EEN KALENDER VAN PUINHOOP


Auteur: Peter Ouwerkerk

Vooropgesteld dit: de Tour de France hoort bij de zomer, de zomer hoort bij de Tour, Tour de France móét. Ook ik vind dat de Tour eigenlijk nooit op íéts of íémand zou hoeven wachten.

   De Tour is de Moeder aller koersen. De Tour de France is heilig, onweerstaanbaar, ongenaakbaar, onuitstaanbaar. De Tour zet alles in wielerland naar zijn hand, vindt dat je daarmee alle ijzer behoort te kunnen breken. Ja. Maar, ook de Tour heeft zijn grenzen.

   Pas twee keer eerder is de Tour gestuit op een samenleving in grote verwarring: ten tijde van de twee wereldoorlogen. En nu dreigt er een derde ‘mission impossible’ voor de Tour (én de hele verdere wielersport): de coronapandemie.

Na de laatste etappe van de voortijdig afgebroken Parijs-Nice (14 maart jl.) zijn de weken voorbijgekropen zonder ook maar één kilometer koers. De Duitser Max Schachmann is de laatste winnaar. Tientallen kleine, grote en monumentale koersen kregen het DNS achter hun naam (Did Not Start). 

   De wereld werd bedreigd in zijn bestaan, de ene lockdown volgde na de andere. Ook de internationale sportwereld moest in quarantaine, moest zich conformeren aan de samenleving van de nieuwe dag. Er ging een groot slot op alles wat het leven tot dan toe veraangenaamde. Sport werd toeschouwer in de onbalans van virusbestrijding en economie. Credo: wees voorzichtig, verroer je amper, hou vol.

   Dat vervroegde einde van Parijs-Nice was het signaal voor het opschorten van de hele wielerkalender. De eerste besmettingen openbaarden zich in het Midden-Oosten: renners en personeel zaten soms tot anderhalve maand vast in hun hotels. Fietsen kon alleen nog op hometrainers op een balkon of in een kolenkelder.

   Sponsors kwamen in acute geldnood, ploegen stonden op omvallen, bij de Internationale Wielerunie UCI vielen dertig ontslagen. Ideaal moment – zo leek het – om met z’n allen eens diepgaand te brainstormen over de toekomst van de profwielrennerij. Maar: eerst seizoen 2020! Redden wat er nog te redden viel. Eerst de kalender; die is voor vandaag. Morgen komt pas overmorgen.

De wielersport haalde diep adem en sprak zichzelf moed in. De ellende zou einde zomer toch wel over zijn?

   De UCI, organisatoren, ploegen en renners belegden met betrokkenen uit alle geledingen een videoconference en bepaalden de herstart van wielerjaar 2020 op 1 augustus. Uit een inventarisatie vooraf was een stamppot van 130 wedstrijddagen, verdeeld over ruwweg 65 koersen, op het menu gezet. Te beginnen met de Strade Bianche, eindigend op 8 november met de slotrit van de Vuelta à España.

   Amaury Sports Organisation (ASO), de eigenaar van de Tour de France, had de Tour meteen centraal gesteld. Eigen Tour eerst, daar gingen de piketpalen de grond in. Voor de Tour kon maar één nieuwe datum gelden: zaterdag 29 augustus start Nice – zondag 20 september finish Parijs. ‘Et bien noté s’il vous plaît. Au suivant!’

   De andere organisatoren moesten het zelf verder maar uitzoeken. Waren op slag programmavulling.

   Wat ontstond was een mengelmoes van twijfel en chaos; een in stukjes geknoopt web van een spin. De nieuwe afsprakenlijst voor de resterende herfstmaanden ziet er vreemd en onwennig uit, maar is vooral tegennatuurlijk, tegen alle logica in.

   Iedereen: organisator, sponsors, ploegen, renners, personeel was al blij dat de UCI überhaupt tot een nieuwe kalender in staat was gebleken. Maar wie het nieuwe wedstrijdrooster goed tot zich laat doordringen, stuit op de ene na de andere ongerijmdheid.

   Maar ja, de UCI moest wát. De organisatie van een wielerkoers is niet in één dag geregeld. De GP Plouay niet en helemaal de Tour niet. Maar de Tour is het vlaggenschip van de wielervloot, in de Tour gaat het meeste geld om, de Tour is de kasmagneet, de Tour wil ook niet wachten op een lamgeslagen coronawereld. Zonder Tour ook geen World Tour, toch? Dus: de Tour moest zeker.

