DE SPREIDSTAND VAN DE KOERS

Auteur: Mart Smeets

Photo: Luca Bettini/SCA/Cor Vos © 2022


De Giro is verdwenen uit Hongarije en de mensen daar hebben braaf staan zwaaien naar de kleine 200 mannen in kleurrijke pakjes, mannen die ze niet herkenden, maar voor de normale sterveling die onder Orban in dat land moet leven, lijkt me ieder uitje een traktatie.

   Zouden die lieden gezien hebben hoe goed die Nederlander was met die opmerkelijk hoge witte wielersokken aan de benen?

   Zouden ze geweten hebben van de opa-vader-broer-keten?

   Ik betwijfel het.

   Feit was wel dat Van der Poels winst in de eerste etappe uit de twee kleinste teennagels kwam en dat alle sprinters op apegapen lagen toen ze over de streep kwamen.

   Mooie aankomst dus; alle hartmeters op boven de 200 slagen per minuut.

   Twee dagen na die fraaie exercitie, die overigens gevolgd werd door een toffe proloog-achtige tijdrit met een kolere-klim tegen het slot, kreeg ik een interessant mailtje met als afzender Erica van ’t Leven.

   Of ik wist dat op 24 mei Het peloton en ik verschijnt. Een filosofie van de mens in de massa.

   Schrijver?

Photo: Tommaso Pelagalli/LB/RB/Cor Vos © 2022

   Guillaume Martin, die ook wel Socrates op de fiets wordt genoemd en die in Le Monde stukken publiceert die de Pedro Horillo van vroeger qua filosofische inhoud ver overtreffen.

   Voor de goede orde: Martin heeft een master-titel in de filosofie en hij verdient zijn brood met hard trappen in het shirt van Cofidis.

   In de Ronde van Frankrijk 2021 begon hij met het bijhouden van een dagboek en schreef hij zijn gevoelens van de fietsdagen op.

   Met de vaak terugkerende vraag: er kan er maar één winnen, maar die kan dat alleen maar met de behulp van anderen.

   Dat heet, ook voor Martin, een klassiek thema te zijn. Voor mensen die al heel veel langer rond het peloton wonen, is dat een abc-tje.

   Toch lijkt me zo’n boek van een afgestudeerde jongeling in Frankrijk de moeite van het lezen waard. Dat hij de regels van het peloton heeft moeten leren door te kijken, te luisteren, in zijn hemd gezet te worden, door belazerd te worden en door zelf te geloven dat hij kon winnen… dat alles lijkt logisch.

   Hoe past hij zijn zienswijze toe in een sport waar de hoofdregel is: eet eerst het bord van je tegenstander leeg en begin dan pas aan je eigen hap?

   In het persbericht staat: Omdat wielrennen een individuele sport is die wordt beoefend in teamverband, legt het genadeloos onze fundamenteelste tegenstellingen bloot.

   Sprint je weg of help je je kopman?

   En ook: ‘Het peloton is een hiërarchisch universum waarin alle menselijke aandriften in uitvergrote vorm naar boven komen, van machtsspelletjes tot voor-wat-hoort-wat.’

   In a nutshell is dat wat de koers kan zijn … Ja, ik zeg: kan zijn. Belazer, trap door en wordt belazerd.

   Nou ben ik benieuwd wat deze profjongen van machtsspelletjes en voor-wat-hoort-wat-zaken vindt. Het is zijn beroep immers en hij dient die spelregels te kennen. Houdt hij zich eraan of geeft hij die zaken een saus van filosofische waarde, waardoor wij hem nauwelijks nog zullen begrijpen?

   Kan hij het aan als hij geflikt wordt, als anderen zijn karretje in de poep rijden? Wat doet hij als er een sjacheraar bij hem langskomt met kleine rode pillen en belooft dat die hem superbenen zullen geven?

   Slaat hij de man de tent uit, gaat hij een discussie aan… twijfelt hij?

   Boeiend hoor.

   Ik zie hem rijden; smal figuur, kleine gabarit zo ze zeggen. Kleine profielmal, kleine ijkmaat, smal postuur.

   Maar ook een smal hoofd – hij kon de zanger van een Britse progband zijn; ingevallen wangen, vurige ogen… op zijn hoede, maar wel lief.

   En hij gaat in zijn boek de wereld vertellen hoe hij in die sport staat. Hoe er met hem omgegaan wordt, hoe hij dat met anderen  doet.

   En hij doet dat alles met de gedachten van Socrates in zijn musette.

Om te beginnen: ‘De enige waarheid is te weten dat je in feite niets weet.’

   En: ‘Ik kan niemand iets leren.’

  Of, zo fraai in het Engels neergezet: ‘Wonder is the beginning of wisdom.’

   Ik denk dat, als ik hem ergens later dit jaar aan het werk zie, ik vooral aan de laatste kreet van Socrates zal denken. Ook al rijdt hij in de derde groep op zeventien minuten achter de koplopers.

   Hij heeft de slag gemist. Om welke reden…?

   Ik denk niet dat zijn antwoord opgepikt zal worden bij de finishnieuwsjagers.

   Dan toch maar dat boek gaan lezen.

   Over aardig zijn tegenover iedereen die je tegenkomt… dat is toch een heftige strijd, nietwaar? Martin kijkt rond in het groepje geklopten waar zelfs de mensen aan de straat niet meer voor klappen. Hij moet dus aardig en vriendelijk zijn tegenover die vier andere renners die hem expliciet deden weten niet op kop te komen rijden. Hij kon hun kloten kussen.

   Hij moest erin berusten.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Photo: Luca Bettini/SCA/Cor Vos © 2022


 

Leave a Reply