KOM OP, CEES BOL, WIN EENS EEN SPRINT

Auteur: John Kroon

Photo: Luca Bettini/RB/Cor Vos © 2022


Wieleréquipe DSM heeft een filosofie en een sleutelwoord daarbij is cooperation. Samenwerking. Sportdirecteur en oud-renner Rudi Kemna benadrukte dat enkele keren vorig jaar in een vraaggesprek met Wielerflits. Onderwerp daarin waren onder meer enkele interne akkefietjes met DSM-renners die op de buitenwacht als te kinderachtig voor woorden overkwamen.

   Waarmee een kernprobleem van DSM, dit jaar voor het eerst weer rondrijdend met een Nederlandse licentie in plaats van een Duitse, is aangestipt: het team heeft een twijfelachtig imago.

   Akkefietje 1: Søren Kragh Andersen vroeg kort voor een etappe in Parijs-Nice of de hoogte van zijn zadel met een paar luttele millimeter kon worden aangepast. Kennelijk voelde hij zich daar prettiger bij. Maar hó even, zei de ploegleiding, we hebben niet voor niets een bikefitter in dienst. Die heeft van alle renners voor het seizoen de maten opgenomen, die heeft daar met alle renners over gesproken en die weet dus het beste welke zadelhoogte goed voor je is. Niet zeuren, Søren.

   Kemna: ‘Plots beslist een renner in z’n eentje om het zadel twee millimeter te laten verhogen. ’s Morgens, net voor de rit, notabene. Daarmee sluit de renner in kwestie niet alleen onze expert uit en toont hij geen respect voor hem, maar maakt hij de mecaniciens nerveus, enzovoort.’

   Akkefietje 2: Michael Storer, met de ploeg op trainingskamp in Oostenrijk, begaf zich in 2020 naar een winkel om een fles shampoo te kopen. De sanctie, opgelegd door de ploegleiding: hij moest het trainingskamp verlaten. Het was de periode van een nog lang niet uitgewoede en nog betrekkelijk onbekende coronapandemie, en dus van bubbels. Stom, van die Australische renner. Maar wegsturen?

Ploegleider Matt Winston, ook op Wielerflits: ‘En dan gaat er eentje snel een bus shampoo kopen… Wat moet je dan doen? Het door de vingers zien? Wat als hij drie dagen later positief test? Dan ga je andere dingen in de media lezen. Akkoord of niet? Trouwens, we zagen dit ook niet als straf!’ 

DSM, voorheen Sunweb, voorheen Skil-Shimano, voorheen enzovoorts, staat bekend om zijn streven naar perfectie. Het toeval uitsluiten, de utopische droom van elke sportcoach. Maar de vraag is telkens weer: zijn de regels niet te rigide, slaat de balans tussen enerzijds de opperste groepsdiscipline die van renners wordt verwacht, maar die anderzijds zelfstandig denkende wezens zijn, professionals die hun eigen verantwoordelijkheid moeten kunnen nemen, niet te scheef uit? De staf van DSM zit vol wielerkennis, het zijn ervaren rotten in het vak. Zij weten wat goed is voor de renners, maar misschien weten ze dat wel te goed.

   Orde moet er zijn. Maar niet altijd. In de editie van De Muur die deze week verschijnt, kijken Tom Dumoulin en zijn toenmalige ploegleider Ake Visbeen terug op de Giro van 2017 die zo glorieus voor hen eindigde. Maar toch schuurde het toen bij Sunweb tussen het thuisfront in Nederland en het team in Italië. Lees dat artikel maar. Een van de trefwoorden: pannenkoeken.

Dumoulin en Visbeen zijn beiden ex-Sunwebbers, zoals zoveel renners van naam het team verlieten, op eigen initiatief of omdat ze weg moesten. Het nooit opgehelderde vertrek van talent Marc Hirschi bijvoorbeeld. De feiten daarover zijn in een zwijgcontract gesmoord, al gauw een voedingsbodem voor kwestieuze geruchten.

   Michael Matthews ging weg, Warren Barguil, enzovoorts, enzovoorts. Natuurlijk kent ook de wielerwereld een levendige ‘transfermarkt’, speelt geld een overwegende rol bij renners, maar de lijst van vertrekkers bij DSM en zijn voorgangers is wel erg lang. Eind vorig jaar verlieten tien coureurs de ploeg. Tiesj Benoot, met een nog doorlopend contract, ging in wederzijdse onmin weg en het jonge Belgische talent Ilan Van Wilder dreigde zelfs met een rechtszaak om onder zijn verbintenis uit te komen. Uiteindelijk kwam er een schikking en kon hij overstappen naar Quick-Step Alpha Vinyl.

Waren de resultaten van DSM nu zodanig dat de ploegleiding haar gelijk kon aantonen, dat orde en tucht dominant horen te zijn, dat zij beter dan de renners weet wat goed voor hen is, dan was er weinig reden tot gemor. Maar, helaas, van alle World Tour Teams presteerde DSM in 2021 het slechtst. Michael Storer zorgde met winst in het bergklassement en twee etappes in de Vuelta nog voor late een opleving, vermoedelijk met goed gewassen haar. Hij verkaste vervolgens naar Groupama-FDJ. 

   Ook dit jaar, op de tussenstand van de UCI-ranking, scoort DSM van de World Tourploegen tot nu toe het slechtst. Dat is jammer. Zowel Jumbo-Visma als DSM vervult met hun opleidingsploegen vitale functies voor de Nederlandse en internationale wielersport. Gelukkig liet DSM’er Thymen Arensman met zijn zesde plaats in het eindklassement van de Tirreno-Adriatico zien over talent te beschikken en bij zijn ploeg leren ze hem vast wel om zijn voorkeur voor pindakaas en chocopasta te onderdrukken. Kragh Andersen reed top-10  in Milaan-Sanremo en Gent Wevelgem, met zijn zadel zit het kennelijk wel goed. En, er  is nog hoop. Het seizoen is pas drie maanden oud. Dus, kom op, Cees Bol, win eens een sprint.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Photo: Tim Van Wichelen/Cor Vos © 2022


 

Leave a Reply