Evenepoel en Mas zien af van een groot gebaar: Gesink mag niet winnen

Robert Gesink – Photo: Miwa iijima/Cor Vos © 2022


Auteur: Mart Smeets

Hoe je ook over Robert Gesink denkt, hoe je ook naar zijn carrière hebt gekeken, hoe je wellicht je hart vasthield als er weer eens een krakende valpartij in een Tour-peloton plaatsvond (het zou toch niet dat hij er weer bijlag…): je bleef fan van de Achterhoeker. 

Ik toch. Vandaar mijn werkelijk opstandige gevoelens over de actie van de elkaar bekibbelende klassementsrijders Evenepoel en Mas tijdens de Vuelta-etappe naar de top van de Alto del Piornal.

Gesink zelf liet aan de finish optekenen: ‘Het was een geweldige rit, tot de laatste 200 meter.’

Het was de bleke Spanjool Enrique Mas die Gesinks karretje als eerste in de poep reed.

Mas in de aanval, ja, het leek toen een sprookje, maar het gebeurde. En ja, op de Spaanse attaque volgde (uiteraard) een Vlaamse reactie. De twee naderden de lange Achterhoeker en op dat moment dacht ik: kennen ze hun klassieken?

Het antwoord was nee.

Nee, ik pers nu niet alle azijn uit mijn gedachten, ik ga ook niet pal voor Gesink staan, maar ik vond die middag dat ‘een groot gebaar’ van zeker de Vlaming Evenepoel en dus ook de mij niet zo snugger lijkende Spanjool Mas op zijn plaats was geweest.

Natuurlijk ben ik een bijna seniele wielervolger die tussen slaapjes door nog weleens naar ‘de koers’ kijkt en natuurlijk vallen mijn gevoelens van ‘hoe hoort het eigenlijk in de topsport’ niet bij iedereen in het goede pulletje, maar een ietwat netter en socialer gedrag van Mas-Evenepoel leek mij ineens op zijn plaats. Een ander iets gunnen, is een groot gegeven in de topsport. 

De situatie was duidelijk: de koers leverde geen grote verschuivingen in het algemeen klassement op en Gesink pufte, wrong en wrikte zich naar de streep op zoek naar een laat succes in de late herfst van zijn eerbiedwaardige loopbaan.

De dappere strijder die haast wel uit een vorig wielerleven lijkt te komen, had zijn slanke, lange lijf vol in de strijd gegooid; misschien wel zijn laatste kans in een respectabele carrière om een aansprekende etappe in een grote ronde te winnen.

U lezer, wij allen van de koers, iedereen in het peloton kent de mens Gesink, de man Gesink en de coureur Gesink.

Zo op het oog is hij een slungelige verdwaalde volleyballer die toevallig ooit op een fiets gezet werd en die een zeer acceptabele erelijst aan uitslagen bij elkaar reed.

De man uit Varsseveld kwam via het toch nog altijd als klassiek klinkende ‘Löwik Meubelen’ onze wereld in en monsterde in 2006 bij de Rabobank aan. Die stal, die omgeving en die nestgeur verliet hij nooit.

Ja, hij was atypisch bijna; te lang, te breekbaar, ogenschijnlijk ook te bescheiden soms en zeker geen ‘klootzak’ wat soms gevraagd wordt van topsporters.

Ik wilde eerst een basis van dit verhaal maken met zijn vele tegenslagen, maar bedacht me onderweg. Het was een ratatouille aan valpartijen, botbreuken, privé-persoonlijke tegenslagen, uitglijders, opgaven en pijn. En voor dat soort sportmensen zet ik altijd graag de deur open.

Gesink reed tot nu toe twintig grote ronden en stapte in zes daarvan af. Won een heerlijke etappe in Spanje, vond zijn naam vijf maal terug bij de eerste tien van het eindklassement, was in de zogenoemde kleinere rondjes een-en-twintig maal bij de eerste tien van het klassement te vinden en…

Verdomme nog aan toe, wat had ik hem graag die zege in Spanje gegund, wat had ik gehoopt op een niet-reëel feit dat in mijn hoofd rondwaarde en dat inhield  dat Mas en Evenepoel, toen ze naast de Achterhoeker kwamen te rijden, de in de topsport slechts heel soms voorkomende galante voorrangsregel wilden toepassen.

Als je als topsporter werkelijk op de hoogte bent van de wel en wees van je mederenners, als je de geschiedenis een beetje gevolgd hebt, als je manieren hebt en als je snapt dat mededogen een groot begrip is in onze wereld van nu, dan hadden de Spanjool en de Vlaming, de remmen aangetikt, dan was er niemand over gevallen, dan werd het algemeen klassement bepaald geen onrecht aangedaan en dan had de professional-sinds-bijna twintig jaar een terecht afscheidscadeau gekregen, dat nergens het verdere verloop van deze toch tamelijk saaie Vuelta had beïnvloed.

Ik zag het in een flits voor me: die lange slungel op dat kille, Covid-19 bestendige, bijna affreus kille podium met de bloemen in zijn handen en zijn blik op hemels.

Ik had het hem zo graag gegund, maar die twee lummels dus niet. Die hadden alleen oog voor hun eigen ego’s, terwijl ze, met een beetje mensen- en wielerkennis een mooi gebaar hadden kunnen maken.

Ja, ik weet het, met het klimmen der jaren gaan de harde kantjes van meningen en gevoelens eraf. 

Ik schaam me er niet voor.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Robert Gesink – Photo: Miwa iijima/Cor Vos © 2022

Leave a Reply