HET TREINACCIO VERMOORDT HET WIELRENNEN


MUR DE FRANCE


Door: Bert Wagendorp

Het treinaccio heeft het wielrennen veroverd. Ik weet niet wie dit rampzalige tactische concept heeft bedacht. Het moet in elk geval een vervelende controlfreak zijn geweest, een soort Helenio Herrera van het wielrennen, de man van het catenaccio-voetbal van Inter Milan van ruim een halve eeuw geleden – niet om aan te zien, wel succesvol.

Had Miguel Indurain tijdens zijn vijfjarig schrikbewind (1991-1995) de trein al op de rails staan? Ik zie wel een rijtje Banesto’s over de Pyreneeën trekken, Erwin Nijboer voorop, dus rond die tijd moet het idee zijn geboren.

Lance Armstrong perfectioneerde het systeem: zorg dat je de leiding neemt in het klassement, zet zes hardrijders op kop die zodanig doortrappen dat elke concurrent de moed in de schoenen zinkt en rij naar de finish. Herhaal dit elke dag, tot je de Tour hebt gewonnen.

Ik overdrijf, maar dit is het principe.

Na Armstrong zette Sky de tactische verfijning van het treinaccio voort. Nu begon het pas echt irritant te worden. De Tour de Frances die Froome won waren feitelijk niet om aan te zien: ontdaan van elke spanning, gesmoord in voorspelbaarheid en steriliteit.

En nu heeft Jumbo-Visma het treinaccio in de strijd geworpen – naar alle waarschijnlijkheid met succes. Voorop rijdt Tony Martin, daarachter de andere Jumbo’s, wachtend op hun beurt. Omdat Jumbo een Nederlandse ploeg is vallen de ploeg hier voornamelijk lofprijzingen ten deel. Razendknap hoe ze de koers controleren en lamleggen.

Dat brengt me op de vraag wat profsport is en waarvoor het is bedoeld. Sommigen denken dat het gaat om winnen, maar dat zijn de insiders: renners, ploegleiders en een groot deel van de media. Hun kokerblik klopt niet. Profsport is publieksamusement, daar drijft het op en dat is haar raison d’etre. Als het publiek niet wordt geamuseerd haakt het af.

Ik kan bijna niemand meer uitleggen waarom ik urenlang naar etappes kijk waarin een rijtje gele wielrenners door het landschap trekt en waarin verder niks gebeurt – mezelf amper.

Het treinaccio is een moordaanslag op het wielrennen. Een gele trein door het landschap zien tuffen gaat in tegen alles wat sport leuk maakt. Het belangrijkste bezwaar: de verrassing wordt uit de sport gesneden. Het individu wordt opgeofferd voor het collectief. In een sport als het wielrennen is het juist het individu dat de aantrekkelijkheid bepaalt. Het individu dat aanvalslust ten toon spreidt, dat risico’s neemt, dat durft te verliezen voor een kans op de winst.

Dat is in de Tour de France, de wedstrijd die voor een groot deel het aanzien van de wielersport bepaalt, allemaal aan het verdwijnen. En dat is een bedreiging voor het voortbestaan van de sport.

De fans worden geacht de schoonheid van de sport zien in de foutloze uitvoering van een tot in detail uitgewerkt tactisch concept dat in zichzelf lelijk en onaantrekkelijk is. Ik merk dat ik dat als wielerfanaat al nauwelijks meer kan opbrengen, hoe moet het dan met de minder wielergerichte sportliefhebber?

Verrassing, chaos en onvoorspelbaarheid moeten terug in het wielrennen. In het voetbal hebben steeds meer trainers in de gaten dat ze amusement moeten bieden – daar betalen de fans voor.

Nu de tactische breinen van het wielrennen nog.


Team Jumbo – Visma // photo PdV/PN/Cor Vos © 2020


Leave a Reply