DE ZINLOOSHEID VAN DE ZONNEBLOEMVELDEN


Auteur: Bert Wagendorp

Langzaam maar zeker begin ik te wennen aan het idee van het wielrennen als herfstsport en zelfs begin ik er de grote voordelen van in te zien. Dat komt doordat, had het virus niet ingegrepen, gisteren de Tour de France alweer zou zijn afgelopen, altijd een van de meer deprimerende momenten van de zomer. Dat moment is ons bespaard gebleven – voorlopig althans – en voor ons liggen de eindeloze hoeveelheid kilometers van de nazomer en de herfst. Dat is een erg fijne gedachte. Het is uitgesteld genot, alsof je een cadeau, dat door omvang en gewicht zeer veelbelovend lijkt, nog even in de verpakking laat.

Frankrijk ligt er intussen, heb ik inmiddels kunnen vaststellen, verweesd bij.

Ik bevind mij in de Languedoc, een regio met eindeloze zonnebloemvelden. Daarin bevond zich in andere zomers altijd wel een tactisch opgestelde wielerfotograaf, geduldig wachtend op het peloton, voor de bekende ‘peloton passeert veld met zonnebloemen’-foto, die op elke redactie juichend werd ontvangen als kenmerkend beeld van de Tourzomer. Zie ook de cover van De Muur 69, die door menigeen als een geel en vrolijk hoogtepuntje werd gezien.

De zonnebloemen staan er nu nutteloos en treurig bij, wachtend op de maaimachine. Het décor voor een afgelaste film. Ineens viel het me op dat het ook best lelijk is, zo’n heuvel vol dezelfde bloemen. Beetje kunstmatig ook, al dat geel; de geforceerde nepnatuur van een veld paarse tulpen. Ik zei nog tegen mijn vriendin dat ze even verleidelijk in zo’n veld moest gaan staan, en dat ik dan een zomerse foto van haar zou maken, maar ze weigerde. Zonnebloemen zijn er voor de Tour, zei ze, en zonder Tour kun je er maar het best zo snel mogelijk zonnebloemolie van maken.

Nergens barbecueënde Fransen in de berm, geen rennersnamen op het nieuwe asfalt noch een verdwaalde bidon in het gras. Het Frankrijk van de zomer is het Frankrijk van de zomer niet meer, de Franse zomer is onthoofd.

Gewoonlijk ga ik tijdens de Tour altijd op zoek naar een Café du Sport, meestal gevestigd in een leuk winkelstraatje of, als je geluk hebt, aan een pittoresk pleintje met platanen. De Café’s du Sport zijn altijd vrijwel leeg. In de hoek staat een televisie waar niemand naar kijkt, hooguit de lokale zwerver of de barvrouw. Of kijken; ze werpen zo nu en dan een ongeïnteresseerde blik in de richting van het scherm, de zwerver staart nog liever in zijn doodgeslagen biertje en de barvrouw naar een foto aan de wand – mogelijk haar weggelopen ex. Het is opmerkelijk hoe elke belangstelling voor de Tour ontbreekt in het gemiddelde Franse Café du Sport.

Het is misschien ook te warm om naar de hevige inspanningen van de coureurs te kijken. Het opgewonden gedoe van de commentatoren zuigt alle energie uit je lijf. Nadat ik heb plaatsgenomen aan een tafeltje en mijn bestelling heb geplaatst, neem ik ook een lome houding aan, ik vind dat je je altijd moet aanpassen aan de locals en ze niet aan het schrikken moet maken met plotselinge uitroepen of agressieve handgebaren.

Toch behoren mijn middagen met de Tour in Café du Sport in Caromb of een ander dorp tot mijn mooiste vakantieherinneringen. Ze houden me overeind in de lange winter die erop volgt.

Het ontbreken van de Tour heeft de Café’s du Sport dus vermoedelijk niet al te hard geraakt. Het zou zelfs kunnen dat de klandizie deze zomer is toegenomen.

Zaterdag aten we in het restaurant Le Tirou in Castelnaudary, de wereldhoofdstad van de cassoulet. De cassoulet van Jean-Claude Visentin was uit de kunst. Na afloop liet hij ons een kast in de hal zien, die vol stond met wielrennertjes en miniatuur-Tourautootjes. Uit het dak van een ervan bespeelde de legendarische Yvette Horner haar trekharmonica.

‘Mijn troost in deze zware tijden,’ zei Visentin met een treurige blik.

   ‘Hij komt nog,’ zei ik. Maar hij schudde zijn hoofd.

   ‘Zie het voor je, een Tour in de regen en wind? En de mensen zijn straks weer aan het werk hè. Die hebben geen tijd voor de Tour. De zonnebloemen zijn straks verdwenen en de meisjes van het podium mogen ook al niet meer. Het wordt een Tour zonder leven.’

Hij haalde zijn schouders op en slofte met zijn mondkapje voor terug naar zijn keuken.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Foto door form PxHere

 

Leave a Reply