DE WAARHEID VAN HET FIETSEN BEGINT VAAK WAAR DE WERKELIJKHEID EINDIGT


Auteur: Mart Smeets

Niet lang geleden zat ik te lezen in ‘De waarheid van Hein Verbruggen’ van Rik Van Walleghem.

   Om heel eerlijk te zijn, ik weet eigenlijk niet wat ik van het boek moest vinden, ik was niet verbaasd, niet gechoqueerd, niet boos en ik had eigenlijk ook niet zoveel pretmomentjes gehad. Ik las het eigenlijk ‘matter of factly’ en dat zegt misschien meer over mijn staat van dat moment dan over de inhoud van het boek.

   Eerst nog even die titel. ‘De waarheid van…’

   Ik heb al heel lang geleden geleerd dat er in de wielerwereld een stevig verschil bestaat tussen de waarheid en de werkelijkheid. Mijn vader (ooit sponsor van de Remington-ploeg) probeerde me dat al in de jaren zestig duidelijk te maken. Later deed Ruud van den Hende, chef-sport van het dagblad De Tijd dat nog eens dunnetjes over en ook Jean Nelissen was duidelijk: werkelijkheid en waarheid liggen in de wielersport ver uit elkaar. De werkelijkheid zie je gebeuren: aan de kant van de weg, op de bank thuis als je jezelf overgeeft aan de televisie-coverage (inclusief het commentaar) en over het algemeen komt de waarheid een decennium of wat later ineens je bestaan binnenkruipen.

   Voortschrijdend inzicht, wordt er dan weleens besmuikt bij gezegd.

Hoe dan ook: de waarheid van uitslagen, uitspraken, van axioma’s en wetten, van meningen en gezegden, van sterke en nog sterkere verhalen uit de wielerwereld heb ik altijd in mijn rariteitenkabinet gezet. Het zou kunnen, maar het zou ook niet kunnen.

Met Verbruggen had ik het weleens over die twee begrippen. Hij zei dat hij ook wel twijfelde: hoorde hij de werkelijkheid of de waarheid?

   ik had een niet vervelende, open-vizier-relatie met hem. Ik had geen reden om iets slechts van hem te vinden; hij had manieren, hij kwam zijn woord na als wij van de NOS hem iets vroegen en wanneer ik zei dat volgens mij het besturen van de UCI gelijk stond aan het afdalen van de Galibier in dikke mist met een platte achterband en een slecht functionerende rem, lachte hij dat weg: ‘Zo erg is het ook niet.’

   Toen Verbruggen stopte als voorzitter van de UCI werd hij opgevolgd door een rondborstige, roomse Ier, een man die zelf ooit aan een krom stuur had getrokken en iemand die de wielerwereld wilde verbeteren: Pat McQuaid. Ook bij hem was altijd sunny side up.

   Ooit kwam er een nogal lijvig rapport uit over de liefde die Verbruggen en McQuaid voor Lance Armstrong voelden opborrelen. In het rapport werd de UCI-leiding ‘niet corrupt’ genoemd, maar werd wel de voorkeursbehandeling die Armstrong genoot beschreven, hoewel niet bewezen kon worden dat een ‘positieve test’ uit de Ronde van Zwitserland in de doofpot was gestopt.

   Overigens werden beide voorzitters bepaald niet gespaard in het rapport en werden beiden aangevallen op de tot 2006 gevoerde dopingpolitiek. Die werd als ‘gericht op het imago’ en ‘onvoldoende’  bestempeld.

   McQuaid heb ik in Florence peentjes zien zweten toen in een gedrocht van een voorzittersverkiezing de blanke, bijna bibberende Brit Brian Cookson in het zadel werd gehesen. Met naar corruptie riekende Russische steun, vogelvrij verklaard door mensen die hem eerder in de week nog blij een vriendelijke hand kwamen geven, werd McQuaid afgeserveerd. Zijn laatste momenten op dat podium waren te gênant voor woorden. Het was een zaal vol verliezers, meepraters, slijmballen, huichelaars, dubbele agenda-dragers, zwijgers en nietsnutten.

   Maar… Er zouden betere tijden komen. Iemand riep nog: bij Cookson begint de victory.

   Mijn zolen. Het tijdperk Cookson ging voorbij als een lange zachte wind na een bamimaaltijd; heel even was er iets kruidigs op te snuffen, daarna slechts een man met witte, dunne benen, Brits fatsoen en verder niets. Een keurige boekhouder van een melkbedrijf in Sussex, of zoiets. Geen ballen, geen visie, geen niets, maar wel verkozen.

