EEN DAGJE RAIL AWAY-WIELRENNEN


MUR DE FRANCE


Door: Peter Ouwerkerk

Mijn besluit stond vast: na gistermiddag zou ik mijn kijkgedrag inzake de Tour de France rigoureus gaan aanpassen. Ik had drie uur lang naar een kuieretappe zitten kijken, naar drie uur van volstrekte leegte. Ik ging me beperken tot het slotuur. Alle Rail Away-programma’s ter wereld samen waren enerverender dan deze vijfde etappe in de Tour van 2020.

Ik schakelde van Eurosport naar Canvas, naar Nederland en terug, maar het was overal lamlendigheid troef. Van Gap naar Privas, door de Drôme; het was erom vrágen. Saai. Honderdvijftig kilometer fil indienne, lange tijd zelfs twee aan twee, naast elkaar, alle ploegen door mekaar gehusseld, knus in gesprek. Gaap. Ook in de commentaarhokjes. Een-twee-drie-vier komt er nog wat van?!

Ik was voor de volle tien tellen knock-out gegaan.

Er werd naarstig naar een oorzaak gespeurd, maar niemand kwam eruit. De Tour de France, dat was toch spectacle garanti? Wel, dit was de overtreffende trap van slow televisie. Was dít nou waar we met z’n allen naar gehunkerd hadden. Bijna zes maanden álle fietsen op het coronaslot; maar nu de lock-down was opgeheven, snakte iedereen naar actie. Niet dus.

Ooit was het anders geweest. In de jaren negentig vond ik het geweldig als Touretappes van start tot finish werden uitgezonden. Reportage integraal. De rechtstreekse live was niet overal te bekijken, maar ik had een zender gevonden. En ik genoot van de eerste veertig, vijftig kilometers. Van de gevechten op leven en dood, van het moment dat de koersdirecteur met de Départvlag had gezwaaid. Meer dan een uur volop koers. Totdat eindelijk de witte vlag in het peloton was gehesen en er een groep van twintig man kon vertrekken voor de rest van de dag. De favorieten voor de eindzege zouden op de slotklim wel laten merken hoe hun finale afrekening zou zijn.

En mocht er van de groep guerrilla’s eentje overblijven die er met de etappezege vandoor ging, jammer dan, soit. Je had als tv-kijker twee koersen in één.

Gisteren niet. Absoluut niet. Julian Alaphilippe c.s. waren voor de vijfde dag onderweg, de tamelijk zwakke wind stond op kop, te ongunstig voor een waaier. Niemand die zich geroepen voelde zelfs het kleinste avontuur te wagen. Een razende versnelling van Kasper Asgren en een niet ver dragend gaatje van Thomas De Gendt – dat was al, in 140 kilometers wedstrijd.

Op 45 kilometer van Privas was ook alle gespreksstof binnen het peloton opgebruikt. In de beugels, treintjes, geconcentreerd af op de rotondes, attentie voor de afwisselend dubbele en enkele rijbanen. Gelukkig goed afgezet.

Nul valpartijen, het was een wonder. Maar de beweegreden om Touretappes bij voorkeur te laten afsprinten in dorpskom dan wel stadsmidden – het blijft een raadsel. Trek de finishstreep toch op de breedste weg van de zone industrielle, plaats genoeg. Vergeet het, kijkers wereldwijd te bedienen met etappes van plus-150 kilometer; deel die afstand beter op in vijf of meer regionale rondjes.

Een Tour/Giro/Vuelta van drie weken, met etappes van 190 kilometer die steeds vaker nergens over gaan, zijn anachronismen voor de sportieve vermaaksindustrie. Ze blokkeren de kalenders en ze wiegen de die-hard wielerfans in een droomslaap. Gaap…

Persoonlijk heb ik helemaal niks met de virtuele versie van de Tour de France. Fietsende teletubbies bezorgen mij geen enkele emotie. Jongere generaties denken alleen in úren, niet in dagdelen. Met etappes als die van gisteren weet ik dat er dra geen kijker meer overblijft voor een volle middag Gap-Privas, anno 2020. Hoe ongemeen en ouderwets fraai Van Aert en Bol alsnog voor een topontknoping zorgden.

Wout van Aert is een alles kunnend wonder. Cees Bol moet gewoon in wonderen blijven geloven.



Leave a Reply