij, uit Nederland. Of moet ik zeggen uit Kapellen, van bij ons?’

Dat was pas erg.


PS: Je vindt deze column niet op de Facebooksite van De Muur. Die is namelijk gehackt en voorlopig onbruikbaar. We werken aan een oplossing. Nog steeds.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

photo Anton Vos//Cor Vos © 2021


 

Leave a Reply