EEN VIP-TENT IN DE BAGGER – HET VELDRIJDEN BLIJFT BELGISCH


Auteur: John Kroon

Mathieu van der Poel werd zondag Nederlands kampioen veldrijden – natuurlijk werd hij dat. Wie had anders verwacht? Niets ten nadele van de prestaties van Van der Poel, maar de cyclocross is een sport met weinig verrassingen. Het is een tak van het wielrennen die onder de B-sporten moet worden gerangschikt. Vooral omdat er maar een handjevol landen echt geïnteresseerd is in het geploeter door de modder of over bevroren paden met kunstmatige obstakels.

Waar zijn momenteel veldrijders op topniveau uit gerenommeerde wielerlanden als Frankrijk, Italië en Spanje? Ze zijn er niet.

Sinds 1993 wordt bij de mannen gestreden om de wereldbeker. In meerdere wedstrijden verspreid over het hele cross-seizoen zijn punten te verdienen, die leiden tot een eindklassement. Dat is tot nu toe in 26 jaargangen gebeurd. Zeventienmaal eindigde een Belg op het hoogste podium, zesmaal een Nederlander. Van de 78 podiumplaatsen gingen er 52 naar België en 15 naar Nederland.

Over meerdere jaren bezien domineert België dus bij de mannen – het land waar Mathieu van der Poel is geboren en getogen. Zie ook de wereldkampioenschappen sinds 2000. Dertien van de twintig keer pakte een Belg goud; vier keer een Nederlander, drie keer een Tsjech – Zdeněk Štybar, woonachtig in België. ‘Als je een veldrijder van niveau wilt worden, ben je bijna verplicht om in België te wonen’, zei hij vorig jaar tegen de Vlaamse krant Het Nieuwsblad.

Vergelijk het maar met schaatsen: A-sport in Nederland, B-sport in de rest van de wereld. Zie bij wereldbekerwedstrijden in verre landen de lege tribunes achter Nederlandse reclameborden. Die daar uitsluitend staan omdat de NOS een uitzending verzorgt. Oké, soms zie je toch iemand ergens zitten met een oranje pruik.

Een teken aan de wand is dat de NOS dit jaar opnieuw het NK veldrijden niet rechtstreeks uitzond – want er was ook schaatsen, voor volle tribunes in Heerenveen. Ook andere Nederlandse zendgemachtigden vonden de nationale titelstrijd blijkbaar niet interessant genoeg; voor een live registratie was de liefhebber aangewezen op de website van het AD.

Bij de vrouwen is sprake van Nederlands-Belgische dominantie, al zorgen Amerikaanse en Britse successen ervoor dat het veldrijden hier iets wereldser oogt. Bij de dertien keer dat er voor de wereldbeker een eindklassement werd opgemaakt, eindigde zes keer een Nederlandse en drie keer een Belgische op het hoogste podium. Nederland won vijftien van de 39 ereplaatsen, België acht en de Verenigde Staten zeven. Sinds 2000 won een Nederlandse negen van de twintig wereldtitels. De variatie is hier groter: Hanna Kupfernagel bijvoorbeeld bezorgde Duitsland vier keer goud; Frankrijk scoorde hetzelfde aantal en alleen Sanne Cant (drie keer) haalde voor België goud op het WK. 

De UCI heeft ingezien dat er iets moet gebeuren om het veldrijden ook buiten België en Nederland op topsportniveau te brengen. De wielerunie heeft ervoor gekozen om zowel de wedstrijden om de wereldbeker als de tv-rechten daarvoor met ingang van volgend seizoen in handen te geven van Flanders Classics. Bekend als organisator van de Ronde van Vlaanderen en andere Belgische wedstrijden van naam en faam; en bekend van de vip-tenten langs het parcours. Een vip-tent in de bagger: dat is vast geen gezicht bij het zo volkse veldrijden.

Er is tot nu toe geen reden om er gerust op te zijn dat het nu wel goed zal komen met de wereldbekerwedstrijden. De plaatselijke organisatoren krijgen pas volgende maand te horen wanneer en waar de zestien of mogelijk veertien veldritten worden gehouden. De helft in elk geval in België en waarschijnlijk twee in Nederland. Amerika zal ook wel weer op de kalender komen, maar bijvoorbeeld Mathieu van der Poel en vermoedelijk ook Wout van Aert hebben er geen zin in om voor een veldrit de oceaan over te vliegen. Zo wordt het nooit wat met die mondialisering. Hoe exotisch ook de naam klinkt van de nieuwe Nederlandse kampioen bij de vrouwen: de Rotterdamse Ceylin del Carmen Alvarado.

Omdat de lokale organisaties meer geld op tafel lijken te moeten leggen, terwijl er tegelijkertijd minder (start)geld beschikbaar komt voor de renners zelf, is bijvoorbeeld Bern afgehaakt. Het wordt de Zwitsers te duur. ‘De hervormingen van de wereldbeker zijn uitsluitend gebaseerd op Belgische voorwaarden. Het is enkel business, het gaat niet om de sport’, meende de Bernse organisator Christian Rocha. Ook Adrie van der Poel, Mathieus vader en oud-wereldkampioen, zei op de website Wielerflits dat het veldrijden met de plannen van Flanders Classics alleen maar nog Belgischer zal worden.

Maar eigenlijk weten de organisatoren nog nauwelijks waar ze aan toe zijn met dat nieuwe seizoen en met Flanders Classics. Dus wie weet komt het nog allemaal goed. Dat is ook wel te hopen. Het veldrijden mag dan een B-sport zijn – het is wel een mooie en zware B-sport.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


Leave a Reply