Een klein stapje vooruit naar David Lappartient, de volgende president van de wielerclub, is snel gemaakt. Hij werd in 2017 in het Noorse Bergen gekozen en was jong, 41 jaar. Dat leek een kentering in de internationale sport: zet jonge, krachtige, manager-types aan de leiding van je tent en je krijgt een frisse wind.

   Op zich een prettig beeld.

   Lappartient, een geboren Republikein in de Franse politiek, was burgemeester toen de Tour van 2018 een aankomst genoot in zijn stadje Sarzeau. De etappe eindigde in een massasprint. Er waren wel wat mensen die het besmuikt ‘opmerkelijk’ vonden dat Sarzeau de eer van finishplaats kreeg toegewezen, maar allez, je hoefde daar toch niets achter te zoeken? Dit was de werkelijkheid en wat de waarheid was? God mocht het weten.

   Verleden week legde Lappartient, inmiddels 44 jaar oud, zijn nieuwe wedstrijdschema aan de wereld voor; een bericht van hoop voor de een, een bericht van valse hoop voor de ander. Vanaf 1 augustus tot midden november kan de fietswereld ’s middags op de bank ploffen en kassie kijken. Met drie grote rondes, alle klassiekers die ertoe doen, met klam makende koersjes in China, Engeland, Nederland, Polen en Canada. En niet te vergeten de bij mij altijd lichte lachlust opwekkende Driedaagse van de Panne, door de klassieke wielerjournalist Robert Janssens ooit omschreven als een ‘klein hobbykoersje waar een televisiebaas in is getrapt’.

   Ik ken mensen die spontaan in huilen zijn uitgebarsten: het was weer koers, want de UCI-baas had het zelf gezegd.

   Begrijp me goed, ik zou het heel leuk en lekker vinden om weer eens naar echte sport te kunnen kijken, want Koreaans honkbal is me ook zo wat.

   Maar de schijnbare zekerheid waarmee de wielerbaas dit alles op ons bord legde maakte me licht kopschuw. Ik moest denken aan tweede of derde golven van het virus, ik geloofde niet in ‘passief publiek’ langs de weg als de Tour zou langskomen, ik vond zijn schema te vol en te gewaagd. Maar, nogmaals, allez, hij schetste zijn werkelijkheid: hij hoopt dat het virus gaat liggen en van begin augustus tot medio november gaat liggen slapen. Hij hoopt op open grenzen, hij hoopt op gedisciplineerd publiek, hij hoopt op het feit dat dit de redding van de mondiale wielersport is.

   Als de Tour het haalt, zal dat al een hoop schelen, heeft hij geroepen en ergens kan ik het daar wel mee eens zijn. De Tour, waar altijd al helden en valsspelers naast elkaar reden, is de lakmoesproef voor de mondiale sport.

   Hij, Lappartient, preekt voor eigen parochie, dat moge duidelijk zijn. Dat mag-ie doen. Hij heeft, als baas van alle fietsers, zijn nek uitgestoken en dat alleen al verdient applaus.

   Als het virus inderdaad inslaapt, kan Lappartient nog jaren blijven zitten en krijgt hij vast een grotere burgemeesterspost in Frankrijk.

   En zullen we ooit weten welke zijn werkelijkheden en welke zijn waarheden waren?

   Als het virus de kolere in krijgt en in die voor groots en meespelend fietsen geplande maanden toch woest en wild om zich heen gaat slaan, wat dan?

   Dan blijft er niets over van de profetie van de fietsbaas.

   Ik las ergens dat hij klein begonnen is in de wielerwereld. Hij was tijdopnemer en telde, als hij aangewezen werd, de secondes af op het startpodium bij tijdritten. Cinq, quatre, trois, deux, un…partez.

   Een mens moet ergens beginnen, dat is zeker.

   Nu is de aantrekkelijke vraag waar deze beroepsbestuurder eindigt?

Hoe groot kan zijn leven worden?

   Als het merendeel van de door hem geafficheerde koersen doorgang kan vinden, is hij spekkoper. Dan lonkt de ministerspost van Hoop, Werkelijkheid en…

   Ik wacht nog even met het optikken van ‘Waarheid’.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


KLIK HIER om het boek ‘De waarheid van Hein Verbruggen’ van Rik Van Walleghem te bekijken.

Leave a Reply