JEROEN WIELAERT ZWERFT DOOR DE TOUR // dag 15

 


1997



Na de aankomst in Foix was het een goed idee om terug te keren naar startplaats Saint-Girons en er te eten en te overnachten in Hotel Eychenne. De Tour is meer dan fietsen, het is reizen, dag in, dag uit. Ik schrijf dit in kamer 49, bij een terugkeer in de tijd. Het hotel stond voor het eerst in de planning in 1997. Het was dertig jaar nadat ik was geraakt door de Tourbacil. Met dat slotcijfer 7 beleefde ik alweer een wending.

Vanaf die eerste keer is Hotel Eychenne een van mijn favoriete onderkomens. Het dateert van 1830, is altijd een familiebedrijf geweest. Met enige kosmetische vernieuwingen in kleuren en vloeren houdt het toch zijn ouderwetse élégance. Hier moet je zijn om bij te komen van de suspense van een Pyreneeënrit, of om er alvast voor in de sfeer te komen.

Die beleving had ik niet, die julidagen van 1997. Het moet op Quatorze Juillet geweest zijn dat ik voor de deur van Hotel Eychenne over mijn inzinking sprak met Ferry de Groot, chef d’équipe van Radio Tour de France. We hadden de empathie van creatieve radiokunstenmakers.

In het voorjaar had ik mijn benen verloren na het behalen van een behoorlijk succes. Bravo Les Hollandais was verschenen, mijn bundeling vol oral history van Nederlandse renners, van Theofiel Middelkamp tot Erik Breukink. Het was een slopend karwei geweest in de winter. Het had een ander, totaal onverwacht effect op mijn moraal.

Na al die grondige verdieping in oude rennersverhalen was ik de motivatie kwijtgeraakt om nieuwe, ouwe versies op te nemen. Op een vreemd moment in mijn werkkamer viel me het besef binnen dat ik volledig klaar was met wielerverhalen. Niet de beste uitgangsgedachte voor een nieuwe Tour.

Fedor den Hertog was mijn gast voor de Grand Départ in Rouen. Hij had er in 1977 een etappe gewonnen. Ook met hem had ik indringend gesproken voor Bravo les Hollandais. Bij het terugdenken aan die reis voel ik weer de intensiteit van het contact, de vriendschap met de man die ik als twaalfjarig joch al bewonderde.

Hij stapte in bij De Lucht, langs de snelweg voor Den Bosch. Oud-ploegleider Ton Vissers was hem komen brengen. Heel de weg naar Normandië hield Fedor me voor: ‘Genieten, je moet genieten. En meegaan met de rivier.’

Eenmaal aangekomen bij de Grand Départ aan de Seine heb ik met Tourbaas Jean-Marie Leblanc een medaille d’honneur geregeld voor Fedor en ook voor speciale gast Henk Angenent, vroeg in het jaar winnaar van de Elfstedentocht.

Leblanc kende Fedor, maar van die tocht wist hij niets.

‘Elf steden in een dag, op schaatsen,’ legde ik uit aan Leblanc.

Dat waren toch leuke dingen om de Tour van ’97 in te gaan. Het eindigde met de winst van Jan Ullrich, de eerste Duitse Tourzege in de geschiedenis. Vermoeid nam ik de trein naar Avignon, om vrouw en dochter te zien. Ik was net voorbij de veertig. Er braken melancholische jaren aan vol speuren op de landkaart van het leven, een zoektocht naar de Goede Weg.

Op de Franse nationale feestdag van 2017 keer ik terug in Hotel Eychenne, na een vervloekte verkeerschaos bij Foix. Ik ben over de cols van de korte, intense rit vooruitgegaan. Heb gekostumeerde types gezien, onder wie een kardinaal en wat kapelaans. Niemand stond er klaar als imam. Met het afnemen van de macht van Froome heb ik het geloof in deze Tour teruggekregen. Op kamer 49 bedacht ik dat Romain Bardet de Tour kan winnen.



JEROEN WIELAERT


Jeroen Wielaert zit in zijn 31ste Tour. Hij zal hier dagelijks met een impressie komen.

Leave a Reply