HOE HOUDEN WE HET WIELRENNEN INTERESSANT, MET TADEJ POGAČAR?

Auteur: Bert Wagendorp


Hoe moet dat verder, met Tadej Pogačar ? Hoe gaan we in een individuele sport als het wielrennen om met iemand die over een surplus aan talent beschikt, die in alle opzichten beter is dan zijn concurrenten? Met andere woorden: hoe houden we het interessant, als Tadej Pogačar  aan de start verschijnt?

Goed, het deelnemersveld van de Strade Bianche was zaterdag niet meegegaan met de toegenomen faam van die wedstrijd. Overal las je dat de Toscaanse koers inmiddels ‘het zesde monument’ is geworden, na Milaan-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije. Een monumentale status voor een wedstrijd die sinds 2007 bestaat, knap. Alleen zijn kennelijk de meeste wielrenners geen liefhebbers van monumenten.

De status van monumentale wedstrijd is niet gebonden aan jaartallen of de heroïsche geschiedenis, maar aan het feit of de wielerliefhebber het als een monumentale wedstrijd accepteert. Dat is zo, en dat is weer te danken aan het decor waartegen de koers zich afspeelt. Het oeroude landschap van Toscane en meer in het bijzonder, de oeroude strade sterrate bepalen de wedstrijd. De witte wegen, waarvan er zaterdag 63 kilometer waren opgenomen, geven Strade Bianche het aanzicht van een koers die al moet hebben bestaan toen de fiets nog maar net was uitgevonden.

Die ondergrond beviel Tadej Pogačar uitstekend. Op vijftig kilometer van de streep in Sienna besloot hij het er maar eens op te wagen en viel aan. Het was geen splijtende demarrage. Pogačar  gooide het tempo lichtjes omhoog, hij ging misschien een kilometer of drie harder dan de mannen achter hem. Daarom kon je goed zien hoe die worstelden en hun uiterste best deden de aanval te beantwoorden.

Maar ook hoe kansloos ze waren – en dát ze dat wisten.

Kortom, Pogačar  bouwde zijn voorsprong uit naar een minuut en hield die vervolgens stabiel op een seconde of vijftig. Aan de finish probeerde hij, uit fatsoen waarschijnlijk, nog twijfel uit te stralen. Hij had zich de hele tijd afgevraagd waar zijn achtervolgers bleven, zei hij.

Een deel van de achtervolgers was uitgeschakeld of gehavend door een valpartij – waar. Een deel van de achtervolgers was niet van start gegaan, Van Aert, Van der Poel, Pidcock – waar. Maar het eerste gold ook voor Pogačar  en voor het tweede geldt dat wie niet meedoet ook niet kan winnen.

We zullen dit seizoen, daar had het tenminste alle schijn van, de finale ontbolstering zien van een renner die alles kan winnen. En, nog verontrustender, die dat ook wíl. In zijn debuut in de Ronde van Vlaanderen is hij straks de grootste concurrent van Wout van Aert en in Luik-Bastenaken-Luik is hij de uitgesproken favoriet. Zelfs in Milaan-Sanremo is hij niet kansloos, al heeft dát monument de laatste jaren veel van zijn glans verloren.

In juli gaat hij, rampen daargelaten, zijn derde Tourzege boeken.

Pogačar is een zuinige renner, hij kiest zijn wedstrijden zorgvuldig. Hij wordt veel vergeleken met Eddy Merckx, de kannibaal, maar die vergelijking gaat niet op. Merckx reed elk seizoen twee keer zoveel koersen als de Sloveen – en won daarvan een ongelooflijk percentage.

Maar wat dominantie betreft staat Pogačar inmiddels op hetzelfde niveau als Merckx.

Dat is slecht nieuws: hoewel Merckx tegenwoordig als een god wordt bejubeld, waren de jaren waarin hij het peloton zijn wil oplegde uitzonderlijk saai. Misschien moet de organisatie van de Tour de prijs voor de tweede plaats maar weer eens sterk verhogen om in elk geval nog van enige strijd te zijn verzekerd.

Of, en dat zou nog mooier zijn, er moet een tweede Pogačar bijkomen, iemand met hetzelfde talent en dezelfde honger.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


 

Leave a Reply