DE WIELERSPORT MOET VERANDEREN, WANT ANDERS VERANDERT HET KLIMAAT DE WIELERSPORT


Auteur: Bert Wagendorp

Fietsen is de groenste vorm van vervoer, vanwege nul uitstoot van broeikasgassen. Maar het professionele wielrennen is daarom nog niet de klimaatvriendelijkste sport op aarde – integendeel. Achter het peloton hangt een sliert van langzaamrijdende volgwagens.

Wielrenners vliegen de planeet over voor een koersje in China. Tienduizenden supporters reizen naar de Alpe d’Huez. In de Tour de France verplaatst het circus zich voortdurend van finishplaats A naar startplaats B.

Wielrennen is een sport van transport en logistiek. Dat kan voorlopig niet zonder uitstoot van CO2 en dat móet veranderen.

Behalve dat wielrennen een stevige bijdrage levert aan de opwarming van de aarde – toegegeven, dat is relatief – is er vermoedelijk geen andere sport die zo kwetsbaar is voor de gevolgen van die opwarming. Wielrennen speelt zich af in de open natuur, in weer en wind. Terwijl in de sport als geheel al decennialang een beweging van buiten naar binnen aan de gang is, blijven de natuurlijke weersomstandigheden een elementair onderdeel van de aantrekkingskracht van de wielersport.

Geen waaiers zonder wind.

Als in één sport de gevolgen van de opwarming van de aarde zichtbaar zijn, dan is het in het wielrennen. In de Tour van 2019 werd dat duidelijk in de etappe over de Col d’Iseran, die moest worden stilgelegd wegens een grondverschuiving, veroorzaakt door overvloedige regenval. Dat was nog een incident, maar als de opwarming blijft toenemen zullen we de komende tijd meer van dit soort incidenten gaan zien.

Veel etappes in de Giro d’Italia van dit jaar werden afgelegd in overvloedige regen. Toeval, misschien wordt de volgende Giro verreden in absolute droogte, maar misschien ook geen toeval. Alle scenario’s voor klimaatverandering voorspellen meer regen, meer hittegolven, meer tornado’s, meer extreme weersomstandigheden.

En wie moet daar doorheen fietsen? De wielrenner.

Tot het niet meer gaat, omdat het té nat of té heet is geworden. Wanneer ook in Europa temperaturen van 45 graden normaal zijn geworden, is een beklimming van de Ventoux niet langer verantwoord. Wanneer rivieren plotseling buiten hun oevers treden moet de koers worden gestaakt. Wanneer, zoals in de Vuelta gebeurde, een traject langs hevige bosbranden voert, geldt hetzelfde.

En er komen steeds méér bosbranden.

Ze zijn natuurlijk wel wat gewend, de coureurs, en er zijn altíjd koersen geweest waarin ze oververhit van hun fiets vielen of door waterstromen moesten peddelen. Alleen zullen dergelijke omstandigheden veel structureler worden.

In Glasgow vindt deze week COP26 plaats, een internationale conferentie waar regeringsleiders praten over wat er moet gebeuren aan de opwarming. Dat is heel wat, en voorlopig lijkt het er niet op dat er forse stappen vooruit worden gezet.

Ook in de sport wordt gepraat over ‘duurzaamheid’. Het IOC en de FIFA: allemaal willen ze duurzaam worden. Intussen blijven ze hun toernooien elke vier jaar in een ander land organiseren – bijvoorbeeld in Qatar, waar de WK-stadions straks zelfs in november nog met de airco op max moeten worden gekoeld om bewegen mogelijk te maken.

De UCI heeft ook een plan, de bond wil in 2030 de CO2-uitstoot met 25 procent hebben teruggebracht. Dat klinkt goed, maar het grootste wielerevenement van allemaal, de Tour de France, weigert naar buiten te brengen hoe groot haar ‘voetafdruk’ precies is, hoewel ze dat heel goed weet. Dan wordt vermindering meten moeilijk.

De Tour wil ook geen einde maken aan de verplaatsingen – want dat scheelt inkomsten – en de reclamekaravaan hoort zo bij de Tour dat hij alleen vanwege de traditie al moet blijven. Wel wil de Tour dat het immense wagenpark in 2024 grotendeels op waterstof zal rijden, in het jaar dat in Parijs de ‘waterstof-Spelen’ zullen worden gehouden.

Maar de wereld-wieleragenda, waarop de grootste milieuwinst kan worden geboekt, blijft voorlopig ongewijzigd. Net als in de gewone wereld, lijkt de ernst van de situatie niet tot de wielersport door te dringen – hoewel geen enkele andere sport zo direct wordt bedreigd in zijn voortbestaan.

In de laatste Parijs-Roubaix leek Mathieu van der Poel op zijn fiets soms een kapitein op een zeilboot op de woeste baren.

Dat was spectaculair om te zien, maar ook zorgwekkend.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


Fotografie: Cor Vos

Leave a Reply