LEEFTIJDSDISCRIMINATIE. OF DE HOUDBAARHEIDSDATUM VAN WEGPIRATEN


Auteur: Peter Ouwerkerk

Je bent zeventig, maar je voelt je 54. Wie kent ze niet? Ze rukken almaar verder op, de mens wordt steeds ouder. Maar moet je iemand van 94 die nog dagelijks messcherp het gaspedaal indrukt, de rijbevoegdheid ontzeggen? Of horen we zo niet met krasse knarren om te gaan?

Eind vorig jaar bracht ons de leeftijdsdiscriminatie van twee oer-Vlaamse ploegleiders: Walter Planckaert (Topsport Vlaanderen) en Hilaire Van der Schueren (Wanty). De twee mochten in 2019 opeens niet meer achter het stuur van de ploegleidersauto kruipen. Zeventig is in België de leeftijdsgrens voor ‘sportdirecteuren.’

De protesten kwamen, en: loonden. De Belgische Wielerbond gunde Walter en ‘Hilario’ (dixit Jan Raas) er uiteindelijk nog een jaartje bij. Mits ze instemden met een opfriscursus en medisch geen verborgen mankementen vertoonden.

Ik snap het ergens wel; maar moet rijvaardigheid écht afgelezen worden uit een klinisch getal? Het wordt steeds droeviger met het rode licht bij een bepaalde leeftijd. Je moet blijven werken tot je 68ste, maar je krijgt boven de 50 geen (nieuwe) baan meer bij de overheid. Een ploegleider van 70? Stoppen! Uit die auto. Hooguit nog plaats als bijrijder.

Ik heb jarenlang zelf volgauto’s bestuurd in de Tour. Zeg maar 35 jaar letterlijk tussen de wielen gezeten van klassiekers, rondjes en grote rondes. Had nul kilometer wedstrijdervaring, één koers gefietst in een bijprogramma van de Gouden Pijl van Emmen, was geëindigd als voorlaatste. Maar ik reed wel met Merckx, Hinault, Induraín, Ullrich en Armstrong voor of naast de motorkap. Of (ook wel…) met uitgeputte renners aan de deurklink.

De Tour beleven aan het stuur van een volgauto – het is een speciale missie. Je krijgt een instructieboek; je moet de betekenis van de koersborden kennen, je moet je aan de koersregels houden, je moet papieren ondertekenen. Officieel volger ben je niet zomaar.

Ik heb het stuur vergrendeld, pakweg vijftien jaar geleden. Het leven is niet wielersport alleen. Vroeger? Was alles anders. Toen kon je een kopgroep passeren, desnoods het hele peloton; trok je een paar maal daags zigzaggend door de reclamekaravaan; kroop je ’s morgens even links langszij om bij te praten met de ploegleiders. Dat is nu ondenkbaar, verleden tijd.

De bomen in krantenland groeiden vorige eeuw nog voorbij de hemel. De rijkste kranten hadden vaak eigen gastchauffeurs in dienst; van autodealers, garagehouders tot kroegbazen. Toch reed ik, net als de meeste van mijn ‘ploegmaats’, de volgauto het liefst zelf. Dan voelde je de zwaarte van de koers aan je eigen pink en duim; beklimmingen, afdalingen en kasseien. Na Parijs-Roubaix stonden de blaren ook op jouw handen.

Tussen die ingehuurde chauffeurs zaten veel cowboys. Wegpiraten die voorrang namen als rallyrijders, met net de vijfde Parijs-Dakar op hun cv. Je kon maar beter uit hun buurt blijven. Net als trouwens bij de niets en niemand ontziende, levensgevaarlijke Luis Ocaña, die ik ooit een bocht zag overslaan en regelrecht het publiek zag inrijden.

De wielergeschiedenis kent legio voorbeelden van goede en slechte afloop. Erewoord: ik heb vaker inbrekers op bezoek gehad in mijn volgauto dan dat ik er renners mee heb gekraakt. Van al die jaren herinner ik mij één voorval waarvoor ik ‘sorry’ wilde zeggen. Finale Amstel Gold Race, de halve volgkaravaan maakte een noodstop, en ik blokkeerde de weg voor achterblijver Theo van der Leeuw (Raleigh). Die bovenop mijn kofferblad klapte. Sorry? Renners hebben altijd voorrang.

Ik zou nu niet meer aan het stuur van een volgwagen kruipen. 72 – dan behoor je te wórden gereden. Maar Walter Planckaert en Hilaire Van der Schueren zitten er nog bij als een fris hoentje. Ze kennen hun opdracht: met kopmannen, knechten en ploegleiderswagen heel over de finish geraken. Hun leven is gekaderd in een gevarendriehoek.

Een ploegleider commandeert, communiceert, brengt orde in het wedstrijdverloop. Bij pech stuurt hij zijn mecanicien, duwt hij (soms) de pechvogel af, maakt hij de ongelukkige weer gelukkig. Boevenstreken wuift hij weg als de quasi onschuldige bal-afpakker in het voetbal. De ploegleider gaat voor zijn coureurs, is er voor en van alle leeftijden.

Joop Zoetemelk koerste tot zijn 41ste, Raymond Poulidor ook, Davide Rebellin won op zijn 47ste nog wedstrijden, Fred Rimpelberg voelt zich nog altijd jonger dan zijn spiegelbeeld. Andrea Tafi hunkert naar een startbewijs voor de komende Parijs-Roubaix. Tafi is 52.

Emile Ratelband uitgezonderd: in de sport ben je zo jong als je je voelt. Wat is leeftijd? Wat de een nog fluitend doet, bezorgt een ander al COPD. Eigenlijk zou er alleen een verbod moeten komen voor de 50-plusser die zelf nog een politieke partij wil besturen.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


 

Leave a Reply