ER KAN NÓG EEN VALPARTIJ KOMEN


Auteur: Peter Ouwerkerk

Topwielrennen is altijd een lange zoektocht geweest; naar het hoe, wat en waarom. Dat is de laatste decennia flink aan het veranderen. Met de kennis en de wetenschap van nu hadden we het toen zóveel beter kunnen doen. Wat we niet allemaal van het verleden hebben geleerd; van hoe het ook had gekund…

Maar Gerrie Knetemann wist het wel: ‘Achteraf? Is een koe in zijn hol kijken.’

Andersom dus? Vooruitblikken op grond van wat voorafging, is ook geen garantie voor de toekomst. Hoe vaak wordt wat je denkt en bedenkt niet gelogenstraft door de werkelijkheid en de feiten. In het wielrennen zeker. Wielrennen is heel vaak ook de sport van het noodlot. Er kan nóg een valpartij komen…

 

De Tour de France 2021 is op twee derde van zijn wordingsgeschiedenis. Op 24 juni stonden 23 teams van acht renners bij de ploegenpresentatie in Brest klaar voor 3383 kilometer dwars door Frankrijk. Stuk voor stuk met een doel: van sportieve dromen tot diep weggeborgen faalangst.

Wat na vijftien etappes en twee rustdagen vooral opvalt is de schier ongenaakbare lust van het hele peloton. Van het moment dat de 184 werden ‘weggevlagd’ door Tourbaas Christian Prudhomme is het Koers geweest met een grote K. Ondanks alles.

Een van de Tourcommentatoren sprak de derde zondag op zeker moment van ‘Dit is de etappe van het Grote Geduld.’ Maar daar waren dan wel ruim tweeduizend kilometers van ontembaar gedrag aan voorafgegaan. Zelden een Tour gezien die op zo weinig momenten stilviel. Zelden een Tour beleefd waarin zo ongeremd werd omgesprongen met energie.

Wielrennen wordt weleens vergeleken met het uitweiden van een kudde jonge kalveren. Dít was dagen achtereen Butcher’s Crossing van de Amerikaanse schrijver John Williams. Het bloed van talloze valpartijen spatte in overvolle arena’s uiteen over lijf en leden.

Denk niet dat dit aangenaam is om te zien, integendeel – en zeker niet voor het thuisfront. Maar (on)veiligheidsmaatregelen of niet, het lijkt er tegenwoordig in de eerste etappes bij te horen: de helft van het racemateriaal op een hoop; veertig, vijftig renners tegen het smerige asfalt; ambulances overal vandaan. Andermaal: wielrennen is een sport van de straat. En dat is al erg genoeg.

Je kunt vooraf nog zulke goeie voornemens hebben, een wonderploeg in elkaar hebben gezet, strikte opdrachten in een rolverdeling hebben gegoten, twee hoogtestages hebben gedaan, een voorbereiding zelfs met nauwelijks koerskilometers – het is een wonder als je als ploeg ongeschonden de eerste week van een Tour de France doorkomt.

Mensen lijken zakken vol jeukpoeder in hun bloed te hebben opgelost. Ze doen niet alleen als idioten, sterker: het zíjn langs de route du Tour idioten. Ze hebben geen notie hoe het er in zo’n peloton eigenlijk aan toegaat. Wielertifosi zouden zelf eens in zo’n windturbine moeten kruipen om te voelen wat het is als er 184 coureurs op volle snelheid aan je voorbijrazen. Zeventig, tachtig kilometer p/u soms. Je krijgt de schrik van je leven.

Onnodig te zeggen dat zulks ook deze Tour weer danig parten speelt. Een ploeg als Jumbo-Visma verloor door stomme valpartijen in de eerste week al drie toprenners; Lotto, Arkea Samsic en FdJ zijn inmiddels gehalveerd. Het gaat almaar sterker hoger, sneller.

 

Tadej Pogacar, Jonas Vingegaard, Rigoberto Uran – photo JdM/PN/Cor Vos © 2021

 

Feiten, keiharde feiten; je ziet het met eigen ogen gebeuren. De tv-beelden liegen niet. En er lijkt geen weg terug. Maar het brengt wel fascinerende sport. Gele trui Tadej Pogacar staat nu al dagen onaantastbaar op kop, de rest in de top 10 rijdt voor de twee resterende plaatsen op het podium en staat op rond de vijf, zes minuten.

De Tour boeit. Door de adembenemende youngsters, midtwintigers. Door Mathieu van der Poel, door Wout van Aert, door Julian Alaphilippe, door Jonas Vingegaard en nog een handjevol. Het Nieuwste Wielrennen wordt het al genoemd – al wordt dat door sommigen weer net zo makkelijk en ongestaafd in twijfel getrokken.

Onderschat ook de Nederlandse inbreng op verschillende fronten niet. Twee ritzeges – de razende rush van Van der Poel naar Guerlédan en de 40 kilometer lange solo van Bauke Mollema naar Quillan. Zes dagen gele trui voor Van der Poel. Drie Nederlandse leiders in het bergklassement, met Ids Schelling als aanjager, Van der Poel ertussendoor en Wout Poels in zijn bollentrui op polepositie. Nog altijd kansen op een hoge klassering in het ploegenklassement. Een top vijf kans voor Wilco Kelderman. En de slotweek moet nog beginnen.

De wielrennende mens is zijn leven in goud waard. Maar wielrenners lijken door het noodlot getroffen en door toeval niet gerespecteerd. Zó zitten ze op de fiets, zo hangen ze met een afgezakte schouder tegen een muurtje. Uitleggen hoe dat zo is gekomen, heeft geen zin. Als dat en dat en dat niet gebeurd was, dan…

Nog te verwachten: het slechte weer in de Pyreneeën. Een renner kan het weer niet veranderen, maar het weer de renner wel. Wie overeind blijft de resterende etappes is al een heel eind onderweg.


Gedurende de Tour de France zal er in dit weblog dagelijks een column verschijnen, geschreven door John Kroon, Peter Ouwerkerk en Jeroen Wielaert.

Joris Nieuwenhuis – photo Tim van Wichelen/Cor Vos © 2021


Beeld: Cor Vos ©2021

Leave a Reply