TEKENT ALLEN DE PETITIE: VERLDRIJDEN MOET OLYMPISCH WORDEN


Auteur: John Kroon

Een Nederlander die afgelopen weekend bij de mannen Europees kampioen veldrijden werd en een Nederlandse bij de vrouwen. Van dat laatste keek niemand op. Gelukkig was het nog wel onzeker welke Nederlandse vrouw en zich in de Europese kampioenstrui mocht gaan tooien.

De talentvolle crosser Thibau Nys noemde vooraf op de VRT Lars van der Haar, een pupil van zijn vader Sven, als de favoriet voor de titel bij de mannen, maar er zullen niet veel Belgen zijn geweest die dat ook voorspelden. Daarvoor was de Belgische dominantie in het veldrijden dit seizoen tot nu toe te evident.

Zonder twijfel leverden Lucinda Brand en Lars van der Haar op de Drentse VAM-berg een topprestatie. Maar de suprematie van de lage landen roept opnieuw de vraag op hoe het ervoor staat met de gewenste mondialisering van het veldrijden. Zeker ook doordat bij de mannen drie wereldtoppers tot nu toe al het hele seizoen ontbreken. Mathieu van der Poel en Tom Pidcock, de Nederlander en de Brit die in staat zijn de Belgische hegemonie te doorbreken, zoals Van der Haar afgelopen zondag, gaan pas in december het veld in. Ze hebben daarvoor goede redenen: uitrusten en herstellen na een intensief wegseizoen. Hetzelfde geldt voor de sterkste Belgische crosser, Wout van Aert. Dit supertrio ontbrak dus niet alleen bij de Europese titelstrijd, zij hebben ook de eerste vijf wedstrijden om de wereldbeker laten lopen, net als de crosses om de Superprestige. Het veld is ondergeschikt aan de weg – onbegrijpelijk is dat niet.

Hun absentie helpt uiteraard niet bij de wens van de UCI en van Flanders Classics, de organisator van de wereldbeker, om het veldrijden mondiaal te propageren. De eerste drie crosses van het seizoen 2021-2022 om de wereldbeker werden in de Verenigde Staten gereden. Dat kan helpen, maar de uitslagen daarvan en van de wedstrijden daarna laten  opnieuw zien dat veldrijden buiten een handvol landen, België en Nederland voorop, aan de top internationaal gezien een eenzijdige strijd is. De eerste vijf waren steevast Belgen, soms ook de eerste zeven, slechts af en toe in gezelschap van een Nederlander (Lars van der Haar en de jonge Pim Ronhaar). Bij de vrouwen overheersten de Nederlandse rensters.

Negen van de zestien wereldbekerwedstrijden werden of worden in België of Nederland gehouden; verder doen nog Frankrijk (tweemaal), Tsjechië en Italië mee. Groot-Brittannië ontbreekt dus, ondanks Pidcock, die de cyclocross in Groot-Brittannië een boost heeft gegeven, volgens andere veldrijders. Zwitserland (Bern) is afgehaakt.

Zo wordt het niet eenvoudig de vurige wens van UCI en Flanders Classics, om van het veldrijden een olympische sport te maken, in vervulling te doen gaan.  Flanders-topman Tomas Van Den Spiegel zei eerder dit jaar te mikken op de Winterspelen van 2026 in Milaan. Er gaat een petitie rond om het zover te laten komen. Wout van Aert is een van  de ondertekenaars. Hij beëindigde zijn korte en krachtige pleidooi met drie uitroeptekens. Je zou inderdaad willen dat het zover komt: tussen zich almaar uitbreidende, stuntachtige onderdelen in de sneeuw is een klassieke sport op een andere, desnoods besneeuwde ondergrond ter afwisseling een verademing.

Hier zijn kip en ei: wordt het veldrijden pas echt een mondiale sport nadat het onderdeel is geworden van de Olympische Spelen of moet het een internationaal grotere sport worden om tot de Winterspelen te kunnen doordringen? Laat het ei uitkomen.

Vestigen we onze hoop dan maar om twee redenen op Hongarije. De pas 20-jarige Kata Blanka Vas doorbrak de Nederlandse hegemonie bij de vrouwen door eind oktober de wereldbekerwedstrijd in Overijse te winnen. Zaterdag werd ze bij het Europees Kampioenschap tweede. Dat is goed voor de gewenste mondialisering. Nog mooier zou het zijn als ze in januari 2022 in de Verenigde Staten (Fayetteville, Arkansas) wereldkampioen wordt, is het niet bij de grote vrouwen dan wel bij de beloftes. Want dat gun je de homofobe Hongaarse premier Viktor Orbán van harte: dat een van zijn landgenotes zelfbewust en trots overal in de kleuren van de regenboog rondrijdt.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

photo Davy Rietbergen/Cor Vos © 2021

 

photo Anton Vos/Cor Vos © 2021


Fotografie: Cor Vos

Leave a Reply