DROOGLEGGING BIJ DE LOTTO’S


Auteur: Peter Ouwerkerk

Heb maar geen illusie: wielrennen staat nog altijd in de top-5 van hardnekkige dopingsporten, zo moest de club van ‘geloofwaardig wielrennen’ (MPCC) onlangs weer toegeven. Kille cijfers liegen niet, al lijkt het er tussen de wielen wél minder epidemisch aan toe te gaan dan rond de eeuwwisseling. Structureel dopinggebruik alom toen – herkauwt ten overvloede ook Rudy Pevenage in een recente biografie, waarin hij zijn eigen deksel van de strontkuil licht, alsmede dat van Jan Ullrich en de andere Telekoms.

Wielrennen is nog net zomin schoon als atletiek, honkbal, American football en gewichtheffen. Vlekkeloos topsporten blijft een utopie, want: citius altius fortius blijft gevoed door uitdaging en mysterie. Dat leerde ook Denise Betsema afgelopen jaar. De veldrijdster van Texel mocht een half jaar niet koersen vanwege een flinter anabolen in haar urine. De verklaring school uiteindelijk in een potje vervuild voedingssupplement, gekocht in een Belgische apotheek. Jammer, maar helaas.

Tja, drog.

John Lelangue, de hoogste wielerbaas van Lotto-Soudal, heeft begin dit jaar een ánder bommetje onder het peloton gelegd. De, zeg maar CEO van de Vlaamse WorldTour-formatie heeft zich openlijk gekeerd tegen het gebruik van alcohol binnen zijn ploeg. Van pint tot champagne – het nuttigen van alcohol is vanaf 2020 in en rond wedstrijden streng verboden. Voor kopman en knecht, voor soigneur en mekanieker, voor staf en chauffeur.

Wie de gedragscode negeert, kan rekenen op een fikse reprimande, oplopend tot de ontbinding van een contract. Een uitzondering wordt gemaakt voor overwinningen, verjaardagen en ‘speciale evenementen’. Dat laatste is arbitrair, het eerste werkt: Caleb Ewan won meteen vier massasprints in Australië. Leve het witte goud.

Twee belangrijke redenen geeft Lelangue op: géén drank bevordert de veiligheid in het peloton, zonder drank ben je fitter. Het gedrag van oud-renner Kevin De Weert was in de Vuelta van 2019 letterlijk de laatste druppel. Iedere werknemer behoort ‘een ónberispelijk ambassadeur’ te zijn van zijn firma, proclameerde Lelangue. Zo niet: einde verhaal, zoals de tot ‘performance-manager’ uitgegroeide De Weert moest ondervinden.

Drank en koers. Net als drog en koers een eeuwenoud verbond. In de oerjaren weerstonden de renners de ijskoude hooggebergten met cocktails cherry brandy en cognac. In de dorstige bakovens van de Provence roofden ze al het bier uit de koelvitrines van de cafés.

Een veldrit zonder bierwagen is even zeldzaam als een kermiskoers zonder friet. Op zondagochtenden na de start van de Ronde ga je niet ter kerke, maar laaf je je soepel aan het nieuw aangeslagen vat. In gezamenlijke afwachting op de passages over Paterberg en Muur. Trappist of niet: mannen, vrouwen, één.

Jacques Anquetil tafelde avond-na-avond met een fles champagne; of op z’n minst een ‘grand cru.’ Freddy Maertens kreeg voor de finale een bidon champagne aangereikt door sportdirecteur Lomme Driessens. Als ploegleider proostte Jan Raas ’s avonds voor de camper met een ‘groene Buckler’.

Volgers? Geen Tourvolger in die jaren die de aangereikte alcoholica onderweg negeerde. Het ene dorp overtroefde het andere. De regionale wijnboeren in het noorden trakteerden op flessen krachtige Muscadet; in de Bourgogne stond de onweerstaanbare Santenay te pronken; aan de voet van de Ventoux schonk men Ventoux-wijn; in Cognac dropten ze de heupflacons op de voorbank. Armagnac – wat Luis Ocaña verbouwde kon je toch niet laten staan?

Er zijn Tourjaren geweest waarin Departement 92 een van de co-sponsors was. Op kilometerpaal 92 van elke etappe stond een feestelijk buffet waarop de Tourfamilie aanviel als een roedel uitgehongerde wolven. Een buffet dat uiteraard soepel werd weggespoeld. Ook de reclamekaravaan en zelfs de gendarmerie deden mee.

Wie in perszalen en -tenten zijn dorst leste met Coca Cola, Vittel, Evian, Contrex of andere watertjes legde het af bij de senioren, de routiniers van de grote slok. De Fransen waren te herkennen aan het ijswater voor de anisettes, Vlamingen aan een tikmachine achter dikke rijen fust. De Franse PTT schonk Pastis, Pernod of 51 zodra het laatste kopijvel door de telex was gegaan. En allemaal kropen ze/we achter het stuur. Na het klinken leken de wegen bezaaid met nooit eerder opgemerkte bochten.

Natuurlijk was het gevaarlijk, onverantwoord zelfs. Het ongeluk van de beschonken gendarme op de met kerosine geladen tankwagen voor de Tour-helikopter in 1964 (Port de Couze, negen doden), is schrijnend.

Tijden veranderen. Wie tegenwoordig met één promille drank wordt aangehouden, hoeft niet te rekenen op clementie of pardon. De Tour lijkt nuchterder dan ooit.

Toch: wielersport en sterke drank hebben een verbond gesloten voor de eeuwigheid. Voor zover het geheugen reikt, zie ik sponsornamen als Pelforth bieren, St Raphael, Amstel amateurs, Suze apéritif, Super Prestige Pernod, Primus, Amstel Gold Race, Flandrien, Kwaremont. Wie dieper graaft, vindt nog veel meer voorbeelden.

In de laatste Vuelta verplichtte de sponsor de ritwinnaars te proosten met een flesje Ambar, Cerveceros Indépendiente. Spaans bier dat na één slok fluks in een bijgeleverde prullenbak verdween; alleen de Sloveen Tadej Pogácar klokte een kwartliter in één teug achterover. De Vuelta van 2019 – de ronde waarin Kevin De Weert volgens John Lelangue een te hoog promillage kweekte.

John Lelangue, de AA-CEO van het hedendaagse peloton. In de jaren zeventig-tachtig was hij perschef in de Tour. Aardige Brusselaar, menigmaal mee geklonken op het leven. Zijn vader Robert Lelangue was ooit collega en ploegleider van Eddy Merckx. Eenmaal gestopt werd ‘Bob’ jarenlang de vaste chauffeur van de rode directiewagen in de Tour. Van drooglegging was toen geen sprake.

Lelangue senior heeft me ooit laten zien hoe hij de saaiste Touretappes kon weerstaan. Bijna dagelijks had hij wel een hoogwaardigheidsbekleder aan boord van Tourwagen nr. 1; een hoge pief die je mild moest stemmen. In het bakje tussen de twee voorste stoelen zat een koelkastje gemonteerd. Bob schoof het luikje open, en daar lagen, in het ijs, twee uitdagende flessen Moët et Chandon.

Lelangue senior nam zelf meestal ook wel een fluitje. Of twee. Tijden, ze zijn changin’.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


Beeld: Bike-Mounted Leather Beer Caddy // www.dudeiwantthat.com

Leave a Reply