EEN PRACHTVERHAAL MET TOM DUMOULIN MET EEN ERG PIJNLIJK ZINNETJE

photo BB/Cor Vos © 2021


Auteur: Mart Smeets

Ik heb geen idee of er ook prijzen bestaan voor mooi geschreven interviews in dagbladen en ik weet eigenlijk ook niet of er dan weleens naar sportverhalen wordt gekeken. Dus geen moeilijke, modieuze LHBTI+ stories, maar gewoon een verhaal van een jonge vent, licht ongeschoren, op gympies en met een ruitblokken jack om het slanke lijf. Een vent die we kennen.

Als je goed naar de foto’s kijkt die NRC op zaterdag 5 november 2022 afdrukt bij een door Dennis Boxhoorn geschreven verhaal met ex-wielrenner Tom Dumoulin, zie je niet de pijn en het onvermogen zich prettig te voelen in de wielersport waarover hij vertelt. Een nette dertiger wandelt wat door het Limburgse land, gaat in get gras zitten en vertelt aan de journalist zijn verhaal.

Ik waarschuw u, lezer dezes, het NRC-verhaal komt je zwaar op de maag te liggen.

Wij, wielervolgers (ik tegenwoordig op vredig makende afstand) zijn het een en ander van de Limburgse stylist gewend; zijn twijfels, zijn zeges, de hem altijd en eeuwig achtervolgende poeppartij in het Italiaanse skoekeloen. Rodin had hem ook op een fiets kunnen beeldhouwen voor Le Penseur sur un vélo.

Al in de derde alinea van het verhaal schokt Dumoulin mij als lezer met de blote zin: ‘Ik ga scheiden. Dat hebben we vorige week besloten.’

Ik lees de zin driemaal en onderbreek mijn vrouw die de moeilijke Volkskrant-puzzel bewerkt. ‘Sorry, dat ik stoor, ik lees hier dat Tom Dumoulin gaat scheiden.’ De overkant blijft even stil, kijkt me zeven seconden zwijgend aan en zegt met geraakte stem: ‘He, gatverdamme, nee toch.’

Het is als een snoeiharde demarrage in een grote koers over meer dan 270 kilometer. Die paar woorden, lees ik nog een paar keer, alvorens ik het hele verhaal doorwerk, inclusief de glimlach die ik voel opkomen als Dumoulin aankondigt aanstonds met Bram Tankink in Nepal te gaan fietsen. Voor zijn plezier. Bijna CO2-proof.

Na die opmerkelijke koersopening uit de uiterst persoonlijke hoek van zijn bestaan, vertelt Dumoulin verder over wat hem een goede tien jaar bezig heeft gehouden in de wielersport.

Een paar jaar (maar te weinig om hem echt goed te leren kennen) maakte ik mee in de verhouding sportman-persmeneer.

Ik mocht (en mag, laat dat duidelijk zijn) hem graag, had eenmaal een wat langer interview met hem en bezag zijn fietstochten veelal vanaf de treurbuis.

De beelden blijven, die zijn ingeblikt en zijn altijd oproepbaar, maar de gedachten van de man die daar aan het trappen, versnellen en winnen en verliezen was, wisten en kenden wij niet toen we de beelden direct op tv zagen.

Langzaamaan vormden flarden van min of meer kwetsbare antwoorden in interviews met hem wel het beeld van (zo noem ik het maar) de ‘getroebleerde mens’.

Dat Dumoulin zijn gevoelens prachtig door de pen van collega Boxhoorn wist te krijgen, is knap.

Knap van Boxhoorn, knap van Dumoulin.

Het is een van de best geschreven verhalen die ik ooit van een net gestopte sportman onder ogen kreeg.

Je leest de woorden en ergens binnenin beginnen fietsbeelden in mijn herinneringen zichtbaar te worden. De koersen waarin hij glorieerde, maar ook die onwaarschijnlijke zevende plaats in de Tour toen hij, zo vertelt hij nu ook, een grote bol wanhoop was en niet meer wist waarom hij eigenlijk op een fiets zat.

‘Mooi verhaal?’ vraagt mijn eega geïnteresseerd. Ik knik: ‘Het doet pijn het te lezen.’

‘Die zin van die scheiding?’ vraagt ze. 

Ik denk na en zeg: ‘Nee dat komt omdat het au bout partant in het verhaal geplaatst is. Je denkt persoonlijker kan het niet worden, maar dat wordt het dus wel. Dumoulin spreekt zijn waarheid over zijn wielercarrière uit en je voelt de pijn bij iedere trap, die staat voor ieder woord.’

Nooit, maar dan ook werkelijk nooit, heb ik me ook maar één seconde geïnteresseerd voor scheidingsverhalen van ‘bekende mensen’, maar het gekke is nu dat ik meteen plat reed en eigenlijk heel lang op de materiaalwagen moest wachten (het werd dampende koffie met een stuk speculaas) toen we, nog steeds tegen over elkaar zittend, er weer over begonnen.

Dank aan de heren Dumoulin en Boxhoorn voor deze indrukwekkende koppelkoers, die, in uitgeschreven vorm, me nog lang zal heugen. 

Als ik de laatste alinea van het artikel lees, ‘Ik ben dankbaar en blij met wat het wielrennen me geleerd heeft, maar nu wil ik weer dichter zijn bij de persoon die ik ben,’ snap ik Dumoulin. 

Op de (Amerikaanse internet-radiozender AccuRadio wordt precies dan het nummer ‘The end of the Innocence’ van Don Henley en Bruce Hornsby gespeeld.

Die twee heren, ook tamelijk succesvol in hun onderscheiden muzieklevens, maakten, voor zover ik me herinner, zo ongeveer hetzelfde mee als Dumoulin. Toeval?

In dat lied komt de frase voor: ‘Who knows how long this will last / Now we’ve come so far, so fast.’

Toeval is logisch, zei de ziener J.C. ooit.


Photo: Dion Kerckhoffs/Cor Vos © 2022


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Leave a Reply