HET WIELRENNEN VERANDERT IN HOOG TEMPO EN DAT IS MOOI


Auteur: BERT WAGENDORP

Vroeger, en dat is nog niet eens zo heel lang geleden, viel op de Muur van Geraardsbergen vaak de beslissing in de Ronde van Vlaanderen. Daar werden, zoals het in de wielerverslagen heette, ‘de mannen van de jongens gescheiden’, waarna de mannen – alleen of in selectief gezelschap – naar de aankomst kachelden en het karwei afmaakten.

Afgelopen zaterdag, in de Omloop Het Nieuwsblad, ging het anders. De aanvallen voor de Muur, onder meer van Alaphilippe, waren geneutraliseerd en een heel peloton stormde de kruisgang naar café Het Hemelrijk op, nam en passant de Kapelmuur en raasde richting Ninove: massasprint, de Italiaan Ballerini wint.

Zijn landgenoot Gianni Moscon had met een aanval op De Muur nog even geprobeerd oude scenario’s te laten herleven, maar die illusie duurde niet lang. De hellingen worden en groupe genomen.

De Muur is niet langer zwaar genoeg om beslissingen te forceren. Of, anders gezegd, het niveau in het wielerpeloton is zo hoog geworden dat inmiddels een half peloton mee kan met de allersterksten. De parcoursbouwers zullen met iets anders moeten komen, willen ze de massasprint vermijden.

De massasprint gold lange tijd als een diskwalificatie van je koers: een massasprint betekende dat je wedstrijd niet selectief genoeg was en bezorgde je vaak een andere dan de gewenste winnaar.

Het Omloop-scenario zal zich de komende weken nog vaker voordoen. In Milaan-San Remo is het al langer duidelijk dat de oude scherprechter Poggio, waar ooit de allergrootsten de basis legden voor de eindzege, veel renners geen angst meer inboezemt. La Primavera is een koers voor snelle mannen die én de driehonderd kilometer aankunnen en fris over de laatste colletjes komen. Daar zijn er inmiddels heel veel van. Ook Gent-Wevelgem moet, ondanks de Kemmelberg in de finale, vrezen voor een grote groep in de straten van Wevelgem.

In de Ronde van Vlaanderen jagen ze het peloton in de finale omlopen over de Oude Kwaremont, Paterberg en Koppenberg om in godsnaam maar niet de schande te hoeven beleven van een massasprint. Maar hoe lang gaat die vlieger nog op?

(Vraag: wat is er overigens tegen een massasprint – mits daar een enerverende koers aan vooraf gaat? Antwoord: Niets.)

De kwestie in het wielrennen is, dat de parcoursen tamelijk onveranderlijk zijn, maar dat de renners zich blijven ontwikkelen. Daardoor is het logisch dat steeds meer coureurs de ooit selectieve hindernissen goed verteren en zich monter richting meet spoeden.

Met name de laatste jaren heeft de sport zich in fysiologische zin spectaculair ontwikkeld. Jonge profs worden tegenwoordig geselecteerd op grond van de vermogens die ze kunnen trappen, niet langer op ‘de blik van de kenner’ of een paar mooie zeges. De kennis van de manier waarop je de watt-productie verder kunt verhogen is ook drastisch toegenomen. Wielrennen is het spoor van andere topsporten gevolgd, de sportwetenschap heeft zich er meester van gemaakt. Meten is weten. (Zie ook het stuk van Martijn Sargentini in het komende nummer van De Muur, over de wattages van Lennard Hofstede in de beslissende fase van de laatste Vuelta.)

Vroeger (en niet eens zo heel erg vroeger) was wielrennen in trainingstechnisch opzicht een primitieve sport.

Das war einmal.

We zien de gevolgen. Jonge renners die zich razendsnel melden aan de top en die wattages trappen waar een kleine energiecentrale jaloers op is. Namen in de finales waar je nog nooit van hebt gehoord. En het gaat niet om enkelingen – over de hele breedte is het niveau dermate toegenomen, dat het wielrennen razendsnel van karakter verandert. Er wordt vanuit het vertrek hard gekoerst onder het motto: als de finale niet meer selectief is, dan moet het verschil maar eerder worden gemaakt.

Ik zie het als winst. Wielrennen wordt een volwassen topsport, met pelotons waarin de allerbesten ook echt aan elkaar zijn gewaagd. Het vervelende woord ‘pelotonvulling’ zal verdwijnen, daarvoor zijn er te veel coureurs die op het allerhoogste niveau mee kunnen.

Eén ding zal blijven en zelfs worden versterkt: de slimste renner wint. Koersintelligentie wordt een beslissende factor. Wie sterk is, moet ook slim zijn.

Nog even en de etappe naar de top van de Ventoux wordt beslist in een massasprint.


PS: Je vindt deze column niet op de Facebooksite van De Muur. Die is namelijk gehackt en voorlopig onbruikbaar. We werken aan een oplossing. Hij staat wel op onze eigen site: www.uitgeverijdemuur.nl


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

photo NV/PN/Cor Vos © 2021


 

Leave a Reply