HOE MARC HIRSCHI INEENS AAN STEVEN ROOKS DEED DENKEN


MUR DE FRANCE


Door: Peter Ouwerkerk

Telefoon voor mij, in de perszaal van de Tour. Of beter: de perstent. Het was begin jaren negentig. De mobiele telefoon was nog niet opgenomen in de standaarduitrusting van journalisten. Wij konden alleen – bij hoge uitzondering, lees: in geval van nood – gebeld worden met een speciale verbinding via Amsterdam en Parijs naar het communicatie hart van de Tour, de meereizende Franse PTT-ploeg.

Oeverkèrke, of Veille Église – telefoon uit Pays-Bas, Haarlem, monsieur Njiepéls.

Njiepéls was Frans Nypels, gereputeerd en gevreesd journalist, hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad, in die functie tevens voorzitter van de Sportgroep binnen de GPD, het redactionele samenwerkingsverband van ruim twintig regionale dagbladen. Nypels had één keer de Tour gevolgd, en moest mij dringend spreken.

Meestal ging dat over doping of combines. ‘Dat heb ik vorige keer ook al gezegd: hou dat goed in de gaten, hoor. Dat soort verhalen moeten we hebben. En als éérste. Maar ik heb nog niks van je gezien.’

Tja.

Steven Rooks (Buckler) Tour de France 1991 // photo Cor Vos ©

‘Maar waar ik eigenlijk voor bel: We hebben hier net allemaal in onze broek zitten schijten van angst. Steven Rooks, heb je dát gezien, in de afdaling van de Aravis? Hoe die bijna zijn stuur kwijtraakte en wel tien tellen op het randje balanceerde… Die lazerde bijna in het ravijn. Ik reken morgen op een groot verhaal-Rooks. Hoe die zich voelde… Man, iedereen zit nog te trillen.’

Ik zei nog: dat ik bang was dat Rooks daar geen enkele herinnering aan had. Dat zoiets wel tien keer per dag kon gebeuren, nee: gebeúrde. En dat hij mij niet moest bellen over zulke opdrachten, dat wij hier in de perszaal ook tv zaten te kijken. Die telefoon is alleen voor nood. Rooks zag me al aankomen… Rooks was trouwens al naar zijn hotel, zestig kilometer verderop; en ik moest straks, na de dagproductie, zestig kilometer naar de ándere kant. Daar ging ik Rooks dus niet mee lastig vallen.

‘Opening van álle sportkaternen GPD. Je stuurt het maar. Ik reken erop.’

Verbinding verbroken.

Steven Rooks (PDM) en Peter Ouwerkerk (Het Vrije Volk) // photo Cor Vos ©

Toen ik Rooks er de volgende ochtend naar vroeg, haalde die zijn      schouders op. ‘Die afdaling? Op het randje? Ik? Weet ik niets van. Ik sta hier nog gezond en wel voor je, toch? Niks gebeurd.’

Ik moest gistermiddag, dertig jaar later, opeens weer aan dat voorval denken toen Marc Hirschi in de afdaling van óók de Aravis op zijn platte gezicht ging bij het verkeerd insturen van een bocht.

Marc Hirschi: 22 jaar, Zwitser, wereldkampioen bij de beloften, rank en slank, stuiterend als een gummibal, de nek van een varkensslager, rossige baard, rijdend voor Sunweb, al eerste, tweede en derde in zijn eerste Tour, protegé van Fabio Cancellara.

Hirschi zat mee voorop in een kopgroep van vier, en duelleerde met de twee Ineos-renners die probeerden de sores van hun dit jaar zo zwakke ploeg uit te wissen. Hun doel: de bergtrui voor Richard Carapaz, onder regie van routinier Mikal Kwiatkowski. Laat Hirschi daar nou ook net zijn zinnen op hebben gezet. Gevolg: animositeit tussen het Ineos-duo en eenling Hirschi.

Aravis bedwongen, het ging weer naar omlaag, snelheid rond de tachtig. Kwiatkowski liet een gaatje vallen, Carapaz pakte twintig, dertig meter. Ze zouden die Hirschi wel eens even onder druk zetten. Opeens: een flauwe bocht naar links, en daar schoof de jonge Zwitser onderuit. Eer hij terug op zijn fiets was en weer in gang, waren er veertig seconden verloren.

Hirschi schudde zijn veren en ging op zoek naar zijn Ineos-rivalen.

Broek gescheurd, bovenarm geschaafd, linker stuurhendel uit het lood, boos, belust op onmiddellijke revanche. Hij vloog over de vluchtheuvels, scheerde rakelings langs de terrassen in het dal. Bijval en bewondering alom. De lof was hem de voorbije drie weken al van alle kanten toegezwaaid. Wát had hij graag een tweede ritoverwinning geboekt.

Maar dat mocht niet zo zijn. De kop bleef voorgoed uit zicht. De kopgroep gele trui rolde in de finishstraat van La Roche-sur-Foron over hem heen. Hij werd als 13de genoteerd; op 2.04 minuut.

Als Frans Nypels nog had geleefd, had hij zonder twijfel wéér een goeie tip gehad: een groot verhaal over wat Hirschi dacht toen hij daar in de berm lag. Gemiste kans of een lesje in roekeloosheid?

In het digitale tijdperk gaat zo’n vertelling van binnenuit heel anders; aerosolen zijn vlugger dan nieuwsfeiten.

Maar ik weet zeker: de kans dat de wielerwereld met Marc Hirschi gevoelens zal delen, die kans zal zich de komende jaren nog heel vaak voordoen.




Leave a Reply