EEN MOEDIG BESLUIT


Auteur: Mart Smeets

Slechts eenmaal heb ik Elis Ligtlee live aan het werk gezien. In Rio nog wel, haar finest moment. Hoewel haar niet zo heel tactvolle coach Bill Huck enige tijd later riep dat ze mazzel had gehad omdat de koers lekker traag verliep en dat in haar voordeel was, won ze goud, ging verbaasd op de houten baan zitten en straalde dat gevoel nog een tijdje uit.

   Dat ze dit kon!

   Dat ze hier, in Rio de Janeiro, bij de zomerspelen nog wel, de keirin kon winnen!

   Ze was Olympisch kampioene; dat stond voor eeuwig in de boeken en na dit bijna sacrale moment kon voor haar enige tijd de zondvloed langskomen: ze genoot, liet zich door iedereen en Mark Rutte feliciteren, ging feesten, mocht zich een lintje namens de Koning laten opspelden, kreeg een plein in haar woonplaats naar zich vernoemd en was vooral blij.

   Tenminste, zo leek het.

   In het post-Olympische jaar gingen zaken niet zoals ze moesten gaan. Een blessure die niet wegging, een coach waar ze veel en goed contact mee had, die juist wel wegging, een nieuwe coach die haar publiekelijk te kakken zette door te stellen dat ze te zwaar was, een privéaangelegenheid in de relatiesfeer. Nee, 2016 was bepaald beter jaar geweest dan zeventien.

   Presteren kwam er niet meer van, er kwam een ziekte (nierbekkenontsteking) overheen die haar haar krachten ontnam, trainen was geen pretje meer en winnen was een werkwoord dat ze nauwelijks nog gebruikte, zelfs niet in haar dromen.

  Tweeduizendenachttien dan maar, moet ze gedacht hebben: die hork van een coach Huck verdween ook weer en Hugo Haak kwam voor hem in de plaats,. Zou ze met hem goed en vooral op basis van vertrouwen kunnen werken? Zoals ze in aanloop naar en vooral in Rio had gedaan met de toenmalige coach René Wolff, een vakman die ze vertrouwde?

   Langzaam kwam er iets van vorm terug, maar automatische aanwijzingen voor wereldbekerwedstrijden waren er niet bij; ze was nog niet goed genoeg, het ontbrak haar nog aan constante vorm en vooral aan plezier. Ja, in de privésfeer was er weer reden tot een lach en kwam de oude vorm, het oude gevoel daar werkelijk terug. In de uitslagen was ze niet meer dan second best, iets dat ze nauwelijks van zichzelf kon geloven.

Tot zover wat ik over haar gelezen heb. Het is een samenvatting van allerlei schrijfsels van collega’s over een Olympische kampioene die in de put kwam te zitten. Nergens kreeg ik het idee dat de betrokkenen werkelijk tot de gedachten en gevoelswereld van Elis Ligtlee waren doorgedrongen. Als dat al mogelijk was.

   Wie was ze nu, wie was ze toen en waarom ging het nu niet zoals het toen wel ging?

   Een complicada, dacht ik bij lezing, maar toen las ik weer iets waarbij ik dacht: ‘Kom op zeg…’.

   Tijdens een kort vraaggesprek met een NOS-collega, vertelde deze haar dat ze geselecteerd was voor een buitenlandse wereldbekerwedstrijd. Dat had de journalist van haar coach gehoord.

Haar spontane antwoord toen was: ‘Nou dat had die coach me zelf ook weleens mogen vertellen…’

   Daarin had ze natuurlijk alle gelijk van de wereld, maar het spontane antwoord, de verbazing over die actie, gaf toch ook aan dat er nog altijd een zekere vorm van veenbrand woedde onder haar bestaan als topwielrenster.

   Nog eenmaal had ze een snipper van succes meegepakt. In Apeldoorn kreeg ze de bronzen medaille bij de WK op de 500 meter sprint.

   Het was lauw bier.

   Trainen was niet leuk meer, er was nergens nog succes te vinden en dat maakte haar dagen lang en donker.