De Tour de France hoort bij de zomer, ís de zomer. Het is een waarheid die rust op tientallen argumenten. Maar het is ook een motto waar honderden mitsen en maren tegenover staan.

   In de dagen en weken die volgden op de indaling van de nieuwe kalender kwamen er elke dag nieuwe vraagtekens bij. Hoe vaker men keek, hoe groter de chaos leek. De Tour had met zijn claim op de septembermaand de wielerwereld met een gedrocht opgezadeld.

   Want: de wereldkampioenschappen beginnen als de Tour nog niet eens is geëindigd. De winnaars van de eerste regenboogtruien (de mixed tijdritploeg) zijn al binnen vóórdat de gele trui de Champs-Élysées oprijdt. De Vuelta is al begonnen als de Giro net aan zijn laatste week begint. De finale van de Giro is op dezelfde dag als Parijs-Roubaix. De Europese kampioenschappen – van de lijst gevaagd. De nationale kampioenschappen alleen met een loep terug te vinden; of helemaal niet. De wegkalender amper halverwege of het MTB-seizoen draait al. Veldritten: idem dito. Voor criteriums – de meest aanraakbare discipline van de sport – is helemaal geen plaats meer.

   Het is kortom een zootje. Tegen een pandemie kan niemand op, maar in plaats van gulzige gretigheid past eerder nederigheid.

Tja, je moet wat hè… Maar wat je vooral moet is realiteitszin ten toon spreiden en solidariteit oproepen. Willen inzien waar het fout gaat. Dan wordt vanzelf duidelijk waar de chaos zijn oorsprong heeft. Waar de grootste schuldigen schuilen.

   Hoeveel olifanten er passen in een telefooncel? Drie grote ronden dus.

   De Tour, Giro en Vuelta staan op onwennige data geprogrammeerd, maar hebben wél hun volle lengten behouden: alle drie TGV-wagons rijden nog steeds drie weken en vier weekeinden. En dat is ónmogelijk in coronatijd. De UCI had de TGV moeten terugbrengen naar twee weken met drie weekeinden. Dat was pas visie geweest. Dat had – met drie koersweken en drie weekeinden extra – tenminste wat ruimte gegeven aan andere organisatoren. Dat had een vuist gemaakt tegen de ASO.

Koersbereidheid genoeg – immers tegenover aanloopkosten moeten ook inkomsten staan. Genoeg wedstrijden op de kandidatenlijst, ook bij de vrouwen en op provinciaal niveau. Maar hoe zit het met de veiligheid, de vluchtheuvels, de seingevers, de afzettingen, de afgesloten circuits, de politie? Met de samenscholingen van het publiek? En hoe is het eigenlijk met de dopingcontroles, die ook al stilstaan sinds Parijs-Nice; ook geen out-of-competition controles.

Zelfs de wereldkampioenschappen dreigen nu in het gedrang te komen. De geplande locatie in Zwitserland Martigny (Aigle, zetel van de UCI) stuit onverwacht op grote bezwaren van de Zwitserse autoriteiten. Ook daar zegt men niet berekend te zijn op de consequenties van sportevenementen in het jaar Covid-19.

   Het gerucht wil dat Qatar zich bereid heeft verklaard als alternatieve WK-plek te fungeren. Qatar, waar je sowieso koerst zonder publiek langs de kant. Qatar waar vier jaar geleden een Noorse topwielrenster door de politie van de weg werd gereden omdat ze in korte broek trainde. Qatar, waar altijd wel een extra grijpstuiver voor die of gene valt mee te pikken. Qatar, niet alleen voorbehouden aan voetbal.

   Er zijn mensen die vinden dat je een crisis als deze ook wat positiever kunt bekijken. Dat je met een nieuwe kalender ook een signaal geeft dat je er niet alleen klaar mee bent, maar ook klaar vóór – zodra de tweede golf zich (niet) aandient.

Als je het nog niet was opgevallen: dat corona dat weet wat. Voor vliegmaatschappijen, sportscholen en kappers. Maar een wielerkalender van de hoop? Meer een kalender van wanhoop, vanzelf ontaardend in puinhoop.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


One reply on “EEN KALENDER VAN PUINHOOP

Leave a Reply