Een koers verslaan die halverwege is onthoofd en die daarna even lethargisch is geworden als haar klassementsleider


Auteur: Bert Wagendorp

We beleven, zei Eurosportverslaggever Jan Hermsen woensdag na de vijfde ritzege van Matthew Brennan, een Vuelta van de buitencategorie. Het gaat elke dag maar door, verklaarde hij, de ene mooie sprint na de andere en als er niet wordt gesprint gebeurt er wel weer iets anders opmerkelijks.

Ik dacht: wat heb ik gemist? Ziet Jan Hermsen dingen die ik over het hoofd heb gezien? Of begin ik een zure oude man te worden met heimwee naar vroeger, toen alles beter, spannender, leuker was?

Zo’n Jan zit dagelijks toch van begin tot eind naar de Vuelta te kijken, die zal heus wel weten wanneer het de moeite waard is. Bovendien wordt hij terzijde gestaan door Bobbie Traksel, die ik ook niet direct wil beschuldigen van een roze bril. Bobbie geeft Jan Hermsen meestal gelijk, maar dat is omdat Jan Hermsen wellicht ook vaak gelijk hééft. Dus als Jan Hermsen het een prachtige Vuelta vindt, is Bobbie de laatste om te zeggen dat hij het allemaal knap slaapverwekkend vindt. Dat zou er bovendien alleen maar toe leiden dat ze zich bij Eurosport gaan afvragen of het voortaan nog wel nodig is Bobbie Traksel in te huren.

Bobbie is geen Karsten Kroon, die nog wel eens de confrontatie met zijn mede-verslaggever Jeroen van Belleghem wil zoeken als het een oersaaie middag dreigt te worden. Dat heeft Bobbie niet, hij vindt de koers nooit saai, tenminste niet waar de tv-kijkers bij zijn.

Jan en Bobbie weten waarom ze dag na dag naar de Vuelta zitten te kijken en die van commentaar voorzien. Ze werken voor een commerciële zender die afhankelijk is van de reclame. Dus is het niet de bedoeling dat ze de kijkers wegjagen met opmerkingen over het voorspelbare koersverloop. Als de koers op het eerste gezicht tamelijk saai is, moeten Jan en Bobbie juist op zoek naar wat er wél mooi aan is en zo de kijker ertoe bewegen nog even te blijven – in elk geval tot het volgende reclameblok – en niet weg te zappen naar het tennis in New York of de herhaling van een talkshow.

Soms is het zo enorm en allesdoordringend saai, dat Jan en Bobbie er ook niets meer aan kunnen doen. Op zulke momenten neemt Jan zijn toevlucht tot de nooduitgang. ‘Bobbie,’ zei hij afgelopen week, ‘had jij het leuk gevonden om met Columbus mee te gaan op reis?’ (We zagen geloof ik de kerk waarin Columbus begraven ligt). Bobbie was overvallen door deze vrijmoedige vraag, hij zat nog met zijn hoofd bij de koers en wat hij kon zeggen over wat er tóch wel weer spannend aan was. ‘Zeker,’ zei Bobbie na een tijdje, ‘een mooi avontuur toch?’

De saaiheid van de twee commentatoren kwam op dat moment op gelijke hoogte met die van de wedstrijd, een bijzondere prestatie.

De manier waarop Wout van Aert telkens de sprint aantrok voor Matthew Brennan en de wijze waarop die dan naar de overwinning snelde was indrukwekkend, knap en van ongeëvenaarde professionaliteit. Het moet al gek lopen, wil het duo dat staaltje komende zondag in Granada niet nog één keer herhalen.

Ik snap het allemaal best, maar toch verlang ik op zo’n nazomermiddag voor de buis naar iets van journalistiek, naar een commentator die er niet omheen draait en die de dingen bij de naam noemt. Anders voel ik me toch een beetje voor de gek gehouden en niet helemaal serieus genomen.

Natuurlijk, het is moeilijk, een koers verslaan die halverwege is onthoofd en die daarna even lethargisch is geworden als haar klassementsleider en verzameling even dooie podiumkandidaten. Een koers waarin dag na dag letterlijk níets opmerkelijks gebeurt.

Maar verkoop me geen knollen voor citroenen.

Brennan

Foto: Cor Vos

Leave a Reply