Dit alles las ik op een zaterdagmiddag eind december. Ik was geïnteresseerd hoe een sportkampioene dit idiote proces aankon. Of eigenlijk: waarom ze het verder dus niet meer aankon.

   Op Kerstavond had ze een koene beslissing genomen: ze ging stoppen.

   Ze zag geen heil meer in wat dan ook, trainen was nog steeds niet fijn en lekker en waar was nou dat euforische moment van 2016 gebleven? Toen ze daar op dat hout in Rio zat: nagels goed gekleurd, Nederlandse vlag in de buurt, tranen, een jonge, opmerkelijke vrouw die blij was, die in een dwaze wolk van geluk leefde en die haar droom had waargemaakt; iets dat niet velen lukt.

   Dat gevoel van Rio had ze nooit zelfs maar aan kunnen raken.

Op die betreffende zaterdagmiddag in december bleef ik ook de sport van het moment van die dag volgen en viel midden in het Heerenveense schaatsen.

   Gek, maar waar, ik was blij dat Carlijn Achtereekte bij de beste drie op de 3000 meter was geëindigd en dus een klein beetje terug was na haar Olympische droom van bijna een jaar geleden in Zuid-Korea. De verhalen van Ligtlee en van Achtereekte raakten elkaar, bedacht ik, hoewel de schaatster niet zo ver afgedaald was in doen en denken als de wielrenster.

   Ik staarde naar de namen: Ligtlee en Achtereekte…Heel voorzichtig begon ik aan de schrijver Bordewijk te denken.

   Ik zag de schaatsuitslagen en concludeerde dat Carien Kleibeuker met haar vierde plaats in niemandsland terecht was gekomen. Ruim vier jaar geleden straalde zij en stond, samen met haar dochtertje, superblij op Olympische grond. Nu mocht ze niet meer mee naar de grote internationale wedstrijden. Haar eindstation naderde, maar ze was al wel veertig. Ligtlee was 24 en Achtereekte moet nog 29 jaar worden.

   Maar wacht even: Ligtlee, Achtereekte, Kleibeuker…

   Ik keek de uitslagenlijst van het schaatsen verder af. Op de 3000 meter was Melissa Wijfje (23 jaar) zevende geworden. Ook weer zo’n bepaald niet alledaagse naam.

   Ik ging achterover zitten: Bordewijk, bedacht ik, zweefde deze dagen boven vrouwensportland. Hij, de schrijver dus, zocht, zeventig jaar geleden, de namen van zijn romanfiguren in het absurde, hoewel er anderen waren die stelden dat hij ze gewoon uit telefoonboeken haalde.

   Maar dit? Dit was helemaal echt: Ligtlee, Achtereekte, Kleibeuker, Wijfje…

   Toeval?

   Wellicht.

   J.C. stelde ooit dat toeval logisch was. En J.C. had altijd gelijk, nietwaar?

   De eerstgenoemde van het vrouwenkwartet had een streep onder haar sportieve loopbaan gezet. Omdat ze ‘het sporten, het trainen en eigenlijk niets meer rond het fietsen nog leuk vond.’

   En wat zeggen alle verstandige ouders dan tegen hun kinderen?

   ‘Als je er geen lol meer in hebt, moet je wat anders gaan doen.’

Het is alsof ik mijn moeder hoor.

   Wellicht dat het viertal Ligtlee, Achtereekte, Kleibeuker, Wijfje een mooie tijdritploegkoers kan gaan rijden (op de fiets of schaats) en dan weet ik wie de tegenstrevers zullen zijn: Taas Daamde, Van der Karbargenbok, Kiekentak en Klotterboste.

   De vrouwen zullen met groot vertoon van macht winnen en Elis Ligtlee zal weer eens het gevoel van winnares kunnen hebben.

   Hoewel? Hoewel ik haar keuze van Kerstavond 2018 een fraaie overwinning kan noemen. Op zichzelf, op haar eerste en tweede ik, op de sport, op alles. Ze nam een ferme beslissing, ruim twee jaar na haar gloriemoment van Rio.

   Sterk.

   Karakter.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


 

Leave a Reply